andredenhaan

Over deze site

Fotoalbum
De Passies van A den Haan
Bronnenpublicaties
Genealogie Dordrecht
Genealogie Hoeksche Waard/Zwijndrechtse Waard
Genealogie Alblasserwaard
Doopboek Doopsgezinde gemeente Dordrecht
Doopsgezinde huwelijken Dordrecht
Overlijdensregister Doopsgezinde gemeente Dordrecht
Huwelijken van Katholieken te Dordrecht vóór 1713
Rooms Katholieke huwelijken Dordrecht 1795-1811
Lutherse huwelijken te Dordrecht 1693- 1808
Joden in Dordrecht
Huwelijken van militairen in Dordrecht
Dopen Schotse/Engelse kerk Dordrecht
Genealogische sprokkels
Duitse immigranten in Dordrecht (19e eeuw)
Kwartierstaat van A B den Haan: generatie I t/m VIII
Kwartierstaat van A B den Haan: generatie IX t/m XII
Kwartierstaat van A.B. den Haan : generatie XIII en volgende
Bijlagen kwartierstaat A B den Haan
Afstamming van A B den Haan van de graven van Holland
Afstamming van A B den Haan van Clovis
Huizen en gebouwen in Dordrecht
Pompejus de Rovere
NG huwelijken Dordrecht 1573-1599 (selectie)
NG huwelijken Dordrecht 1600-1625 (selectie)
NG huwelijken Dordrecht 1626-1650 (selectie)
NG huwelijken Dordrecht 1651-1690 (selectie)
Trouwboek Gerecht Dordrecht 1691- 1750 (selectie)
Trouwboek Gerecht Dordrecht 1751 - 1811 (selectie)
Burgerboek Dordrecht (selectie)
Weblog
Contact
Gastenboek
Aangeboden
Gevraagd
Aanbevolen websites
Genealogie Hoeksche Waard/Zwijndrechtse Waard

AFKORTINGEN

D. = Dordrecht

ONA = oud notarieel archief

SA = stadsarchief

rkk = Ridderkerk

sgd = 's-Gravendeel

wk = weeskamer

Ambachtsheer (Strijen)

SA Dordrecht, wk Strijen, inv. 2, f. 5 e.v.: op 19 jan. 1630 comp. voor schepenen van Strijen Neeltge Pietersdr., weduwe van Cornelis Neijssen, geassisteerd met Thonis Pietersz. Ambachtsheer als haar voor deze gelegenheid gekozen voogd, enerzijds en Jan Neijssen, als oom en bloedvoogd van het nagelaten weeskind van Cornelis Neijssen, genaamd Annitge Cornelisdr. en ongeveer twee jaar oud, anderzijds. Comparanten zijn overeengekomen, dat de weduwe alle goederen, die door haar man zijn nagelaten, zal blijven bezitten, in ruil waarvoor zij heeft beloofd haar kind te onderhouden en op te voeden totdat zij twintig jaar is geworden of tot het moment, waarop zij gaat trouwen en haar dan een bedrag van 2 gl. 10 st. zal uitkeren.

SA Dordrecht, wk Strijen, inv. 2, f. 12v: op 4 mei 1630 legt Antonis Pietersz. Ambachtsheer rekening af van de inkomsten en uitgaven, die hij gehad en gedaan heeft als "collecteur vande erffhuijscedulle vande vercochte goederen van Annitgen Arijensdr., naergelate weeskint van Arijen Cornelisz. Kievit ende Maritge Tonis, beijde zaliger."

SA Dordrecht, wk Strijen, inv. 2, f. 155v e.v., akte dd 3 okt. 1656 [bedragen in guldens en stuivers]:

"Staet vanden boedel ende goederen van Pieter A[rijensz.] Ambachtsheer en Neeltie Claes sijne overledene huijsvrouwe saliger.

Goedere ofte effecte van den boedel:

2 koeijen een molck koe ende een vaere koe [vaars]      120

1 molck koe                                                                 10

2 bedgens soo goet als quaet met haer hoofft peuluwe    12

2 deeckens                                                        3

3 qua[de] laeckens                                             3

een swarte vrouw rock                                       8

een blauwe ditto                                                 8

een rasse schordt                                               6

een ras manteltie                                                 3

een swarten borsrock                                         8

ses voeren hoeij [hooi]                                      24

een ijsere pot                                                     1-10

een ijsere ketel                                                   1

een quaet hanghijser                                           6 st.

twee coopere ketels                                           6

een metaele kannigie                                           5

ses tinne schotelen                                             3-12

ontrent 2 dosijn tinne lepels                                2-8

voorts twee bruijne kiste                                     6

een slaepbanck                                                   2-10

2 querensteenen [kleine molenstenen, een "querne" is een handmolen] en voorts eenigh ijserwerck        5

voorts stoele bancke ende andere weijnigh huijsraet van cleijne importantie    10

[Totaal van de baten:]                                                248-16

Uijtgaende schulde:

Secretaris van Claeswael over coop van hoeij [hooi]       12

noch over de cooppenningen van een metaele kanniggie  3-10

is noch schuldigh in een erffhuijs                                    1-10

de smidt vande Maes compt over ijserwerck                   3

Van Malsen compt over geleverde waeren                       3-10

Claes Tijssen compt van desen boedel bij afreeckening    13

de dienstmeijt over haer huijr                                           16

aen hooregelt [hoorngeld]                                                3-12

soutgelt                                                                          5

ses jaeren huijshuijr tot 15 gulden siaes [per jaar]              90

de dochter van de wagemacker op de Westmaes              2

[Totaal van de lasten:]                                                    153-2

Alsoo de voorsoon vande voornoemde Pieter A. Ampachtsheer [sic] geensints tot een redelijck accoort wilde verstaen, soo is bij heren Schout ende Schepenen desen onderteijckent, hebbende verstaen dat den voornoemde Ambachtsheer bij provisie wederomme sal treden inden boedel ende sijn behoorlijcke devoiren doen tot onderhoudt ende alimentatie vande voorsz. kinderen alsoo geconsidereert werdt dat de alimentatie verre den geheelen boedel is execederende. Actum den IIIen october ao. 1656."

SA Dordrecht, wk Strijen, inv. 2, f. 160, akte dd 17 okt. 1656: compareren voor schout en schepenen van Strijen Pieter Aerijensz. Ambachtsheer, weduwnaar van Neeltie Claes, enerzijds en Claes Tijse, als grootvader en voogd over Jan Jansz., ongeveer 21 jaar oud, Trijntie Jansdr., ongeveer 18 jaar oud en Abraham Jansz., ongeveer 14 jaar oud, allen nagelaten kinderen van Neeltie Claes in huwelijk verwekt door Jan Jansz. en tevens als voogd van Bastiaentie Pietersdr., ongeveer 5 jaar oud en Cornelia Pieters, ongeveer 1 jaar oud, beiden nagelaten kinderen van voornoemde Neeltie Jans [sic; moet zijn: Claes] in huwelijk verwekt door Pieter A. Ambachtsheer, anderzijds. Comparanten zijn overeengekomen, dat Ambachtsheer zal behouden alle goederen. inclusief huis, schuurtje, erf, roerende goederen, geld, goud en zilver, zowel gemunt als ongemunt, die Neeltie Claes heeft nagelaten, op voorwaarde, dat hij de uitgaande schulden van de boedel zal betalen en mits hij gehouden blijft zijn twee kinderen te onderhouden tot hun achttiende jaar, huwelijk "ofte anderen geapprobeerden ouderdom toe" en dan aan de nakinderen elk een bedrag van 2 gl. 10 st. en aan de voorkinderen ieder 5 gl. zal uitreiken.

  

 

 

De Baet

SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 84, f. 165: op 9 sept. 1644 compareren Rochus Jansz. ["visser van 's-Gravendeel" doorgehaald] en Isaack Geeritsz. de Baet, wonende te 's-Gravendeel, die op verzoek van mr. Coenraet Ruijsch, rentmeester van Zijne Hoogheids domeinen van de Zwaluwe, verklaren dat zij in de zomer van 1644 hebben gezien dat Pieter Arijensz., Hendrick Geeritsz., Arijen Arijensz., Leendert Geeritsz. de Baet en anderen, als vletters mede wonende te 's-Gravendeel in hun hoogaarsschepen hebben opgenomen en weggevoerd "seeckere zooden van rietspeten die op Zijn Hoochheits gront van Twintichhoeven gevleet waeren tot vorderinge van de aenwasch ende deselve in den diepe geworpen." Isaack Geeritsz. de Baet tekent met een merk.

NG trouwboek Heerjansdam 17 juni 1674 (getrouwd in 's-Gravendeel): Geerit Hendricksz. de Baet weduwnaar van Neeltje Pieters en Metje Gijsberts jonge dochter van Oost-Barendrecht, beiden wonende te 's-Gravendeel

NG trouwboek Hoge en Lage Zwaluwe 17 april 1735 (getrouwd Lage Zwaluwe 10 mei 1735): Jan Wiellaart j.m. van de Zwaluwe en Lena Hendriksdr. de Baet j.d. van 's-Gravendeel wonende te Zwaluwe

Barendrecht

SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 861, akte 64, f. 195 e.v. (testament van een echtpaar beneden de 4000 gl. gegoed): op 6 sept. 1737 testeren voor notaris B. van der Star Jacob Pietersz. Barendrecht arbeider en Dingena Arijensdr. van Diede, echtelieden wonende op 's-Gravendeel. Testament op de langstlevende. Beiden tekenen met een merk.

Bijl (zie ook www.zoeteman.net)

I. David Pietersz. Bijl tr. voor 8 jan. 1660 Dircksken Geerits

Uit dit huwelijk

II. Pieter (Peter) Davidsz. (Bijl), gedoopt NG Herwijnen 8 jan 1660, jongman van Herwijnen (1682), timmerman(1685), meester-huistimmerman (1708), schepen van sgd, overleden Dalem 8 jan. 1731 [SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 764, akte dd 30 juni 1731), trouwde 2e sgd 4 juni 1711 (gaarder) Joosje Ariensdr. 't Jongh, dochter van Arij Leendertsz. 't Jongh en Heiltje Bastiaensdr. Speckmes, begraven sgd 18 febr. 1713, 3e NG Herwijnen 25 jan. 1715 Dirkje Vervoorn, van Herwijnen, 3e ca. 1720 Sijgje Eeland.

Pieter trouwde 1e NG Dordrecht 8/23 mrt. 1682 Mertgen (Martha) Isacksdr. [de Bruijn], gedoopt NG Dordrecht 10 febr. 1651, jongedochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1678), weduwe van Jan Andriesz. (bruid en bruidegom woonden toen buiten de Sluispoort van Dordrecht [in de zogenaamde Gebrande Buurt: zie hieronder]), overlijden aangegeven sgd 15 dec. 1710 door haar man Pieter Davidsz. Bijl (gaarder sgd, impost 3 gl.), dochter van Isaack Crijnen de Bruijn, kleermaker te Dordrecht en van Maijken Aerts (Maijken Aert Henricksdr., Maaike Ariensdr. Kellenaer). Zij trouwde 1e NG Dordrecht 17 juli/1 aug. 1678 Jan Andriesz. varend gezel jongman van Dordrecht, wonende aan het Nieuwkerkhof (1678)

- DTB Dordrecht, 30 aug. 1685: attestatie van de NG gemeente van Dordrecht voor Martha Isaacs, gewoond hebbende in de Gebrande Buurt [voorstad van Dordrecht, afgebrand in 1528, gelegen in het gebied, waar zich thans thans de Prinsenstraat, de Sluisweg en de Twintighuizen bevinden], vertrokken naar sgd

- SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 463 (akte 55) f. 169 e.v.: (testateuren staan niet in de 200e penning): op 3 aug. 1708 comp. voor notaris Petrus van Son Pieter Davidsz. Bijl, meester-huistimmerman en Martha IJsaksdr. de Bruijn, echtelieden wonende te sgd, om hun testament te maken. Als hij de eerststervende is, benoemt hij tot erfgenaam zijn voornoemde vrouw, op voorwaarde dat zij hun minderjarige zoon David Pietersz. Bijl, die bij de 20 jaren oud is, zal alimenteren en opvoeden tot zijn mondigheid of eerder huwelijk en hem alsdan al zijn testateurs timmergereedschappen zal geven "in vergelijckinge, als sijne andere getrouwde kinderen mede gegeven is geweest". Testateur verklaart zijn dochter Maijken Pietersdr. en het kind van zijn overleden dochter Dirksje Pietersdr. [zij heette Swaantje Simonsdr. van Roon (ABdH)] in plaats van de legitieme portie te "imputeren" en toe te rekenen al hetgene Maijken en Dirksje "voormael[s] vande testateuren genoten hebben". Als Martha de eerststervende is,  benoemt zij tot erfgenamen haar kinderen (de kindskinderen bij staken in plaats van hun vooroverleden ouders gerekend) en haar voornoemde man, ieder in een gerecht kindsgedeelte, met dien verstande, dat "in collatie en tot begrooting van haar boedel, sal sijn ingebraght, ofte wel anders aan de portiën van de voorsz. Maijken ende kinderen van Andries [Jansz.] en Dirksje Pieters, aangerekent of geïmputeert 't gunt deselve hare kinderen" vroeger van de testateuren gekregen hebben. Maar indien Martha Andries, dochtertje van Andries Jansz. [de Bruijn], haar zoon uit haar eerdere huwelijk met Jan Andriesz., voor haar testatrice komt te overlijden, benoemt zij tot haar universele erfgenaam haar man, op voorwaarde, dat hij hun zoon David zal alimenteren etc. en hem bij mondigheid of eerder huwelijk zal uitkeren een bed met toebehoren en linnengoed, die met zijn naam zijn getekend. Zij benoemt tot erfgenamen in al hetgeen zij reeds van testateuren gekregen hebben haar dochter Maijken en het kind van wijlen Dirksje Pietersdr. Testateuren benoemen elkaar tot voogd, zij bovendien tot voogden over Martha Andriesdr., haar kleindochter, Adriaen Pennings, predikant te sgd en Hendrik Claasz. Gruijter, bouwman aldaar. De langstlevende van hen beiden benoemt tot voogden over hun gezamenlijke minderjarige erfgenamen genoemde Pennings en Gruijter. Akte ondertekend door testateur, zij zet een kruisje.

-SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 764 (akte 68) f. 257 e.v., akte dd 30 juni 1731: inventaris van de goederen nagelaten door Pieter Davidsz. Bijl, oud-schepen van sgd, overleden Dalem 8 jan. 1731, opgesteld door de Dordtse notaris H. van Wetten. Na aftrek van de lasten blijft over 1326 gl. en 15 st., welke somma in drie porties verdeeld moet worden, overeenkomstig het testament van de overledene, gepasseerd voor dezelfde notaris op 22 febr. 1730, en wel onder:

1e David Pietersz. Bijl, zijn zoon - 1/3 deel

2e Pieter [Cornelisz.] de Geus, gehuwd met Swaantje Simonsdr. van Roon, enige dochter van wijlen Dirksje Pietersdr. Bijl - 1/3 deel

3e de drie nagelaten kinderen van wijlen Maijcke Pietersdr. Bijl [in haar leven huisvrouw van Jan van Straelen], t.w. Elsje van Straelen, gehuwd met Abraham Witvelt, Jacob van Straelen en Marta van Straelen - samen 1/3 deel,

zodat ieders portie 438 gl., 18 st. en 5 penningen zal bedragen.

 

Kinderen:

1) uit Martha's eerste huwelijk met Jan Andriesz.

a. Andries Jansz. (de Bruijn), gedoopt NG Dordrecht 30 sept. 1678 (vriendelijke mededeling van de heer W. Haagsma), trouwde sgd 25 sept. 1700 (gaarder sgd) Neeltje Ariensdr. Drogendijk, dochter van Arij Pleunen Drogendijk en NN

Uit dit huwelijk een dochter Martha Andriesdr. de Bruijn, geboren ca. 1701 (8 jaar in 1709)

2) uit het huwelijk van Pieter Bijl en Martha de Bruijn:

a. Dirkje Pietersdr. Bijl, gedoopt NG Dordrecht 20 jan. 1683, trouwde sgd 13 apr. 1702 Sijmon Geerlofsz. van Roon. Hun dochter - het enige overlevende kind - Swaantje Sijmonsdr. van Roon trouwde met Pieter Cornelisz. de Geus.

b. Maijcke Pietersdr. Bijl,  gedoopt NG Dordrecht 27 mrt. 1684, jongedochter van sgd (1705), trouwde NG Rotterdam 3/17 mei 1705 Jan van Stralen, jongman van Wesel (1705), begraven Rotterdam 13 april 1744 (weduwnaar van Maaijke Pieters, klapwaker, laat drie meerderjarige kinderen na, aan het Haringvliet bij Prinssenhof) (vriendelijke mededeling van mevrouw C. E. de Heer)

Uit dit huwelijk:

a-1. Elsje van Stralen, geboren naar schatting ca. 1705, jonge dochter van Rotterdam (1728), trouwde NG Rotterdam 15/31 aug. 1728 Abraham Witvelt, jongman van Rotterdam (1728)

a-2. Jacob van Stralen, gedoopt NG Rotterdam 23 okt. 1712 (getuige: Anna van de Raviere, bij de Oostpoort)

a-3. Marta van Stralen, gedoopt NG Rotterdam 7 febr. 1717 (getuige: Anna van den Reijerse), jonge dochter van Rotterdam (1737), trouwde NG Rotterdam 21 april/7 mei 1737 Johannes de Sutter, jongman van Rotterdam (1737)

c.. David Pietersz. Bijl, geboren te sgd ca. 1688 (ongeveer 20 jaar in 1708), volgt III

III. David Pietersz. Bijl, geboren ca. 1688, overlijden aangegeven sgd 25 febr. 1767 (gaarder sgd), trouwde 1e Arijaantje Corsdr. Mookhoek, 2e Teuntje Ariensdr. Vogelaar

- SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 715 (akte 256) f. 848: op 17 dec. 1710 compareerde voor notaris C. van Aansurg David Pietersz. Bijl, wonende in 's-Gravendeel, voornemens om als timmerman op het schip "Berbies" naar Oost-Indië te vetrekken en bekende aan Martinus van Kampen schuldig te zijn een bedrag van 100 gl. Akte door Bijl ondertekend.

 

Bijvank/Bijvang

Jan Hendriksz. Bijvank, kleermaker wonende op sgd, trouwde ca. 1763 (schatting) Heijltje Teunisdr. Stam, dochter van Teunis Cornelisz. Stam en Lena Leendertsdr. van Gemert

- SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 951 (akte 29) f. 107 e.v.: testament dd 31 mei 1773, gepasseerd voor notaris G. Verveer, van Jan Bijvank en Heijltje Stam. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. Voogden: haar broer Leendert Teunisz. Stam en hun goede vriend Cornelis Molendijk, beiden wonende in Wieldrecht.

Kinderen:

a. Frans Bijvank, geboren 15 maart 1764, "cultivateur" (vermeld in de Registre Civique van 's-Gravendeel uit 1811),overleden sgd 26 okt. 1828 (64 jaar en 7 maanden oud)

b. Lena Bijvank, geboren sgd ca. 1765, overleden sgd 25 juni 1818 (54 jaar oud), jongedochter van sgd (1796), trouwde sgd 22 apr. 1796 (gaarder sgd, pro deo) Barend Priggen

- 5 mrt. 1795 Lena Bijvank doopgetuige van Leendert Smitshoek (NG sgd)

- 25 apr. 1798 Lena Bijvank doopgetuige van Cornelis van der Giessen (NG sgd)

 

Danser.

SA Dordrecht Weeskamer Dordrecht inv. 439 (boedelpapieren van Marijken Cornelisdr., huisvrouw van Clement Pietersz. Dansser, overleden op 9 jan. 1623):

Kopie van haar testament, op 28 mei 1608 gepasseerd voor notaris Pieter Sebastiaansz. Kettingh te Delft: Zij legateert aan de NG diaconie van Klaaswaal ten behoeve van de armen 200 gl., aan haar zusters dochter Heijltgen Ariensdr., dochter van Arien Ponsse 150 gl., aan de kinderen van wijlen haar broer Hendrick Cornelisse, wonende tot "Danswijck" of daaromtrent in Oostland 150 gl., aan Arientgen Ariensdr., dochter van Neeltgen Cornelisdr., haar zuster zaliger, een bedrag van 250 gl.. Zij benoemt tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen haar zuster Sijtgen Cornelisdr., weduwe van Adriaen Ponssen, voor 1/3 part, Marijtgen Huijberts en Ariaantgen Ariensdr., haar testatrices voorschreven zusters kinderen, voor 1/3 part en Trijn Hermansdr., anders gezegd Trijn Franssen, weduwe van Frans Jansz., alias Frans Niemantskint, mede haar zusters dochter, voor het laatste 1/3 part.

 

Van Es (alias Snoo) met een tak Snoo in Meerdervoort [zie ook Kronieken 2000, nr. 3, p. 204 e.v.].

I. Gerrit Leendertsz. Snoo, van Ridderkerk, trouwde 1e NG Ridderkerk 19 dec. 1591 Neeltien Cornelis, van Baele in Brabant, trouwde 2e NG Ridderkerk 29 juni 1631 (ondertrouw, bevestigd te Rotterdam) Aechien Damis

Uit het eerste huwelijk:

II. Leendert Gerritsz. Snoo, geboren naar schatting ca. 1610, jongman van Ridderkerk (1637), overleden in het Volgerland van Meedervoort tussen 9 nov. 1674 en 1 nov. 1676, trouwde NG Hendrik-Ido-Ambacht 31 mei 1637 Anneke (Annetje) Cornelisdr., overleden in de periode 1652-1656, dochter van Cornelis Bastiaensz. van den Nes, boer te Groote Lindt en Aechtgen Willemsdr., trouwde 2e NG Dordrecht 14 nov. 1656 (ondertrouw NG Hendrik-Ido-Ambacht 2 okt. 1656, bescheid gegevens om elders te mogen trouwen 13 nov. 1656) Annetje Cornelisdr. [sic], jonge dochter wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht (1656), overleden vóór 1 nov. 1676.

- 12 febr. 1684: compareren voor notaris G. Walthery te Dordrecht Aelbrecht, Cornelis en Bastiaen  Leendertsz. Snoo, allen gebroeders wonende aan de Vrouwgelenweg onder het Volgerland van Meerdervoort, te kennen gevende, hoe dat zij op 6 dec. 1681 met hun broer Cornelis Leendertsz. Snoo de Oude en Jan Pietersz. Bootsman, als echtgenoot van hun zuster Neeltie Leendertsdr. geschift, gescheiden en gedeeld hebben de nalatenschap van hun vader, wijlen Leendert Gerritsz. Snoo, volgens akte gepasseerd voor notaris Hugo van Dijk te Dordrecht, in dier voege, dat Aelbrecht Leendertsz. Snoo is aanbedeeld een huis, waarin hun vader is overleden, met één morgen land daaraan gelegen, dat Cornelis Leendertsz. Snoo is aanbedeeld 550 roeden zaailand en Bastiaen Leendertsz. Snoo 1 morgen 200 roeden weiland. Dat alles op voorwaarde, dat Aelbert aan Bastiaen zal uitkeren een somma van 350 gl. en aan Cornelis een somma van 100 gl. De roerende goederen, die hun vader heeft nagelaten, blijven gemeenschappelijke bezit, ten einde die mettertijd te kunnen verkopen tot aflossing van de schulden en lasten, die op de boedel rusten. Aelbrecht en Cornelis tekenen met een merkje. Bastiaen zet een kruisje. (ONA Dordrecht 310A, f. 15 e.v.)

Kinderen van Leendert Gerritsz. Snoo (ex 1, allen NG gedoopt te Hendrik-Ido-Ambacht):

a. Neeltje Leendertsdr. Snoo, 7 april 1639, trouwde  1e Jan Pietersz. Bootsman, 2e ca. 1685 Isaac Vasse (Fasse). Neeltje Leenderts, vrouw van Isak Vasse, is op 23 nov. 1687 doopgetuige te Maasdam bij een kind van Petronella Cornelisdr. de Snoo (IIIa) en Cornelis Gijsz. van Arkel en op 20 febr. 1689 doopgetuige te Rijsoord bij een kind van Cornelis Leendertsz. de Snoo en Pleuntje Cornelisdr. Stout.

- 11 dec. 1695: compareren voor notaris Gillis Mugge te Dordrecht Isaek Vassen en Neeltie Leendertsdr. Snoo, echtelieden wonende onder Meerdervoort, hij in een stoel zittende, zij gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, die gehouden zal zijn aan de erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende een bedrag van 100 gl. uit te keren, "tot een gedagtenisse". Zij tekenen met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 625, akte 57)

- 14 jan. 1696 Isaek Vassen, wonende onder Meerdervoort, verleent procuratie aan zijn vrouw Neeltie Snoo om voor het gerecht van 's-Gravendeel of elders aan zijn broer Leender Vasse, wonende onder Maasdam, te transporteren een stuk land van 520 roeden, gelegen ten noorden van de Langendam onder 's-Gravendeel en voor het gerecht van Maasdam een stuk land van 2 morgen en 186 roeden, gelegen in het "landeken van de Graswinckel" onder Maasdam. Hij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 625, akten 1 en 2)

- 23 febr. 1696: compareert voor notaris Gillis Mugge te Dordrecht Neeltie Leendersdr. Snoo, vrouw van Isaeck Vasse, wonende onder de heerlijkheid Meerdervoort. Zij herroept haar eerdere testament, gepasseerd voor notaris G. Mugge op 11 dec. 1695. Testatrice benoemt tot erfgenamen van de gerechte helft van haar na te laten boedel Aelbert, Cornelis, Bastiaen en Lijsbeth Leenderts Snoo, haar broers en zuster en de kinderen van haar broer zaliger Cornelis Leendertsz. Snoo, m.n. Jacob, Cornelis, Pieternella, Anna en Maria Snoo. Zij benoemt tot voogden haar broers Aelbert, Cornelis en Bastiaen Leendertsz. Snoo. (ONA Dordrecht inv. 625, akte 11)

- 2 april 1702: testeert voor notaris Gillis Mugge te Dordrecht Neeltje Leendersdr. Snoo, weduwe van Isaac Vassen, wonende onder het Volgerland van Meerdervoort. Legaten voor Cuijnier Snoo, de dochter van haar broer Cornelis Snoo, voor Neeltie Ariensdr., de dochter van haar zuster Lijsbeth Snoo, voor haar nicht Annigie Snoo, de dochter van haar broer Cornelis Snoo, voor haar broer Bastiaen Snoo en haar broer Aelbert Snoo. Tot erfgenamen benoemt zij haar broers en zuster, m.n. Aelbert Snoo, Cornelis Snoo, Bastiaen Snoo, Lijsbeth Snoo en de vijf kinderen van haar overleden broer Cornelis Snoo. Tot executeurs-testamentair en voogden stelt zij aan Aelbert en Cornelis Snoo. (ONA Dordrecht inv. 630, akte 27, f. 81 e.v.)

b. Gerrit, 14 juli 1641

c. Aechie, 18 dec. 1644

d. Cornelis Leendertsz. Snoo de Oude alias Van Es (vermoedelijk naar zijn moeder), 7 april 1647 (ouders wonen aan de Vergeeleweg), volgt IIIa. (NB: aangezien hij in 1661 trouwt, was hij misschien al enkele jaren oud, toen hij werd gedoopt.)

e. Bastiaen Leendertsz. Snoo, 6 dec. 1648

- 1 juli 1703: compareren voor notaris Gillis Mugge te Dordrecht Dirk Passchierse en Geertruijd Hermans, binnenvader en binnenmoeder van het Leprooshuis te Dordrecht. Zij verklaren op verzoek van de naaste verwanten van Bastiaan Leendertsz. Snoo, dat hij gedurende ongeveer 34 weken onder hun toezicht in het Leprooshuis is "geconvineert" en dat hij zich in die tijd "wel ende gehoorsamigh" heeft gedragen en zich thans zo nog gedraagt en derhalve naar hun oordeel bekwaam is om uit het Leprooshuis ontslagen te worden. Waarbij zij opmerken, dat er uit het Leprooshuis wel personen zijn ontslagen, die daartoe minder bekwaam waren dan Bastiaen Snoo. (ONA Dordrecht inv. 630, akte 4, f. 133 e.v.)

f. Aelbert Leendertsz. Snoo, geen doop gevonden, meerderjarig in 1676, dus geboren vóór 1652, doet belijdenis te Hendrik-Ido-Ambacht op 23 dec. 1693, overleden Meerdervoort 2 april 1724.

- 17 juni 1724: schout en schepenen van Meerdervoort taxeren de goederen nagelaten door Aalbert Leendertsz. Snoo, overleden te Meerdervoort zonder wettige nakomelingen na te laten:

1.  een huis erf aan de Vrouwgelenweg onder Meerdervoor, belend aan de ene zijde door mevrouw Van Hove en aan de andere zijde door Cornelis Leendertsz. Snoo, getaxeerd op 100 gl.

2. 1 morgen land onder Meerdervoort, belend als voren, getaxeerd op 210 gl.

Zijn enige en universele erfgenaam is Neeltie Leendertsdr. Snoo. (ORA Meerdervoort inv. 2)

g. Leendert Leendertsz. Snoo, geen doop gevonden, meerderjarig in 1676, dus geboren vóór 1652

h. Lijsbeth Leendertsdr. Snoo, 25 febr. 1652 (ouders wonen aan de "Vergeeleweg" = Vrouwgelenweg), weduwe van Jan Cornelisz. Groote, van Hendrik-Ido-Ambacht (1678), trouwde 1e naar schatting ca. 1675 Jan Cornelisz. Groote, 2e NG Alblasserdam 9 febr. 1678 Arien Jansz. Multum, jongman van Papendrecht (1678)

Kinderen (allen NG gedoopt te Papendrecht):

h-1. Jan, 12 mrt. 1679

h-2. Leendert, 29 sept. 1680

h-3. Neeltien Multum, 16 aug. 1682, trouwde Cornelis Frederiksz. Amersfoort

h-4. Annichie, 22 sept. 1686

h-5. Geerit Multum, 8 mrt. 1693

 

 

Kinderen  van Leendert Gerritsz. Snoo (ex 2, allen NG gedoopt te Hendrik-Ido-Ambacht):

a. Cornelis Leendertsz. Snoo, 25 mrt. 1657, volgt IIIb

IIIa. Cornelis Leendertsz. Snoo alias van (N)es, geboren naar schatting ca. 1642, jongman van Hendrik-Ido-Ambacht (1661), boer op de hofstede van Paulus van Helmondt in de polder Nieuw-Bonaventura, overleden ca. 1685, zoon van Leendert Gerritsz. Snoo en (diens eerste vrouw) Anneke Cornelisdr., trouwde 1e NG Kijfhoek (DTB Heerjansdam) 10 april 1661 Maaike Pieters, jonge dochter van Kleine Lindt, overleden 13 jan. 1668 ten gevolge van een schotwond in haar dijbeen, door haar man op 10 jan. 1668 met zijn roer toegebracht, waarvoor de Hoge Vierschaar van Strijen hem op 29 jan. 1668 veroordeelde tot een boete van 150 gl. Hij trouwde 2e 's-Gravendeel (ondertrouw Maasdam 3e gebod 15 dec.) 19 dec. 1668 Neeltje Cornelisdr. Sneukelaar, jonge dochter van Maasdam (1668), overleden ca. 1694, dochter van Cornelis Jacobsz. Sneuckelaer en Maijke Cornelisdr. Breure. Zij trouwde 2e NG Maasdam (ondertrouw Ridderkerk 9 febr.) 2 maart 1687 Hendrik Ariensz. Huijser [Kronieken, 2000, nr.3, p.205-206]

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 250 f. 5 e.v.: op 19 jan. 1668 compareren voor notaris A. Meijnaert Cornelis Hendrxsz., wonende op Puttershoek, 27 jaar oud, Trijntgen Hendrix, huisvrouw  van Hendrick Cornelisz. Gout, wonende in Bonavontura, ongeveer 53 jaar oud, en Engeltie Pieters, huisvrouw van Bartholomeus van den Berg, wonende te Puttershoek, ongeveer 54 jaar oud. Zij leggen op verzoek van Cornelis Lenertsz. van Es, wonende in Bonavontura, een verklaring af. Cornelis Hendrixsz. getuigt als eerste, dat hij op de hofstede van Poulus van Helmont in Bonavontura, waar de rekwirant woont, "arbeijt en het koren ofte granen aldaer dorst ende dat hij op Dijnsdach den tienden januarij 1668 des avonts vande voorsz. hoffstede naer sijn huijs es gegaen, als wanneer hij sijn affscheijt vande req[uiran]t. ende sijn huijsvrou genomen heeft ende alsdoen d[e]selve in goede echtelijke lieffde ende vruntschap sonder eenighe schijn van haet, twist ofte viantschap gevonden heeft, ende des anderendaechs smorgens sijnde woensdach, weder op de voorsz. hoffstede gekomen sijnde om te arbeijden werde hem vande voorsz. Trijtntgen Hendrix aengeseijt dat des reqts. huijsvrou door het affgaen van een roer seer deerlijck ende onnoosel geque[t]st was. Daerop hij deposant sijn werck latende leggen, naer binnen int voorhuijs is gegaen, alwaer hij des reqts. huijsvrou opt bedde vont leggen, vragende hij deposant aende selve reqts. huijsvrou, Maeijken Pieters, hoe is dit soo, daerop de selve vrou antwoorde Ja het is een onnoosel ongeluck voor ons, wij hadden niet gedacht dat het daer toe gecomen soude hebben. Verclaerde wijders hij deposant dat hij ontrent ten acht of negen uren des morgens weder voort bedde gecomen is alswanneer hij de reqt. bij haer vont, besich sijnde om haer opt bedde wat te verleggen, seggende hij reqt. hoe sijn wij tot dit ongeluck gecomen, daerop gemelte Maeijken Pieters antwoorde Ja nu moet ick sterven, daerop den reqt. replicerende al clagende seijde Ick heb het niet moetwillich gedaen, waerop gemelte Maeijken Pieters weder seijde dat weet ick wel maet, ghij hebt mij altijt daer te lieff toe gehat. Den voorsz. Trijntgen Hendrixs verclaerde dat den reqt. op dijnsdach voorsz. des avonts, tharen huijse (als naeste gebuere sijnde) is gecomen, seer verbaest ende gealtereert wesende, seggende tegen haer deposante seer biterlijck schreijende, buervrou comt doch datelijck tot onsent, ick hebbe sulcken ongeluck, ende bij haer deposante gevraecht sijnde wat ist, antwoorde hij daerop, och een roer, mijn vrou, mijn Maeijcken Pieters, comt doch terstont, gaende weder van haer huijs, al clagende ende schreijende, soodanich dat sij deposante sijne woorden niet verder verstaen conde, daer op sij deposante aenstons hem reqt. gevolcht ende tsijnen huijse gecomen is, alwaer sij de voorsz. Maeijken Pieters in een stoel vont sitten, met een spinwiel voor haer, soo als sij deposante oordeelde dat deselve hadde sitten spinnen, siende seer veel bloet van haer lijff op de vloer loopen, siende oock dat den reqt. sijn huijsvrou met sijn armen om haer hals vatte haer kussende, seggende de voorsz. Maeijken Pieters och hoe komen wij tot dit ongeluck, daer op den reqt. seijde ick hebt immers niet moetwillich gedaen ende waer op gemelte Maeijken Pieters antwoorde neen ... ghij hebt mij altijt te lieff daer toe gehadt, waer naer hij deposant neffens derden de selve Maeijken Pieters opt bedde geholpen heeft, nemende de voorn. Maeijken Pieters met haer armen haer man om den hals hem kussende, ende seggende och mijn maetie, och mijn lieffste hoe sijn wij tot dit ongeluck gecomen. Werdende alsdoen naer Puttershoeck om den cherurgijn gesonden, die ontrent twee uren daer naer quam. Verclaerde wijders dat sij deposante oock daernaer verscheijde reijse bij de selve Maeijken Pieters tot haer overlijden toe is geweest, alswanneer sij telckens heeft gehoort dat den reqt. ende sijne huisvrou seer hebben geclaecht over het onnoosel ongeluck ende gesien te hebben dat den reqt. en sijne voorsz. huijsvrou verscheijdene malen selff weijnich tijt voor haer doot malcanderen gekust hebben. Ende de voorsz. Engeltie Pieters verclaerde dat sij, 't voorsz. ongeluck geschiet sijnde, aldaer is gehaelt ende de voorsz. vrou tot haer overlijden toe gedient heeft ende gedurende den voorsz. tijt mede gehoort ende gesien te hebben dat de reqt. en sijne huijsvrou beijde seer hebben gekermt ende geclaecht over het onnoosel ongeluck ende uijt beijder mont verscheijde reisen verstaen te hebben dat het ongeluck seer onnoosel was geschiet ende dat sij malcanderen menichmael al schreijende inde armen genomen ende gekust hebben. Compareerde mede sr. Poulus van Helmont, borger deser stede, van competenten ouderdom, de welcke ter instantie als voren, neffens de voorsz. Trijntgen Hendrixs ende Engeltie Pieters noch verclaerde gehoort ende gesien te hebben, dat des reqts. huijsvrou overleden sijnde, aldaer ten huijse sijn gecomen den Stadthouder vande Ed. heer bailliu van Strijen, mitsgaders twee schepenen, ende den secretaris van Strijen voornoemt, waer onder Jan Bartsz. Vermaes, schepen ende cherurgijn, mede is geweest, de welcke nevens Isaack van Schelven, cherurgijn op Puttershoeck, de wonde hebben gevisiteert, alswanneer gemelte Vermaes seijde, de wont is niet doodelijck indien het in een volle stadt off plaets waer geweest, daer terstont medicamenten hadde connen becomen werden, het soude wel geneeselijck en curabel geweest sijn. Waerop gemelten Stadthouder seijde, ghij macht de wonde openen ende visiteeren, twelck bij gemelte cherurgijns gevisiteert sijnde, hebben sij deposanten beijde de voorsz. cherurgijns weder hooren seggen, de wonde is niet doodelijck, als tijts genoech medicamenten bij de hant hadde connen sijn, het soude wel curabel geweest hebben ..."

29 nov. 1668: compareren Cornelis Leendertsz., weduwnaar van Maijke Pieters, enerzijds en de oom en gerechte bloedvoogd van moederszijde over de twwe nagelaten weeskinderen van voornoemde Maijke Pieters, verwekt door voornoemde Cornelis Leendertsz., m.n. Pieternella, ongeveer 5 jaar en Leendert Cornelisz., ongeveer 3 jaar, anderzijds. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1, f. 120v)

15 nov. 1704: compareren voor notaris W. de Voogt te sgd Jacob Cornelisz. van Es en Wouter Pietersz. van de Erven, getrouwd met Marijgje Cornelisdr. van Es, geassisteerd met Leendert Cornelisz. Sneuckelaer en Willem Bastiaensz. Polderdijck, hun voogden van moederszijde. Zij verklaren uit handen van hun stiefvader Hendrick A. Huijsser ieder ontvangen te hebben een bedrag van 560 gl. wegens de erfenis van hun moeder zaliger, Neeltje Cornelisdr. Sneuckelaer en een bedrag van 300 gl. ter voldoening van de erfenis van hun vader wijlen Cornelis Leendertsz. van Es. En dat alles overeenkomstig het contract van scheiding gepasseeerd voor notaris W. de Voogt te sgd op 23 aug. 1694. Akte door Van Es, Van Erven en Polderdijck ondertekend. Sneuckelaer zet een merkje. (ONA 's-Gravendeel inv. 4588, akte 37)

27 april 1729: voor schepenen van Meerdervoort compareren Gerrit en Kuijntje Cornelisdr. Snoo, kinderen van Cornelis Leendertsz. Snoo, overleden onder het Volgerland van Meerdervoort, Hendrik van der Hoep, schout van Meerdervoort, als actie hebbende van Cornelis Fredericksz. Amersfoort en zijn vrouw Neeltje Multum en nog als procuratie hebbende van Gerrit Multum, beiden kinderen van Lijsbeth Leendertsdr. Snoo, overleden onder de heerlijkheid van Papendrecht en Pieternella Cornelisdr. Snoo, Cornelis Cornelisz. Snoo, Annigje Cornelisdr. Snoo en Jacob Cornelisz. Snoo, alias Van Nes, kinderen van Cornelis Leendertsz. Snoo, overleden onder 's-Gravendeel, samen erfgenamen van Neeltje Leendertsdr. Snoo, in haar leven weduwe van Izack Vasse, overleden onder het Volgerland van Meerdervoort. Zij transporteren land in het Volgerland van Meerdervoort aan de Vrouwgelenweg, belend door het land van de weduwe van Cornelis Leendertsz. Snoo [ Pleuntje Cornelisdr. Stout]. (ORA Meerdervoort inv. 2, f. 72v e.v.)

Kinderen (ex 1):

a. Pieternella (Petronella) Cornelisdr. de Snoo alias Van Es, geboren ca. 1663, jonge dochter van 's-Gravendeel (1687), deed met haar man belijdenis te Maasdam op 11 april 1688, overleden na 27 april 1729, trouwde NG Maasdam (met attestatie van 's-Gravendeel) 20 april 1687 Cornelis Gijsz. van Arkel, jongman van Sint Anthoniepolder wonende op het Gat onder 's-Gravendeel (1687), ouderling te Maasdam, overleden ald. 22 aug. 1735

b. Leendert Cornelisz. Snoo, geboren ca. 1665, vermoedelijk zonder nakomelingen overleden

Kinderen (ex 2, volgorde onzeker):

a. Cornelis Cornelisz. Snoo, geboren naar schatting ca. 1670, jongman van 's-Gravendeel (1700), trouwde Sint Anthoniepolder 17 okt. 1700 Commertje Sijmonsdr. Vermaas, jonge dochter van Sint Anthoniepolder

b. Annigje (Anneke) Cornelisdr. de Snoo alias Van Es, geboren naar schatting ca. 1675, jonge dochter van 's-Gravendeel (1697), trouwde 's-Gravendeel (ondertrouw Maasdam, 3e gebod op 5 mei 1697) 11 mei 1697 Leendert Ingensz. Vermaas, jongman van Maasdam wonende aan de Blaak (1697)

c. Maria (Marijtje) Cornelisdr. van Nes, geboren naar schatting ca. 1680, jonge dochter van 's-Gravendeel (1704), trouwde Maasdam 4 mei 1704 Wouter Pietersz. van Erven

d. Jacob Cornelisz. van Es, geboren naar schatting ca. 1685, jongman van 's-Gravendeel (1714), trouwde Mijnsheerenland 20 mei 1714 Marijtje Jillisdr. van Beveren, weduwe van Arij Dircksz. van der Linden

IIIb. Cornelis Leendertsz. Snoo, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 25 mrt. 1657, overleden Meerdervoort tussen 17 juni 1724 en 27 april 1729, trouwde ca. 1688 Pleuntje Cornelisdr. Stout, gedoopt NG Alblasserdam sept. 1657, overleden in het Volgerland van Meerdervoort eind okt. 1733 (begraven Hendrik-Ido-Ambacht, in de kerk; overlijden aangegeven bij de gaarder te Zwijndrecht op 2 nov. 1733, impost 3 gl.), dochter van Cornelis Jacobsz. Stout en Cuniertge Woutersdr. (Verhoek)

- 27 mrt. 1725: Cornelis Snoo, Pleuntje [sic] en Neeltje Snoo vermeld als lidmaten van de NG gemeente van Hendrik-Ido-Ambacht, wonen aan de Vrouw Geele weg. (Archief Kerkenraad van de NG gemeente van H.I. Ambacht inv. 1)

- 11 okt. 1730: Pleuntje Cornelisdr. Stout, weduwe van Cornelis Leendertsz. Snoo, wonende aan de Vrouwgelenweg in het Volgerland van Meerdervoort, is schuldig aan Maria van der Lisse, wonende te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 28 gl., spruitende ter zake van 700 gl. kapitaal, die zij van juffrouw Van der Lisse heeft ontvangen. Voor de nakoming daarvan verbindt zij haar huis, schuur, erf, boomgaard en landerijen, samen groot 3 morgen en 250 roeden, staande en gelegen aan de Vrouwgelenweg onder het Volgerland van Meerdervoort. (ORA Meerdervoort inv. 2, f. 90 e.v.)

Kinderen:

a. Annigje Cornelisdr. Snoo, geboren Hendrik-Ido-Ambacht, gedoopt NG Rijsoord 20 febr. 1689, trouwde Zwijndrecht 23 mei 1717 Leendert Jansz. Bijkerk, trouwde 2e Zwijndrecht 24 april 1729 Ariaantje Staak, jonge dochter wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht (1729)

b. Cornelis Cornelisz. Snoo, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 3 jan. 1694, mogelijk overleden Zwijndrecht 28 mrt. 1748 (gaarder, pro deo), trouwde Hendrik-Ido-Ambacht 21 aug. 1716 Ariaantje Leendertsdr. Huijser, overlijden aangegeven bij de gaarder te Zwijndrecht 19 juli 1751 (de weduwe van Cornelis Cornelisz. Snoo, onder het Volgerland van Meerdervoort)

- 13 dec. 1751: Klaas Hendriksz. de Koning, als echtgenoot van Lidia Cornelisdr. Snoo, Neeltje Cornelisdr. Snoo en Cornelis Cornelisz. Snoo, beiden meerderjarig, mitsgaders Hendrik van der Hoep, schout van Meerdervoort, als voogd van 's heren wege over Pleuntie Cornelisdr. Snoo, samen kinderen en erfgenamen van wijlen Arjaentie Leendertsdr. Huijser, in haar leven weduwe van Cornelis Cornelisz. Snoo, overleden aan de Vrouwgelenweg in het Volgerland van Meerdervoort, verkopen voor 488 gl. aan Kuijntie Cornelisdr. Snoo, inwoonster van Meerdervoort, een huis, schuur, erf en boomgaard met het annexe tuinland, samen groot 1 morgen, staande en gelegen aan de Vrouwgelenweg in het Volgerland van Meerdervoort, belend aan de ene zijde door koopster en Arij Vermeer en aan de andere zijde door Teunis Vliegenthart, van voren de Vrouwgelenweg en van achteren Teunis Vliegenthart. (ORA Meerdervoort inv. 2, f. 175 e.v.)

Kinderen:

b-1. Lidia Cornelisdr. Snoo, trouwde Klaas Hendriksz. de Koning

b-2. Neeltje Cornelisdr. Snoo

b-3. Cornelis Cornelisz. Snoo

b-4. Pleuntie Cornelisdr. Snoo

 

c. Gerrit Cornelisz. Snoo, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 4 nov. 1696, volgt IV

d.  Kuijntje (Cniertje, Cundertie) Cornelisdr. Snoo, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 22 nov. 1699, overleden na 25 okt. 1776, ongehuwd

- 30 nov. 1772: Cundertie Cornelisdr. Snoo, wonende in het Volgerland van Meerdervoort, is schuldig aan Huijgh Cornelisz. Leeuwenburg, wonende in het Volgerland van Sandelingenambacht een bedrag van 750 gl., daarvoor verbindende een huis en schuurtje met 3 morgen 250 roeden, staande en gelegen onder het Volgerland van Meerdervoort, belend aan de ene zijde door Lena en Aerjaentie Vermeer en van voren de Vrouwgelenweg. In margine: schuldbrief geroyeerd op 14 nov. 1776. (ORA Meerdervoort inv. 2)

- 25 okt. 1776: Kuijntje de Snoo, wonende in het Volgerland van Meerdervoort, verkoopt voor 1600 gl. aan Cornelis de Snoo 4 morgen 250 roeden land, "waarvan in de verponding betalende" 1 morgen boomgaard, met huis en schuur daarop staande, getekend op het verpondingkohier nr. 36 het eerste en nr. 67 het tweede, belend door Pieter Vliegenthart, Pieter Backer en Pieter van Noort. Koper betaalt met 850 gl. contant en de rest met het overnemen van een hypotheekbrief van 750 gl., verleden op 30 nov. 1772 t.b.v. Huijgh Cornelisz. Leeuwenburg. (ORA Meerdervoort inv. 2)

- 28 okt. 1776: Cornelis de Snoo, wonende onder Meerdervoort, is schuldig aan Jeremias Schoenmaekers, apotheker te Dordrecht, een bedrag van 1300 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende 4 mrg. 250 roeden land met huis en schuren daarop staande, gelegen aan de Vrouwgelenweg in het Volgerland van Meerdervoort, belend door Pieter Vliegenthart, Pieter Backer, Pieter van Noort en de Vrouwgelenweg. (ORA Meerdervoort, inv. 2)

IV. Gerrit Cornelisz. Snoo, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 4 nov. 1696, woont op "Vredenburg" aan de Veersendijk in het Volgerland van Sandelingenambacht 1722, overleden tussen 27 april 1729 en 19 juli 1730, trouwde NG Hendrik-Ido-Ambacht 19 aug. 1718 (ondertrouw) Maijken Cornelisdr. Hoepsnijder, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 6 jan. 1697, overleden na 19 juli 1730, dochter van Cornelis Pietersz. Hoepsnijder en Pleuntie Woutersdr. Verhoek

- 7 juni 1720: testament van Gerrit Snoo en Maijken Cornelisdr. Hoepsnijder, echtelieden wonende onder het Volgerland van Sandelingenambacht, beiden gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot universeel erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn aan hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk een bedrag van 25 gl. uit te reiken i.p.v. de legitieme portie. Hij zet een merkje, zij tekent met "Maeijcke Hoepsnider". (ONA Dordrecht inv. 883, akte 23)

- 27 mrt. 1730: Gerrit Snoo en Maijke Hoepsnijder vermeld als lidmaten van de NG gemeente van Hendrik-Ido-Ambacht, wonen "Aan den Dijk". (Archief Kerkenraad van de NH gemeente te H.I. Ambacht inv. 1)

Kind:

a. Cornelis Gerritsz. (de) Snoo, volgt V

V. Cornelis Gerritsz. (de) Snoo, geboren naar schatting ca. 1720 (hiaat NG doopboek Hendrik-Ido-Ambacht), trouwde Zwijndrecht 25 aug. 1752 Jaapje Huiser(Huisert), overlijden aangegeven bij de gaarder in Meerdervoort op 29 sept. 1777 (impost 3 gl.), dochter van Daniël Ariensz. Huijser en Catharina Jansdr. Boer

- 27 mrt. 1725: Daniel Huijser en Caatje Jans Boer vermeld als lidmaten van de NG gemeente van Hendrik-Ido-Ambacht, wonen "Aan den Dijk". (Archief Kerkenraad van de NH gemeente van H.I. Ambacht, inv. 1)

- 24 febr. 1759: comp. voor notaris B. Broeling te Zwijndrecht Annigje Ariensdr. Huisert, wonende onder het Volgerland van Meerdervoort, om haar testament te maken. Zij legateert aan de diaconie-armen van Zwijndrecht 100 gl., aan die van Hendrik-Ido-Ambacht 100 gl., aan haar neef Dirk Foppe Huisert 12 gl. en 12 st., aan haar nicht Marijgje Daniëlsdr. Huijsert 9 gl. en 9 st., aan haar neef Daniël Cornelisz. de Snoo al haar ongemunt goud en zilver en een somma van 12 gl. en 12 st., aan haar nicht Ariaantje Maartensdr. Huisert 50 gl., aan haar nichten Ariaantje Maartensdr. Huisert en Jaapje Daniëlsdr. Huijsert als haar kleren van wol en linnen en beddelinnen, zowel lakens, kussens, als slopen. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar neef Jan Daniëlsz. Huijsert of bij vooroverlijden zijn wettige nakomelingen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenenamen benoemt zij haar neven Jan Daniëlsz. Huijsert en Cornelis Gerritsz. de Snoo. (ONA Zwijndrecht inv. 10, akte 8)

28 mrt. 1770: Jan Trouborst, schout van Hendrik-Ido-Ambacht, zoon en erfgenaam van wijlen Pieter Trouborst, overleden in het Volgerland van De Groote Lindt en nog de voornoemde Jan Trouborst en Matthijs Vranckesteijn, wonende te Berkel, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Anna Trouborst, mede erfgenamen van hun grootvader, de voornoemde Pieter Trouborst, verkopen aan Cornelis Gerritsz. Snoo, wonende onder het Volgerland van Meerdervoort, een huis, schuur en dijkerf, staande en gelegen op de hoek van de Vrouwgelenweg, belend oost Meeuwis Schouten en noord de kinderen van Arij Vermeer. Compareert mede Cornelis Gerritsz. Snoo en bekent schuldig te zijn aan verkopers een bedrag van 680 gl., daarvoor verbindende het voornoemde huis etc. In margine: schuldbrief geroyeerd op 10 april 1784. (ORA Meerdervoort inv. 2)

Kind:

a. Daniël Cornelisz. de Snoo, volgt VI

VI. Daniël Cornelisz. de Snoo, geboren 14 dec. 1755 (volgens Registre Civique van 1811), tuinman wonende te Meerdervoort (1811), overleden Hendrik-Ido-Ambacht 16 nov. 1837, trouwde Meerdervoort 8 jan. 1778 (aangegeven bij de gaarder ald., impost 3 gl.) Pleuntje Willemsdr. Slagboom, uit Naaldwijk (deel van Sliedrecht) (zie Kronieken 2000, nr. 3, p. 204 e.v.), geboren Sliedrecht 18 sept. 1756, dochter van Willem Slagboom en Maaijken van Rees

7 juli 1831: veiling op verzoek van en in tegenwoordigheid van Daniël de Snoo, wonende te Puttershoek, voor zichzelf en als grootvader en voogd over zijn minderjarige kleinkinderen Cornelis den Hartog, Neeltje den Hartog, Pleuntje den Hartog en Aagje den Hartog, kinderen van wijlen Leendert den Hartog en diens vooroverleden vrouw Maaike de Snoo, tevens in tegenwoordigheid van Cornelis den Hartog, wonende in het Volgerland van Sandelingenambacht, als voogd, mede ten verzoeke en in tegenwoordigheid van Willem de Snoo en Aard de Snoo, beiden wonende in het Volgerland van Meerdervoort, voor zichzelf en zich sterk makende voor Christiaan Bengevoord en Marijgje de Snoo, diens huisvrouw, beiden wonende te Puttershoek en Geertje Amersfoort, weduwe van Pieter de Snoo, wonende te Ridderkerk, als moeder en voogd van haar minderjarige kinderen, m.n. Cornelis de Snoo, Lena de Snoo en Daniël, bij haar verwekt door voornoemde Pieter de Snoo, met Willem de Snoo als toeziend voogd over deze kinderen. Hoogste inzetter: Dirk Koekelis, wonende te Dordrecht. (ONA Zwijndrecht [SA Dordrecht, archief 505], inv. 25 en 47)

Kinderen (www.familiescheurwater.nl):

NB: hiaat in NG doopboek van Hendrik-Ido-Ambacht 1718-1788.

a. Maria, geboren 1783

b. Maaijke, geboren 1785

c. Willem de Snoo, geboren Volgerland van Meerdervoort, tuinder, overleden H.I. Ambacht 2 aug. 1858

d. Maria de Snoo, geboren 6 okt. 1788 (gedoopt H.I. Ambacht 12 okt. 1788), trouwde Leendert den Hartog

e. Geertje, geboren Volgerland van Meerdervoort 10 okt. 1797

f. Gerrijt, geboren Volgerland van Meerdervoort 10 okt. 1797

Hartog [Ridderkerk]

ONA Dordrecht inv. 651, akte 32, f. 98 e.v.: op 12 juli 1714 verklaren Arien Dirksz. van Thuijl, linnenwever te Ridderkerk, Hendrick Aartsz. Hartogh, Arien Ariensz. Hartogh en Heijltie Ariensdr. Hartogh, mede wonende onder rkk, dat hun bij erfenis was aanbestorven van hun vader wijlen Arijen Hendriksz. Hartogh, die een zoon was Hendrik Ariensz. Hartogh, in zijn leven schepen te Zwijndrecht, een huis en beterschap van erf met schuur daarachter staande op het Marktveld van Zwijndrecht en dat zij daarvan afstand doen ten behoeve van hun zuster Lijsbeth Ariensdr. Hartogh. Van Tuijl tekent, de overige comparanten zetten een kruisje.

Hoekseweg [Strijen]

ONA Dordrecht inv. 71, f. 140v, akte dd 16 mei 1631: Cornelis Jansz. Houcxewech en Neeltgen Adriaensdr., echtelieden wonende in het Oudeland van Strijen, benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen bij het bereiken van hun mondigheid een bedrag van 2000 gl. uit te keren. Omdat hun beider moeders nog in leven zijn, wensen de testateuren, dat, indien één van hun moeders of beiden vóór de eerststervende van de testateuren komt te overlijden, de goederen, die hij of zij van die moeder zal erven, voor de helft aan kinderen van testateuren toekomen.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 545, akte dd 2 mei 1659 Abraham van de Wercke, burger van Dordrecht, verleent procuratie aan Job Aertsz. Welborn, schepen van Strijen, om te compareren voor het gerecht van Strijen en daar te transporteren aan Johan Geraerts, burger van Dordrecht, een schepenenschuldbrief, verleden door Salomon Jansz. Houcksenwech voor het gerecht van Strijen op 28 febr. 1647, inhoudende een bedrag van 2000 gl. en verzekerd op Houcksenwechs huis, schuur en erf in het dorp van Strijen.

Hoogstwerf [Westmaas]

Willem Pietersz. Hoogstwerf (den Ouden), gedoopt NG Hoogvliet 20 april 1664,  jongman geboren te Hoogvliet (1704), schoolmeester te Westmaas vanaf 1703, diaken ald. 1704 en 1705, koster, doodgraver en collecteur van de impost ald. 1723, overleden Westmaas 8 juni 1730, trouwde Westmaas 15 juni  1704 (otr. ald. 25 mei 1704 [DTB Klaaswaal]) Aaltje Cornelisdr. (van) Surendonck, geboren naar schatting ca. 1680, jonge dochter van Klaaswaal en wonende te Westmaas (1704), vóór hun huwelijk dienstmeid van Willem Hoogstwerf , vertrekt naar Cillaarshoek 6 april 1736 (Kwartierstatenboek Prometheus, deel XV, p. 50)

- 1699: Willem Hoogstwerf ontvangt  van de Heilige Geest Armen 1 gl. en 8 st. voor onderwijs gegeven aan de kinderen van de weduwe van Arij van de Bergh (Gemeente-archief Mijnsheerenland inv. 77)

- 18 mei 1704: Aeltje Cornelisdr. Suijrendonk, dienstmeid van Willem Hoogstwerf, voorlezer te Westmaas, klaagt, dat Willem veertien dagen na Nieuwjaar 's nachts tussen 12 en 1 uur, nadat zij samen bij Pieter van der Hoek binnen gegeten hadden, voor haar bed was gekomen "en na verscheijde tegenstant daerop was geklommen en daer bij de anderen gelegen hadden". Daarna hebben zij samengeleefd  en zij meent nu, dat zij zwanger is. Willem heeft gezegd, dat het te baren kind in Brabant besteed zal worden en dat hij haar zal huwen. Maar later heeft hij gezegd, dat als zij zwanger mocht zijn, dat hij daar wel raad op wist. Op haar vraag, hoe dan wel, heeft hij gezegd met "wat sevenboom [zevenboom of sevenboom (Juniperus sabina): heester of heesterachtige boom met lange opstijgende takken], die bij Maijke Corsse staat en wat slijp van Claes Smit sijn steen, neemt daer wat van in, 't sal dan wel vergaen." Hij had haar nog een "silverslootje" gegeven en enig geld beloofd. Aeltje klaagt bij de kerkenraad en vraagt of men hem tot trouwen kan bewegen. (Archief NH gemeente Westmaas I) 

- 4 okt. 1705: Willem Hoogstwerf niet bij Heilig Avondmaal wegens "kijvage" met secretaris Cornelis Spruijt (Archief NH gemeente Westmaas I)

- 8 sept. 1710: Willem Pietersz. Hoogstwerf koopt een bed en peluw voor 10 gl. Borg: de vrouw van Jacobus Vogelaar, weduwe Surendonk

- 29 sept. 1715: Willem Pietersz. Hoogstwerf gesuspendeerd van het Heilig Avondmaal, omdat hij ondanks alle vermaningen blijft voortgaan "int slaen en smijten van sijn vrouw". (Archief NH gemeente Westmaas I)

- 12 sept. 1719: Aeltje Surendonk, echtgenote van Willem Hoogstwerff, schoolmeester van Westmaas, wordt in het testament van haar moeder, Grietje Simonsdr. Goutswaert, weduwe van Cornelis Hendriksz. Surendonk, benoemd tot mede-erfgenaam (RA Cromstrijen inv. 9)

- 23 dec. 1722: Willem Hoogstwerf koopt voor 5 gl. 12 st. een Japanse rok uit de boedel van Jacob Aartsz. van der Waal. Borgen: Dirk van der Waal, Jan A. Dol (RA Cromstrijen inv. 16)

- 1723: Willem Hoogstwerf, koster, doodgraver en collecteur van de impost van Westmaas, ontvangt 16 gl. 15 st. en 8 penn. "wegens 't regt van kerk costerije en overluijden van de overledene als impost van een kalf, drie vaten bier op de begrafenis geconsumeert" (RA Cromstrijen inv. 37 [boedelrekening van Jacob Aertsz. van der Wael])

- 8 juni 1730: overleden Willem Hoogstwerf schoolmeester, voorlezer en voorzanger (Archief NH gemeente Westmaas)

- 6 april 1736: Aeltje Cornelisdr. Suijrendonk, weduwe van Willem Hoogstwerf, ontvangt akte van cautie van Westmaas naar Cillaarshoek (Archief NH gemeente Westmaas)

Kinderen (allen NG gedoopt te Westmaas):

a. Cornelis Willemsz. Hoogstwerf, 3 april 1707, jongman geboren te Westmaas en wonende te Cillaarshoek (1744), tr. Cillaarshoek 1/25 mei 1744 Lena Hendriksdr. Vlasblom (Ingetje Willemsdr. den Ouden [kwartier nr. 303] is doopgetuige bij vijf kinderen van dit echtpaar [NG doopboek Cillaarshoek])

b. Ingetje, 17 mei 1708 ( = kwartier 303)

c. Margrietje, 20 okt. 1709

d. Pieter, 28 juni 1711

e. Leendert, 19 mrt. 1713

f. Simon, 17 mrt. 1715

g. Leendert, 6 dec. 1716

h. Ariaentje, 28 aug. 1718 (getuige: Ingetje Samuels)

i. Lintie, 11 juni 1721

j. Samuel, geboren 3 mrt. 1723, gedoopt 7 mrt. 1723 (getuige: Ingetje Samuels)

Meijdam [Meidam]

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 322: op 21 dec. 1668 comp. voor notaris Pieter Muijs Pieter Jansz. Meijdam, getrouwd met Neeltgen Dircksen, die eerder weduwe was van Cornelis Roocken, wonende in Numanspolder. Hij verleent procuratie aan Johan Halling, regerend burgemeester van Dordrecht, om te ontvangen van Arijen Pieters, wonende op Heerjansdam, de kooppenningen van een door hem gekocht huis, dat staat in Heerjansdam. Akte door Meijdam ondertekend.

Van Meeuwen [sgd]

I. Matthijs van Meeuwen, geboren ca. 1561, overleden tussen 22 maart 1610 en 12 juni 1610, schepen van 's-Gravendeel (1602), stedehouder ald. (1603, wachter van de tol uit naam van de Grafelijkheid (1607), trouwde naar schatting ca. 1585 Marigje (Maria) Pieters Luijtens [ORA 's-Gravendeel inv. 2, 15 aug. 1619]

ORA 's-Gravendeel inv. 37: op 22 maart 1610 testeren Matthijs van Meeuwen en zijn vrouw Marigje van Meeuwen (hij is ziek)

Kinderen:

a. Clara van Meeuwen, trouwde vóór 1 aug. 1613 [ORA 's-Gravendeel inv. 38] Frans Jacobsz. van de Merck, waard in "de Arent" [ORA 's-Gravendeel inv. 38, 2 dec. 1614], schepen van 's-Gravendeel (vermeld 1623-1632), schout van De Mijl (vermeld 1622), kapitein van 's-Gravendeel (vermeld 1622), schout van s'-Gravendeel (vermeld vanaf 1632), rentmeester van Johan van Roon (vermeld 1632), aangeslagen in de 1000e penning van 's-Gravendeel anno 1626 voor een vermogen van 2000 gulden, overleden vóór 25 maart 1652

Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1: op 25 maart 1652 testeert Clara van Meeuwen, weduwe van Frans Jacobsz. van de Merck. Haar kinderen en erfgenamen zijn Jacobus van de Merck, Catharina van de Merck, Matthijs van de Merck en diens dochter Antonette, en Marija van de Merck. Voogd: haar zoon Matthijs van de Merck

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 61, f. 309 e.v.: op 10 febr. 1645 testeren Mathijs Fransz. van de Merck, schout van 's-Gravendeel en zijn vrouw Aechtgen Pietersdr. (mutueel testament).

b. Pieter Matthijsz van Meeuwen

c. Matthijs van Meeuwen, volgt II

II. Matthijs van Meeuwen, geboren naar schatting ca. 1590, secretaris van 's-Gravendeel (1616, 1626), schout van 's-Gravendeel (1630), vermeld in de 1000e penning van 's-Gravendeel uit 1626 (met 8 ponden), overleden vóór 10 okt. 1637 [ORA 's-Gravendeel inv. 3, 10 okt. 1637], trouwde Adriana van Luchtenburg

Mookhoek [sgd]

SA Dordrecht ONA Zwijndrecht inv. 7 (notaris Bastiaan Broelingh) akte dd 24 aug. 1746: Arij A. Mookhoek, weduwnaar van Cornelia Jacobsdr. Vogelaer, wonende op 's-Gravendeel, benoemt tot erfgenaam zijn zuster Lena A. Mookhoek, echtgenote van Bastiaen Jansz. Kuijp, mede wonende aldaar en benoemt tot voogd voornoemde Bastiaan Kuijp, zijn zwager.

 

Naaktgeboren [sgd]

I. Bastiaan Cornelisz. Naaktgeboren, trouwde NG Dubbeldam 2 dec. 1674 (met attestatie van 's-Gravendeel) Pieternelletie Cornelisdr.

Uit dit huwelijk (o.a.):

a. Melis Naaktgeboren, volgt II

b. Simon Naaktgeboren

Simon Naaktgeboren en Bastiaantje Beenhakker laten dopen NG Dordrecht 19 sept. 1713 een dochter Bastiaantje.

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 800, akte 9, f. 33: op 31 jan. 1724 comp. voor notaris Andries Cant Cornelis Beelaerts als rentmeester van het Heilige-Geesthuis ter Grote Kerk en Melis Naaktgeboren, wonende te 's-Gravendeel, als geinstitueerde erfgenaam van zijn broer Sijmon Naaktgeboren, die in Oost-Indië is overleden. (Hij is in 1718 is uitgevaren met het schip Strijkebolle en in 1719 "gebleven" met het schip 't Slot van Capelle.) De comparanten geven te kennen, dat het buitenechtelijke kind van voornoemde Sijmon Naaktgeboren wordt gealimenteerd door de Vaders en Regenten van het Heilige-Geesthuis, weshalve zij last en procuratie geven bij deze aan Johan Cool, marktschipper van Dordrecht op Middelburg om uit hun naam van de Heren Bewindhebberen van de VOC, ter kamere van Zeeland of hun boekhouder, te ontvangen al hetgeen Sijmon Naaktgeboren aan maandgelden te pretenderen had. Akte door Melis Naaktgeboren ondertekend.

II. Melis Naaktgeboren, gedoopt 1683

III. Bastiaan Melisz. Naaktgeboren, geboren naar schatting ca. 1715

IV. Bastiaan Bastiaansz. Naaktgeboren, geboren naar schatting ca. 1745, trouwde 1e Adriaantje Abrahamsdr. Verhagen

V. Abraham Bastiaansz. Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 25 jan. 1774, arbeider, bouwman, vlasser te 's-Gravendeel, overleden ald. 11 jan. 1831, trouwde 's-Gravendeel 5 mei 1797 (gaarder, impost 15 gl.) Neeltje Jansdr. Dorst j.d. van 's-Gravendeel

VI. Cornelis Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 8 mei 1813, overleden ald. 27 mrt. 1880, trouwde Maria Visser

VII. Hermen Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 28 juli 1839, arbeider, trouwde 's-Gravendeel 29 april 1864 Krijntje Schilperoord, geboren 13 jan. 1844, dochter van Hermanus Schilperoord en Gijsje Grondelle

VIII. Gijsje Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 15 jan. 1873, trouwde Jacob de Penning

IX. Hermina de Penning, geboren 's-Gravendeel 7 aug. 1899, trouwde Adrianus Naaktgeboren, geboren Dubbeldam 1890, zoon van Bastiaan Naaktgeboren en Maria Bongers

X. Bastiaan Naaktgeboren, geboren Dubbeldam 18 april 1925

Outraet (Barendrecht)

- 12 aug. 1631: op verzoek van Lijntgen Ariensdr., weduwe van Leendert Cornelisz., heemraad van Barendrecht, verklaren Adriaen Henricxsz. Outraet, schout en secretaris van Barendrecht, 51 jaar oud, Jacob Adriaensz. Hordijck, heemraad van Barendrecht, 54 jaar oud en Pieter Cornelisz., mede wonende aldaar, 56 jaar oud, dat zij in 1619 "beroopen ende gebeeden [zijn] geweest opt besluijten van thuwelijck tusschen Leendert Cornelisz. za. ende Lijntgen Ariensdr.", gewezen echtelieden te Barendrecht. Daarbij is overeengekomen, dat de langstlevende van hen beiden uit de gemene boedel zou ontvangen een stukje weiland van 4 mrg. 123 roe, gelegen in het Nieuw Bedijkte Land van West-Barendrecht. (ORA Dordrecht inv. 907, f. 2v e.v.)

[NG trouwboek Barendrecht: otr. 29 dec. 1619, getr. jan. 1620 Lenert Cornelisz wed. van West-Barendrecht en Lijntge Adriaens wed. van Jacob Maertensz. van West-Barendrecht.]

van Putten/van der Wael [Zuid-Beijerland]

I Cornelis Burgertsz. van Putten, trouwde NN.

Kind:

II. Burger(t) Cornelisz. van Putten, overleden in of voor 1663, trouwde 1e Aeltgen Heijndriksdr. 2e Cathalijna Hoobroeck, begraven Dordrecht 28 jan. 1665

Kinderen uit het eerste huwelijk:

1.Annneke Burgertsdr. van Putten, trouwde naar schatting ca. 1640 Arijen Leendertsz. de Jongh, geboren ca. 1615, overleden in of na 1663

2. Jacomijntgen Burgertsdr. van Putten, trouwde Cornelis Jacobsz. van der Wael

Kinderen

a. Jacob Cornelisz. van der Wael

b. Burger Cornelisz. van der Wael, woonde in Zuid-Beijerland in 1663

c. Hendrik Cornelisz. van der Wael (minderjarig in 1663)

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 180, f. 313: op 26 maart 1663 comp. voor notaris J. Melanen Burgert Cornelisz. van der Wael, meerderjarige jongman wonende  in de Hitsert [Zuid-Beijerland] voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn broer Jacob Cornelisz. van der Wael en Arijen Leendertsz. de Jongh als oom en testamentaire voogd over Hendrick Cornelisz. van der Wael. Zij verklaren, dat Cathalijna Hoobroeck, weduwe van Burger Cornelisz. van Putten, wonende te Dordrecht, aan hen heeft gedaan deugdelijke en oprechte rekening van ontvangsten en uitgaven, die Cornelis Burgertsz. van Putten, de vader van haar man, gedaan heeft als gewezen administrerend voogd over Burgert Cornelis van der Wael,  Jacob Cornelisz. van der Wael en Hendrick Cornelisz. van der Wael, zonen van Cornelis Jacobsz. van der Wael, over de goederen hun nagelaten door wijlen Jacomijntgen Borgersdr. en Aeltgen Heijndricx, resp. hun moeder en grootmoeder maternel.

Begraafboek Dordrecht (Grote Kerk) 28 jan, 1665: een baar voor de weduwe van Borgh Corenlisse van Puijten [sic], omtrent de Grote Spuistrat, een pondgraf

 

Schilman Ariensz.

NG trouwboek Dordrecht 8 okt. 1670 Schilman Ariensz. jongman van 's-Gravendeel wonende in Wieldrecht met Willemke Crijnen, van Sliedrecht

Vinck (Groote Lindt)

ORA Dordrecht inv. 709, f. 89: verklaring dd 11 aug. 1570 op verzoek van Willem Jansz. van Berckel door Fop Cleijsz., schout van Ridderkerk, 47 jaar oud, Adriaen Woutersz. Vinck, schout in De Linde, 42 jaar oud en Cornelis Heijmansz., schout van Schobbelandsambacht, 38 jaar oud.

Viskil.

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 178, f. 210 e.v.: op 26 okt. 1657 testeren Teunis Pietersz. Vischkil en Arijaentgen Leendertsdr., echtelieden wonende onder sgd, beiden gezond. Zijn benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd, die gehouden zal zijn hun eventuele kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk 150 gl. uit te reiken. Als de eerstoverlijdende zonder kinderen na te laten komt te overlijden, of als die eventuele kinderen voor hun mondigheid of eerder huwelijk komen te overlijden, moet dat bedrag aan de "vrunden" of erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende uitgekeerd worden. Akte door beiden ondertekend.

 

Visser.

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 182, f. 2, akte dd 3 jan. 1668: op verzoek van Jacob Flooren, getrouwd met Helena Jansdr., Jan Ysaacxsz., getrouwd met Maeijken Jansdr. en Leendert Willemsz. Vrooman, getrouwd met Sijchien Jansdr., kinderen en mede-erfgenamen van Lijsbeth Leendertsdr. zaliger, laatst weduwe van Jan Cornelisz. Visscher, allen wonende op sgd. Hun zwager is Cornelis Jansz. Visscher.

 

Vroman

I. Willem Woutersz. Vroman, geboren ca. 1590, vletter te 's-Gravendeel (1649), overleden vóór 1667, trouwde Marigje Bastiaansdr., overleden vóór 1 mei 1675

30 nov. 1649 compareren voor notaris D. Eelbo Willem Woutersz, Vroman 60 jaar, Jan Willemsz. Smout 42 jaar, Pieter Arijensz. Loos 50 jaar, Jan Abrahamsz. 't Hoertie 34 jaar, Jan Willemsz. Lapper 34 jaar, Arijen Arijensz. Man 33 jaar, Wouter Willemsz. Vroman 25 jaar, Dirck Willemsz. Vroman 20 jaar en Arijen Willemsz. Vroman 17 jaar (of elk daaromtrent), allen vletters wonende te sgd. Zij leggen een verklaring af op verzoek van de Grafelijkheid. (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 62, f. 1031v)

1 mei 1675: veiling  te sgd ten behoeve van de erfgenamen van Marigje Bastiaansdr., de weduwe van Willem Woutersz. Vroman, Koper of borg is de vrouw van Leendert Willemsz. Vroman (ORA sgd inv. 34)

Kinderen van Willem Woutersz. Vroman (en Marigje Bastiaansdr.?):

1. Wouter Willemsz. Vroman, volgt IIa

2. Dirck Willemsz. Vroman. geboren ca. 1630, vletter te 's-Gravendeel (1649)

3. Arijen Willemsz. Vroman, geboren ca. 1632, vletter te 's-Gravendeel (1649)

4. Leendert Willemsz. Vroman, volgt IIb

IIa. Wouter Willemsz. Vroman, geboren naar schatting ca. 1620, vletter te 's-Gravendeel (1649), overleden ca. 1665, trouwde naar schatting ca. 1650 Annichje Ariensdr. Sneep, overleden vóór 14 mrt. 1686, hertrouwde in 1667 te Maasdam met Cornelis Heijmansz. Cappiteyn (zie www.zoeteman.net)

Kinderen (volgorde onzeker):

1. Willem Woutersz. Vroman, volgt IIIa

2. Pieter

3. Arien Woutersz. Vroman

4. Lijsbeth Woutersdr. Vroman, gedoopt 20 jan. 1658

5. Pieternella

6. Maria Woutersdr. Vroman, trouwde Aart Arijensz. Mookhoek

7. Neeltje Woutersdr. Vroman, geboren naar schatting ca. 1645, trouwde NG Dubbeldam 6 april 1665 (met attestatie van 's-Gravendeel) Willem Jansz. van Tricht, schepen van Wieldrecht (1668)

8. Willem Woutersz. Vroman

Zijn zoon is mogelijk:

a. Wouter Vroman, jongman van 's-Gravendeel (1701) trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5 jan. 1701 (de bruidegom met schriftelijk consent van zijn vader, de bruid geassisteerd met haar vader Willem Raalhoff) Angenieta Raalhoff jonge dochter van Dordrecht (1701)

IIb. Leendert Willemsz. Vroman, geboren naar schatting ca. 1635, schepen van Wieldrecht (1669), overleden vóór 27 juli 1701, trouwde 1e naar schatting ca. 1665 Sijgje Jansdr.,  overleden ca. 1669, dochter van Jan Cornelisz. Visser (en Lijsbeth Leendertsdr. ?), 2e NG Cillaarshoek 11 mei 1670 (met attestatie van sgd) Neeltje Cornelisdr.

3 mei 1668: voor Heijmen Pietersz. en Willem Jansz. van Tricht, schepenen van Wieldrecht, testeren Leendert Willemsz. Vrooman en Sijgje Jansdr., echtelieden wonende te Wieldrecht, hij gezond, zij ziek. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam (Weeskamer sgd inv. 1)

19 okt. 1668: Leendert Willemsz. Vroman leent geld van Geerardt de Beveren, dijkgraaf van de polder Wieldrecht en verbindt daarvoor zijn huis in de Noorvoorstraat te sgd (ORA sgd inv. 83)

19 okt. 1669: schuldbekentenis van Leendert Willemsz. Vroman, schepen van Wieldrecht, aan Gerard de Beveren (ORA sgd inv. 4)

27 juli 1701: testament van Neeltie Cornelisdr., laatst weduwe van Leendert Willemsz. Vroman, wonende in Wieldrecht omtrent de stad Dordrecht, gepasseerd voor de Dordtse notaris C. van Aansurg. Legaat voor haar reeds getrouwde zoon Dirck Vroman. Testatrice benoemt tot erfgenamen haar dochters Sijgie en Maria Vroman en tot voogd over haar minderjarige erfgenamen Hendrick van  Wingerden, burger van Dordrecht. Zij tekent met haar naam.(SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 705, akte 81, f. 202 e.v.)

6 nov. 1701: Neeltie Cornelisdr., weduwe van Leendert Willemsz. Vroman, benoemt tot medevoogd Arijen Woutersz. Goudriaen, wonende op het Wachthuis "'t eijnde de Kille". Zij tekent met een merk. (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 705, akte 116, f. 332 e.v.)

Arijen Woutersz. Goudriaen trouwde in 1692 te sgd met Maritje Bastiaansdr. Vroman (NG trouwboek Boven-Hardinxveld 2 aug. 1692: attestatie om in sgd te trouwen)

Kinderen (ex 2, volgorde onzeker):

1. Dirck Leendertsz. Vroman, geboren naar schatting ca. 1675, oveleden na 27 juli 1701

2. Sijgje (Suffia) Leendertsdr. Vroman, geboren naar schatting ca. 1680, jonge dochter van Wieldrecht, wonende aan de Blauwpoort [te Dordrecht], geassisteerd met haar nicht Bastiaentie van de Wingert (1707), trouwde Gerecht Dordrecht/NG Dordrecht 1/15 mei 1707 Jacob Mol jongman van Dordrecht, wonende op de Wolwevershaven, geassisteerd met zijn vader (1707)

3. Marij Leendertsdr. Vroman, gedoopt NG sgd 10 okt. 1683, (getuigen: Arie Woutersz. Vroman, Bastiaan Cornelisz. Naaktgeboren, Marijtje Cornelisdr.), jonge dochter van Wieldrecht wonende aldaar (1702), trouwde NG Klundert 16 juni 1702 (ondertrouw, attestatie om te 's-Gravendeel te trouwen) Jacobus Krijnen Rijkevorsel jongman van de Moerdijk (1702)

IIIa. Willem Woutersz. Vroman, geboren naar schatting ca. 1650, overleden 's-Gravendeel 15 okt. 1702, trouwde NG Cillaarshoek 25 mei 1670 Teuntje Jacobsdr. Smit

Kinderen:

a. Annigje (Anna) Vroman, trouwde Arijen Bastiaansz. Vogelaar

b. Gerrit Willemsz. Vroman, geboren naar schatting ca. 1675, trouwde sgd 23 okt. 1704 Neeltje Corssen Moockhoeck

- 22 okt. 1703: comp. voor notaris W. de Voogt te sgd Gerrardt Willemsz. Vroman, jongman wonende te sgd, ziek zijnde. Hij legateert aan zijn zuster Marijgje Willemsdr. Vroman een huis aan de Haven van sgd, alsmede de "stallinge" of schuur daarnaast staande aan de oostzijde, hem testateur onlangs aangekomen bij overlijden van zijn vader Willem Vroman. Aan zijn twee andere zusters, Hester en Teuntje Vroman legateert hij, ieder voor de helft, het buiten Poldervliet, gelegen aan de noordzijde van de Haven van sgd, groot omtrent twee en en halve morgen, hem insgelijks aangekomen door erfenis. Tot erfgenaam van al zijn overige goederen benoemt hij zijn broer Dirck Vroman en tot voogden en executeurs van zijn testament stelt hij aan zijn oom Arijen Woutersz. Vroman en zijn broer Dirck Vroman. (ONA SGD inv. 4588, akte 11)

- 14 febr. 1706: testament van Gerrit Willemsz. Vroman en Neeltje Corssen Moockhoeck, echtelieden wonende te sgd, beiden gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden aan tot erfgenaam. Tot voogden benoemen zij de langstlevende, zijn broer Dirck Vroman en hun goede bekende kapitein en commandeur Abram de Renoij. Akte door comparanten ondertekend. (ONA SGD, inv. 4588, akte 56)

- 13 dec. 1708: Arijen Vroman, schepen te sgd en Gerrit Vroman, wonende te sgd, stellen zich borg t.b.v. Cornelis van der Putten, wijnhandelaar te Dordrecht, voor een somma van 36 gl., welke Arijen Bastiaensz. Vogelaar, getrouwd met Anna Vroman, mede wonende te sgd, aan Van der Putten schuldig is wegens leverantie van wijnen. Akte door comparanten ondertekend. (ONA SGD, inv. 4588, akte 112)

c. Lijntje

d. Hester Willemsdr. Vroman

e. Teuntje Willemsdr. Vroman

f.  Dirk Willemsz. Vroman

g. Marijgje Willemsdr. Vroman