50e penning Dordrecht 1580 (deel 2)
Laatst bijgewerkt op 2 sept. 2010
f. 36
T Derde Quartyer beginnende aen die Tollebrugge aen die landtzijde aen die haevenzijde gaende nae den Rijedijck toe [Voorstraat-Riedijk havenzijde tussen Tolbrug en Riedijkspoort]
Jan Vorsterman tingieter 4
Marijcken die naeijster huurt van Willem Ram om 12 gl. 3-16-12
Jan Thijssoon boekbinder huurt van [naam niet vermeld] om 12 gl. 3-16-12
Dirck Sweeren 3-4
Henrick Bastiaensz. huurt van Aert Pouwelsz. smid om 30 gl. 9-12
f. 36v
Ariaen Vossch schoemaecker 6 gl.
Joris Claesz. huurt van Jan Barentsz. om 36 gl. 11-10-4
Dirick Woutersz. zeemtouwer 6
Cornelis Cornelisz. bosmaker 6
Jacob Alewijnsz. 8
Jacob Smout goudsmid 8
Barent Barentsz. snijder huurt van Tielman Eeuwoutsz. om 36 gl. 11-10-4
f. 37
Balten Claesz. schoenmaker huurt van Thonis Jansz. om 30 gl. 9-10-4
De weduwe van Pieter Ogijersz. 6
Henrick Thijssz. huurt van Ghijssbert Jordensz. om 24 gl. 6-13-8
Dirck Mathijsz. schoenmaker 8
[ORA Dordrecht inv. 712, f. 10 e.v. (akte 32), verklaring op verzoek van Cornelis 't Jong en Dirck Mathijsz., schoenmakers te Dordrecht, door Willem van Beaumont Fransz., deken van het Schoenmakersgilde te Dordrecht, 60 jaar oud, Steven Buijs, 48 jaar, Wouter Adriaensz., 28 jaar, Frans Willemsz., 28 jaar, Hieronimus van de Steen, 30 jaar, Dirck Jordensz., 26 jaar, Thijs Dircxsz., 50 jaar, Cors Fransz., 22 jaar, Cornelis Fransz., 26 jaar, Willem Rijsberch, 30 jaar, Henrick Snouck, 31 jaar, Lambert Baerntsz., 30 jaar, Sijmon Maertensz., 25 jaar, Henrick Cornelisz., 36 jaar, Cornelis Cornelisz., 34 jaar en Evert Cornelisz., 25 jaar. Deposanten verklaren, dat zij op vrijdag 29 dec. 1578 met andere mede-gildebroeders en schoenmakers morgenspraak gehouden hebben in het Augustijnenklooster om een gildebroeder te ontvangen en dat Dirck Mathijsz. schoenmaker toen gezegd heeft "Ghijluijden weet wel dat wij eens te rechte gegaen hebben, dat eenen mennonist inde gilde wilde comen sonder eet te doen". Waarop Cornelis Egbertsz. schoenmaker tegen Dirck gezegd heeft "Ghij bent wel een oersaeck in dien mans doot. Ghij oudt verraeder, ghij schelm, ghij bloetsuijper" en meer van dergelijke scheldwoorden. Cornelis 't Jong heeft toen tegen Cornelis Egbertsz. gezegd: "Schaempt ghij u nijet Cornelis dat ghij sulcke woerden spreeckt. Ghij gheeft nijet meer om een luegen dan die wint die daer henen waijt." Cornelis Egbertsz. is toen opgestaan en heeft 'Cornelis t Jong een stoot op zijn borst gegeven en gezegd: "Liech ick daer aen, coempter uijt" en dreigde hem te slaan. Frans Willemsz., Cornelis Cornelisz. en Evert Cornelisz. verklaren, dat, toen zij naar buiten gingen en weer op straat gekomen waren Cornelis Egbertsz. naar Cornelis 't Jong heeft uitgehaald. Toen Cornelis 't Jong Cornelis Egbertsz. stootte, trok Cornelis Egbertsz. zijn mes, dreigde hem daarmee te steken, roepende "Hij met zijnen zoon, ghij bloetsuijper" en maakte op straat een groot kabaal. Frans Willemsz., Evert Cornelisz. en Cornelis Cornelisz. wilden hen uit elkaar houden, maar Cornelis Egbertsz. zei tegen Cornelis Cornelisz.: "Wilt ghijt hebben?" en dreigde hem met zijn mes te steken. De volgende zaterdag zijn de gildebroeders weer bijeengekomen om de kwestie bij te leggen op verbeurte van een schelling Vlaams, maar Cornelis Egbertsz. heeft het toen laten afweten. Toen zij de maandag daarop weer morgenspraak hielden, waarbij Cornelis Egbertsz. wel aanwezig was, heeft Dirck Mathijsz. zijn beklag gedaan, zeggende "Goede mannen, ick wordt gescholden voor een verraeder ende bloetsuijper. Ben ick een verraeder ende bloetsuijper, soo ben ick nijet waerdich om onder een eerlijcke compangie te comen ende ben ick 't nijet straft dan een ander als 't behoort". Dirick Mathijsz. en Cornelis zijn beiden daarop naar buiten gegaan en de deken heeft vervolgens de gezellen op hun eed gevraagd, hoe die woorden gevallen waren. Sommigen, die het gezien en gehoord hadden, hebben verklaard, dat het gegaan was als voorschreven staat. Cornelis en Dirck zijn weer binnengeroepen en men heeft tegen Cornelis gezegd, dat hij overstemd was en dat alle schuld bij hem lag. Hij heeft daarop gezegd: "Zoe moet ick de minste wezen. Al waert eenen dootslach, het moet gesoent wezen." Cornelis de Jonge [sic] heeft mede zijn beklag gedaan over hetgeen Cornelis Egbertsz. hem had aangedaan en zei: "Ben ick zulcx als hij mij (denoterende de voorsz. Cornelis Egbertsz.) geschandaliseert heeft soo ben ick niet waerdich 't gilt te dienen. Ben ick 't nijet, straft een ander." Na "vele woerden ende bidden" van de dekens en gezellen hebben Cornelis Egbertsz., Cornelis 't Jong en Dirick Mathijsz. hun geschil onderworpen aan het oordeel van de dekens en gezellen van het gilde, met belofte dat zij de zaak tegen de ander "nijet voirder procederen souden in rechten." Zij zijn met hun drieën naar buiten gegaan en de dekens en gezellen hebben toen besloten, dat Cornelis Egbertsz. als "amende" geven zou een bedrag van 3 gl. "int gelach voerde gemeene gesellen" en nog eens 3 gl. voor de wezen van Dordrecht. Cornelis is bovendien afgezet als deken van het gilde en er is met zijn instemming een nieuwe deken gekozen.]
Sijmon Maertensz. schoenmaker 7
Geerit Jansz. glaesmaecker 6
Karstiaen Lenertsz. zeemtouwer huurt van Cors Jansz. kuiper om 42 gl. 13-8-12
f. 37v
Aeltgen Dircx huurt van Ariaentgen Jansdr. om 21 gl. 6-14-6
Coen Jansz. vaetspoelder 4
Tonis Thonisz. apotheker 10
[ORA Dordrecht inv. 719, f. 303v: op 9 mrt. 1591 verkoopt Anthonis Anthonisz. cruijenier aan Anthoni Wiltens Anthonisz. schoenmaker een huis tegenover het Sint Jansgasthuis [Voorstraat bij de Nieuwstraat], staande tussen het huis van Dirck Jacobsz. Clootwijck goudsmid en dat van de weduwe van Cornelis de wijnkuiper. Waarborg: Henrick Sijmonsz. van Slingelandt. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1775 gl. Borgen: Jacob Frans Wittesz., schepen van Dordrecht, Sijmon Wiltens en Jasper Pietersz.]
Dirick Jacobsz. [Clootwijck] goudsmid 13.
Cornelis van Diemen tresorier 15
Claes Jansz. de Heer 10
Dingna 't brandewijnwijff 9
f. 38
Jan van Hoessden schoenmaker huurt van Cornelis Jansz. glaesmaecker om 48 gl. 15-8-12
Geerit Fransz. schoenmaker 7
Pieter Sijmonsz. korenkoper 11
Adriaen van Hoochstraten 13
Frans Staesz. inde Lelije 15
[Genealogie:
I. Jan NN
Kinderen:
a. Vranck Jansz. Noij, volgt IIa
b. Adriaen Jansz. Noij, volgt IIb
IIa. Vranck Jansz. Noij
Kind:
a. Jan Vranckesz., volgt IIIa
IIb. Adriaen Jansz. Noij
Kinderen:
a. Vranck Adriaensz.
b. Cornelis Adriaensz. Veer, volgt IIIb
c. Lijsken Adriaensdr.
d. Aeriaentgen Adriaensdr.
IIIa. Jan Vranckesz., burgemeester van Dordrecht, beleend op 14 mei 1529 (Ons Voorgeslacht 1996, p. 223)
- 13 mrt. 1571: op verzoek van Frans Staesz. verklaart Pieterken Woutersdr., 81 jaar oud, vrouw van Adriaen Dircxsz. Droechgen, bij ede, dat zij ongeveer 70 jaar lang kennis gehad heeft aan Jan Vranckesz., in zijn leven burgemeester van Dordrecht, tot aan zijn overlijden toe. Zij weet, dat een zekere Cornelis de Veer, de grootvader van Frans Staesz. en Jan Vranckesz. "oudtoems kinderen" waren, "alsoe zij getuijge woende naest de huijse van de voersz. Cornelis de Veer". Zij heeft vaak tegen de kinderen van Cornelis de Veer gezegd, jullie zullen nog erven van Jan Vranckesz. en dan zeiden zij, dat is waar, want hij heeft geen kinderen. Getuige verklaart voorts, dat Jan Vranckesz. "tot zijnen huijse nam Frans Cornelisz. (de zoon van voersz. Cornelis de Veer) dewelcke hij onderhielde ende den cost gaf ende schole liet gaen sulcx dat dvoersz. Jan Vranckesz. hem naer de hant priester maecte ende dat oeck de zelven Frans Cornelisz. binnen Jan Vranckesz. huijs priester gestorven is" en dat zij nooit gehoord heeft, dat Jan Vranckesz. tantes heeft gehad, zodat hij geen andere verwanten had dan Cornelis de Veer en diens kinderen. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 179)
- 17 nov. 1571: op verzoek van Cornelis Pietersz. tingieter c.s. verklaart Jan van Oirle Gijsbertsz., 77 jaar oud, dat wijlen heer Frans Cornelisz. priester gewoond heeft ten huize van Jan Vranckesz., in zijn leven burgemeester van Dordrecht, dat de vader van heer Frans Cornelisz. Cornelis Veerman heette, dat heer Frans een broer had genaamd Staes, de vader van Frans Staesz. in de Lelie, dat hij niet weet "hoe nae van maesschap ofte van bloede dvoersz. heer Frans was aen voersz. Jan Vranckesz.", maar dat Jan Vranckesz. hem als een verwant van vaderszijde beschouwde. Voorts verklaart hij, dat hij zijn moeder heeft horen zeggen, dat Jan Vranckesz. getrouwd is geweest met IJchgen Jan Roelofsdr., maar dat hij bij haar geen kinderen had. Na haar overlijden zou Jan een concubine gehad hebben, genaamd Digna, die een dochter was van Roel de bakker. Bij haar zou Jan een dochter verwekt hebben, genaamd Jannechen, die naderhand gewettigd is en getrouwd is met Bastiaan van der Nat, die bij een haar een dochter heeft verwekt, wier naam deposant niet kent. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 266v e.v.)
Kind (uit een buitenechtelijke relatie met Digna NN, dochter van Roel de bakker:
a. Janneken Jansdr., bij overdracht door haar vader beleend op 29 okt. 1535, overleden vóór 18 dec. 1566, trouwde vermoedelijk 1e Bastiaan van der Nat (uit dit huwelijk een dochter), 2e vóór 29 okt. 1535 Heineman Vincentsz. van de Ketel (Ons Voorgeslacht 1996, p. 223)
Kinderen:
a-1. Sebastiaen van de Ketel Heinemansz., overleden tussen 18 dec. 1566 en 15 juli 1567 (Ons Voorgeslacht 1996, p. 223)
a-2. Jan van de Ketel Heinemansz., ambachtsheer van Gravenambacht, beleend 15 juli 1567 (Ons Voorgeslacht 1996, p. 223)
IIIb. Cornelis Adriaensz. (de) Veer (Veerman), geboren naar schatting ca. 1460
Kinderen:
a. Frans Cornelisz. priester
- 8 mrt. 1544: Aechtgen, dochter van mr. Frans Cornelisz. de Veer, transporteert aan Frans Jan Florisz. timmerman een rentebrief van 4 gl. jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 693, f. 99v)
b. Staes Cornelisz., volgt IV.
c. mogelijk: Jacob Cornelisz. (de Veer), geboren ca. 1507, schipper te Dordrecht, overleden ca. 1577
IV. Staes Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1490
Kind:
a. Frans Staesz.., geboren ca. 1520, volgt V
V. Frans Staesz. in de Lelie, geboren ca. 1520, waard in "de Lelie" te Dordrecht (vermeld 1584), overleden ca. 1585, trouwde Anneke Cornelisdr.
- 24 sept. 1558: verklaring door Frans Staesz. in de Lelie, ongeveer 38 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 701, f. 6)
- 11 juni 1571 : op verzoek van Frans Staesz. verklaart Jan van Oirle Gijsbertsz., dat hij vele jaren geleden "groete conversatie" heeft gehad met Jan Vranckesz., in zijn leven burgemeester van Dordrecht, aangezien Jan Vranckesz. getrouwd was met de tante van zijn moeder en dat hij Jan Vranckesz. verscheidene keren heeft horen zeggen, dat heer Frans Cornelisz. priester, die bij hem in huis woonde "hem zeer nae was van maechscap ende van zijnen naeste bloede". Frans Corneliszoons vader was Cornelis Adriaensz. de Veer, die getuige eveneens zeer goed gekend heeft. Deze Cornelis had vele kinderen, onder wie een zekere Staes Cornelisz., de vader van de rekwirant. Tenslotte verklaart de getuige, dat hij nog nooit gehoord heeft, dat Jan Vranckesz. een tante gehad heeft, die Aef Jan Vranckesz. heette. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 258)
- 16 nov. 1576: Frans Staesz., waard in "de Lelie", verkoopt aan Geerit van de Brouck en Aert Jansz. van de Grave huistimmerman de helft van een huis in het Steegoversloot, "t welck plach te wesen het brouhuijs van de Augustijnen" met het erf daarnaast en de loods die daarop staat. Kopers zijn schuldig aan verkopers een somma van 54 ponden. Borg: Pieter Pietersz., waard in "het Vlies". (ORA Dordrecht inv. 732, f. 216)
-11 mei 1584: Nikolaas van der Burch Woutersz. beleend bij overdracht door Frans Staesz., waard in "de Lelie" te Dordrecht (Ons Voorgeslacht 1996, p. 224)
- 10 nov. 1586: comp. Lijnke Jansdr., weduwe van Sijmon Cornelisz. den Deen, voor zichzelf en tevens vervangende haar kinderen, Cornelis Sijmonsz. en Grietgen Sijmonsdr., mede als procuaratie hebbende van Adriaen Joachimsz. te Rotterdam, als erfgenamen van Anneke Cornelisdr., getrouwd geweest met Frans Staesz., die gewoond heeft in "de Lelije" te Dordrecht. Comparanten [sic] verklaren volledig voldaan en betaald te zijn door Antonis Jan Mathijsz., als man en voogd van Lijsge Pieter Willemsdr., van hun aandeel in een somma van alzulke 375 gl. "als bij vvtspraecke van seeckere arbiters hen comparanten inde voorsz. qualite toe geleijt sijn geweest vvt saecke vanden gescille dat geresen was tusschen den voorsz. Antonis inden voorsz. qualite ter eenre ende hen comparanten als erffgenamen vanden voorsz. Anneke Cornelisdr. ter andere sijde, wesende dselve vvtspraecke van date den VIII septembris [1584]". (ORA Dordrecht inv. 739, f. 60)]
Ariaen Ariaensz. harnasveger 10
Wouter Ariaensz. schoenmaker 6
Cornelis Egbertsz. schoenmaker 10
f. 38v
Ariaentgen Pieters bacxster 14
Hans Bartholomeeus [Tielman Henricxsz.] huurt van voornoemde Ariaentgen om 18 gl. 5-15-4
Die meijssens van Vuijtrecht huren van Frans van Altena om 48 gl. 15-8-12
Frans in Altena 12
[ORA Dordrecht inv. 738, f. 286: verklaring dd 29 nov. 1585 op verzoek van Michiel Rijsack van "Weset" in het Land van Luik door Franck Ghijsbrechtsz. in Altena, gezworen appelmeter en burger van Dordrecht, ongeveer 53 jaar oud.]
Aelbert Pietersz. schipper 12
Josijna Wijlants 12
Jan van Asperen 15
[ORA Dordrecht inv. 717, f. 269: op 6 nov. 1587 verkoopt Jan van Asperen Jansz. aan Niclaes Jansz. Kruidenier, oudraad van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 3 ponden groten Vlaams, verzekerd op een huis genaamd "den Wolf" [?], staande aan de Landzijde tegenover de Munt tussen het huis van Jan Aertsz. korendrager en dat van de weduwe van Jan Wielandtsz.]
f. 39
Willem Wolffraet 12
Marijken Aelberts 12
Anthonij Cora 18
Jaecques Despontijn met de kelder 18
Pieter Struijs huurt van Blasius Boucquet om 72 gl. 23 gl. 12 penn.
Tijs Geeritsz. snijder huurt van voornoemde Boucquet om 18 gl. 5-15-4
Berber Dionijsdr. 4
[I. Nijs Michielsz., geboren ca. 1524, mandenmaker te Dordrecht, overleden in 1567 of 1568, trouwde ca. 1543 Marijken Cornelisdr., overleden vóór 8 nov. 1568
- 26 okt. 1543: Nijs Michielsz.,als man en voogd van Maricken Cornelisdr. verklaart, dat Pieter Jansz., de oom van zijn vrouw, die houder is van deze brief, hem voldaan heeft van 7 gl. en 3 st. jaarlijkse losrente en 2 gl. jaarlijkse losrente, "ende dat in volder betaelinge van haer porcie angecomen ende bestorven bij dode van Evertgen Zebendochter", haar grootmoeder. (ORA Dordrecht inv. 693, f. 64v e.v.)
- 24 dec. 1566: Cornelis Willemsz. schiptimmerman verklaart volledig voldaan te zijn door zijn zwager Dionijs Machielsz. "van de administratie ... die voorsz. Dionijs Michielsz. als voecht geweest hebbende van hem comparant gehadt heeft van de ... erffenisse ende besterffenisse hem comparant aengecomen ende aenbestorven bij doede ... van wijlen Meijnsken Thoenisdr.". (ORA Dordrecht inv. 706, f. 92)
- 6 mrt. 1567: Pieter Matheusz., schipper te Dordrecht, verkoopt aan Dionijs Michielsz. mandenmaker een huis bij de Vuilpoort, staande tussen het huis van Lambert de wagenmaker en dat van Balten Fransz. schipper. Koper is schuldig aan verkoper 28 ponden groten Vlaams. Borg: Gillis Henrijcxsz. schoenmaker. (ORA Dordrecht inv. 706, f. 155v)
- 8 mei 1568: Lambrecht Willemsz., als oom en voogd van de kinderen van wijlen Dirck Willemsz., verkoopt aan Pieter Cornelisz., als oom en bestorven voogd van Michiel Dionijsz. en Barbara Dionijsdr., voor henzelf en voor hun broer en zusters, allen erfgenamen van wijlen Dionijs Michielsz., een huis aan de Landzijde (Voorstraat) tegenover de Munt, staande tussen het huis van Blasius Boucquet en het huis van voornoemde erfgenamen. Koper is schuldig aan verkoper 10 ponden groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 726, f. 12)
- 8 nov. 1568: Joris Michielsz., wonende te "Loeven", als oom en voogd van vaderszijde van de weeskinderen van zijn broer, wijlen Dionijs Michielsz., verleent procuratie aan Jan Foppesz. om over te gaan tot scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Dionijs Michielsz. en Marijken Cornelisdr., de ouders van genoemde kinderen en "dat bij goetduncken van Pieter Cornelisz.", hun oom van moederszijde. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 95)
Kinderen:
a. Michiel Nijssen, geboren ca. 1544, schipper, trouwde NG Dordrecht 8 sept. 1576 (beiden van Dordrecht) Toentge Sijmons, trouwde 2e vóór 1581 Hendrick de Briever
- 11 juli 1575: Michiel Dionijsz. verkoopt aan Pieter Cornelisz. schipper een twaalfde part in een huis omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde, staande tussen het huis van Balthasar Fransz. en het huis van Lambert de wagenmaker, hem aangekomen door overlijden van zijn zuster Meijnsgen Nijssen. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 234v)
- 18 juli 1580: verklaring door Michijel Dionijsz, schipper en burger van Dordrecht, ongeveer 36 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 5)
b. Barbara Nijssen, volgt II
c. Cornelis Nijssen, geboren ca. 1555
- 15 juni 1575: Cornelis Nijssen verklaart door Pieter Cornelisz. schipper volledig betaald te zijn van de kooppenningen van 1/3 part en 1/4 part van een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Balthasar Fransz. en dat van Lambert de wagenmaker, hem aangekomen door overlijden van zijn ouders, Nijs Michielsz. en Marijken Cornelisdr. en zijn zuster Meijnsgen Nijssen. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 216)
d. Meijnsgen Nijssen, geboren ca. 1556, overleden vóór 11 juli 1575, vermoedelijk ongehuwd
e. Trijntgen Nijssen, geboren ca. 1560
II. Berber (Barbara) Dionijsdr. (Nijssen), geboren ca. 1551, overleden te Dordrecht in 1626, trouwde 1e ca. 1568 Jan Jansz., 2e NG Dordrecht mrt. 1573 Jan Adriaensz. (in de Kelck), schipper te Dordrecht, overleden ca. 1579, 3e NG Dordrecht 6/22 nov. 1580 Jan Jansz. (Kelck), schippersgezel van Dordrecht (1580), schipper (1594), overleden tussen 10 sept. 1599 en 4 febr. 1604
- 9 mei 1576: Vas Cornelisz., Pieter Cornelisz. schipper, als man en voogd van Lijsgen Cornelisdr., Claes Fransz., als man en voogd van Anneken Eeuwoutsdr. en tevens vervangende Cornelis Eeuwoutsz. en Marijcken Eeuwoutsdr. *, Michiel Dionijsz. voor zichzelf, Jan Ariensz., als man en voogd van Barbara Nijssen en Trijntgen Nijssen, samen erfgenamen van Jan Thonisz., voor zichzelf en tevens vervangende hun mede-erfgenamen, verkopen een huis omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde, staande tussen het huis van Cors Jansz. en 's herenstraat. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 119)
* 2 juni 1572: Cornelis Eeuwoutsz., voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Marichen Eeuwoutsdr. en Claes Fransz., als man en voogd van Anneken Eeuwoutsdr., verdelen de goederen, die hun zijn aangekomen door overlijden van Frans Anthonisz., schepen in wette van Dordrecht, door overlijden van diens zoon Willem Fransz., inwoner van Schiedam, resp. hun oom en neef en door overlijden van Meijns Thonisdr., hun grootmoeder. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 52 e.v.)
- 22 juni 1579: comp. voor schepenen van Dordrecht Barbara Dionijsdr., weduwe van Jan Adriaensz. inde Kelck, schipper te Dordrecht, met haar gekoren voogd en Thonis Adriaensz. en Pieter Adriaensz., schippers, als ooms en voogden van Dionijs Jansz., ongeveer 3 jaar oud en Lijsbeth Jansdr., iets meer dan één jaar oud, beiden weeskinderen van Jan Adriaensz., door hem verwekt bij Berbara Dionijsdr. en sluiten een overeenkomst betreffende de scheiding van de boedel, die door Jan Adriaensz. is nagelaten. Berbara de goederen, die zij in gemeenschappelijk bezit met haar overleden man heeft gehad, behouden, mits zij belooft haar voornoemde kinderen schadeloos te houden van de uitschulden en hen te onderhouden, op te voeden, te laten leren etc. tot hun achttiende jaar en "alsdan de selve kinderen eerlijk vuijt te setten naer haer staet". Voor de nakoming hiervan verbindt zij haar huis, staande tegenover de Munt [in de Voorstraat] tussen het huis "de ["Kelck" is doorgehaald] Blaue Pan" en het huis van Cors Jansz. smid. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 97v e.v.)
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding Dordrecht 1594), f. 77: Jan Jansz. in de Kelck betaalt voor zijn huis in de Voorstraat ponden.
ORA Dordrecht inv. 743, f. 160v: op 30 april 1594 verkopen Niclaes Segersz. schipper, Hans Geeritsz. [van Bielekercken] kleermaker, als man en voogd van Marijken Segersdr. [otr. NG Dordrecht 12 aug. 1590], voor zichzelf en vervangende Huijch Olen schipper, als man en voogd van Aeltgen Segersdr. en Reijer Segersz., allen erfgenamen van Zeger Jansz., hun vader, aan Jan Jansz. Kelck schipper een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Wouter Ariensz. oudschoenmaker en dat van Ocker Ariensz. bierdrager.
ORA Dordrecht inv. 897: op 10 sept. 1599 legt Berber Nijssen, ongeveer 48 jaar oud, vrouw van Jan Jansz. in de Kelck, een verklaring af t.b.v. Michiel Spranger en de weduwe en erfgenamen van Arien Ariensz. Spranger.
ORA Dordrecht inv. 899: op 4 febr. 1604 legt Barbara Nijssen, weduwe van Jan Jansz. in de Kelck, ongeveer 51 jaar oud, een verklaring af t.b.v. Aeltgen Dircx, weduwe van Arijen Pietersz.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 78 (1000e penning Dordrecht 1626): Barbara Nijssen, "is niet halen", 6 ponden is doorgehaald.
ORA Dordrecht inv. 766, f. 61v: op 10 dec. 1626 comp. voor schepenen van Dordrecht Dionijs Jansz. Vlaming zilversmid, Pieter Theunisz. tingieter, als man van Elisabeth Jansdr. en Theunis Jansz. Kelck, mitsgaders Mariken Jansdr. van Haenwijck, zowel voor zichzelf als vervangende Jan Jansz. van Haenwijck, haar broeder, beiden kinderen van Jan Jansz. Kelck, allen tezamen kinderen en kindskinderen van Barber Dionisdr., hun moeder, schoonmoeder resp. grootmoeder. Comparanten verkopen aan Pieter Pietersz. Both, loodgieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tegenover de Munt, genaamd "de Kelck", aan de ene zijde belend door het huis van Marijken Huijgen en dat van Gerrit Embrechtsz. aan de andere zijde. Het huis is belast met 1400 gl. kapitaal äen diversche renten". Koper kent schuldig aan verkopers een somma van 2500 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 400 gl.
Kinderen:
Ex 1:
a. Dionijs Jansz. Vlaming, geboren ca. 1576, goudsmid van Dordrecht (1600), zilversmid (1626), trouwde NG Dordrecht 30 juli 13 aug. 1600 Geertruijt Anthonis Goertsen, van Dordrecht (1600)
b. Lijsbeth Jansdr., geboren ca. 1578, trouwde naar schatting ca. 1600 Pieter Teunisz. tingieter
Ex 2:
c. Janneken, gedoopt NG Dordrecht 24 juni 1583
d. Jan Jansz. Kelck, geboren naar schatting ca. 1585, schippersgezel "in de Kelcke", van Dordrecht (1606), overleden vóór 6 okt. 1624, trouwde NG Dordrecht 30 april 1606 (otr.) Agneesken Wouter Corstendr., van Dordrecht (1606)
Kinderen:
d-1. Maijken Jansdr. van Haenwijck, geboren naar schatting ca. 1606, trouwde Cornelis Jansz.
ONA Dordrecht inv. 83, f. 411v, akte dd 3 mei 1643: Cornelis Jansz. en zijn vrouw Maijken Jansdr. benoemen tot voogd Jan Jansz. Kelck schipper, resp. hun zwager en broeder.
d-2. Jan Jansz. Kelck (alias van Haenwijck) geboren ca. 1607, schippersgezel, schipper, Londenvaarder, overleden na 4 febr. 1681
ONA Dordrecht inv. 28, f. 256 e.v.: op 6 okt. 1624 comp. voor notaris G. de Jager Jan Jansz. Kelck, "mede varende naer de West Indiën". Hij benoemt tot erfgenaam van zijn na te laten goederen zijn moeder Angenietge Woutersdr., weduwe van Jan Jansz. Kelck, wonende te Dordrecht, "ende oft gebeurde dat sijn testateurs grootmoeder Berbertgen Nijssen voor hem comparant deser werelt quam te overlijden, heeft hij in sulcken gevalle gewilt ende begeert, dat alle d'selve goederen erven ende besterven sullen op de voorsz. sijne moeder" of bij vooroverlijden haar zuster Neeltgen Woutersdr. Indien zijn verdere naast verwanten "wilde sustineren recht van preferentie in dese sijne testateurs naer te laten goederen", zullen zij genoegen moeten nemen met 6 gl. elk. Hij tekent met een kruisje.
ORA Dordrecht inv. 908, akte dd 23 aug. 1639: verklaring op verzoek van Arnoult Vriesenburch, goudsmid te Amsterdam, door Abraham van de Water kruidenier, 28 jaar oud en Jan Jansz. Kelck, 32 jaar oud.
e. NN, gedoopt NG Dordrecht febr. 1587
f. NN, gedoopt NG Dordrecht april 1591
g. Theunis Jansz. Kelck]
Cors Jansz. smid 4
f. 39v
Aert Thomasz. snijder 10
Dirick Cornelisz. Praem 10
Cornelis Pouwelsz. schoenmaker 8
[NG trouwboek Dordrecht febr. 1576: [ondertrouwd] Cornelis Pauwelsz. van Breda en Lijsbeth Diericxdr. van Dordrecht.
Idem 20 sept. 1587: [ondertrouwd] Niclaes van de Corput Marcelisz. weduwnaar en Betteken Dirrick Michielsdr. weduwe van Cornelis Pauwelsz., beiden van Breda
ORA Dordrecht inv. 712, f. 10, akte dd 23 mrt. 1577: verklaring door o.a. Cornelis Pauwelsz., 30 jaar oud, lid van het schoenmakersgilde.
ORA Dordrecht inv. 712, f. 136, akte dd 3 aug. 1577: Cornelis Pauwelsz., schoenmaker en burger van Dordrecht, stelt zich borg voor Guillem Crispijnsz.
ORA Dordrecht inv. 736, f. 302, akte dd 7 mrt. 1582: verklaring door Cornelis Pouwelsz. schoenmaker, 35 jaar oud, t.b.v. Jacob Gijsbertsz. kleermaker.
ORA Dordrecht inv. 717, f. 69: op 3 okt. 1586: comp. Betken Dircxdr., weduwe van Cornelis Pouwelsz., met haar gekoren voogd, mr. Nicolaes van de Corput, procureur voor het Gerecht van Dordrecht. Zij verklaart zich borg te stellen voor Hubert Adriaensz. Coomans voor de lichting van een somma van 200 gl., die Coomans toekomt van wege Marijcken Dircxdr., weduwe van Jan Dircxsz. de Haen en hem van de penningen van het verkochte huis "Sint Eeuwout" door het Gerecht van Dordrecht toegewezen zouden mogen worden. Zij verbindt daarvoor het huis, waarin zij woont, staande op de hoek van het Cuwet [Grote Appelsteiger tegenover het Steegoversloot] aan de Landzijde.
ORA Dordrecht inv. 739, f. 46v en 47: op 6 okt. 1586 compareren voor schepenen van Dordrecht Willem Anthonisz. Kick (*), als man en voogd van Lijsken Pauwelsdr., wonende te Delft, Niclaes Jansz. de Haen, als man en voogd van Lijntgen Pauwelsdr., burger van Dordrecht en voornoemde Willem en Niclaes samen vervangende Adriaen Merten Spierincxsz., als man en voogd van Adriaenken Pauwelsdr., "van de welcken zij specialijcken totten ontfanghe geconstitueert zijn volgende de procuratiën daer van zijnde in date den IIen dach der maent decembris [1583] gepasseert voor Henrick Dirven notaris ende zekere getuijgen" en Marijcken Pauwelsdr., laatst weduwe van Jan Willemsz., voor zichzelf en tevens vervangende haar onmondige kinderen, bij haar verwekt door Jan Willemsz., geassisteerd met haar zwager Willem Anthonisz., als haar voogd voor deze gelegenheid. Comparanten verklaren uit handen van Betken Dirck Michielsdochter, weduwe van Cornelis Pauwelsz. schoenmaker ontvangen te hebben een somma van 175 gl. van 40 groten Vlaams het stuk, zijnde de vierde en laatste termijn "vande vuijtcoop van alle ende ijegelijcke der nagelate goederen des voorsz. Cornelis Pauwelsz. der voorsz. comparanten broeder ende schoonbroeder respective was, ende van Anneken zijne dochter, den voorsz. [haar] ... vaeder ontrent de drie weecken tijts overleeft hebbende, ... int geheel bedraegen hebbende de somme van zeven hondert carolus gulden."
* Willem Anthonisz. Kick, van Breda, kramer en zijdelakenkoper te Delft, wordt burger van Delft op 23 mei 1583, trouwde 1e naar schatting ca. 1570 Elijsabeth Pouwels Josephsdr. de Wilde, geboren naar schatting ca. 1545, overleden tussen 6 okt. 1586 en 16 juli 1590, trouwde 2e (ondertrouw Delft 25 aug.) Amsterdam 9 sept. 1590 Anna (Tanneken) de Brey. (Weeskamer Delft XIII, f, 19, geciteerd in Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1973, p. 44 e.v.)]
Ariaen Cornelisz. korenmeter 6
Ariaen Cornelisz. stoeldraaier 6
[ORA Dordrecht inv. 739, f. 223v: op 3 aug. 1587 verkoopt Adriaen Cornelisz. stoeldraaier aan Rochus Jansz. kleermaker 2 ponden groten Vlaams jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis aan de Landzijde omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jacob Berrits stadhouder en dat Adriaen Cornelisz. korenmeter.]
Jacob Berritsz. stadhouder 8
[ORA Dordrecht inv. 739, f. 56: verklaring dd 17 okt. 1586 op verzoek van Pieter Cornelis Joosten in Mijnsheerenland door Jacob Berits, stadhouder van de schout van Dordrecht, 39 jaar oud, Herman Spiegel, procureur van het Gerecht te Dordrecht, 34 jaar oud en Willem Willemsz. Cauens, 41 jaar oud.
ORA Dordrecht inv. 739, f. 252v: verklaring dd 6 okt. 1587 door Jacob Berrits Willemsz., stadhouder van de schout van Dordrecht, op verzoek van de crediteuren van Joost Jacbosz. in de Speelwagen.]
Joossken int Dubbelcruijs 9
Cornelis Daniëlsz. cruijenier 12
Jan Aelbertsz. deurwaarder 12
f. 40
Adriaen van Mosienbroucks huis met de kelder 14
Pieter Jacobsz. [Despinoij] apotheker 13
[Hij was eigenaar van een huis aan de Landzijde [Voorstraat] bij de Nieuwbrug, staande naast het huis "de Wijnberch": zie Kwartierstaat van A.B. den Haan op deze website (kwartier 15716)
ORA Dordrecht inv. 736, f. 349v: op 16 juni 1582 verkopen de kinderen van Pijeterken Fransdr., bij haar verwekt door Tijelman Geeritsz., aan Jacob Gijsbrechtsz. het huis genaamd "den Wijnberch", staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Pijeter de apotheker en het hoekhuis van de brug. Borgen voor Jacob Gijsbrechtsz.: Thonis Thonisz. Elinck en Cornelis Pouwelsz. schoenmaker.]
Adriaen Joosten huurt van Jan inde Clock om 48 gl. 15-8-12
Pieter Pietersz. laemaecker huurt van de erfgenamen van Adriaen Been om 45 gl. 14-8
Pieter Cornelisz. Papslocker 13
[ORA Dordrecht inv. 735, f. 231v: op 12 mrt. 1580 transporteert Lambert Pietersz. kuiper aan Pieter Cornelisz. Papslocker schipper een huis in het Steegoversloot, genaamd het Artilleriehuis, voorheen de Heelhaaksdoelen, door hem gekocht van Dirck Philipsz., die het op zijn beurt gekocht heeft van het Gerecht van Dordrecht. (Zie f. 64.)]
Daniël van Vlijerden [van Vlierden] huurt van de weduwe van Jacob Stercken om 45 gl. 14-8
["Daniël van Vlierden werd omstreeks 1543 te 's-Hertogenbosch geboren. Hij was gehuwd met de een tweetal jaren jongere Engelken Rovers. Het echtpaar heeft minstens vijf kinderen gehad: Rover, Sara [of Saerken, die in 1583 trouwde met Jeremias van Casteren], Henrickgen, Daniël en Susanna [trouwde Haarlem 11 sept. 1588 Hans Colterman de Jonge (Gens Nostra 2005, p. 8)] . Naar het zich laat aanzien, is Danïel van Vlierden tot juli 1579 in Den Bosch woonachtig gebleven. Mogelijk heeft hij zich in die maand aangesloten bij de "meenich duysent" gereformeerden die op de nadering van het leger van Parma uit Den Bosch in noordelijke richting wegvluchtten. Kennelijk is hij naar Dordrecht gegaan, want daar blijkt hij in 1580 in een huurhuis te wonen. Net als later in Haarlem is hij in Dordrecht denkelijk koopman geweest. Vermoedelijk is hij in 1588 van Dordrecht naar Haarlem verhuisd. Daar was hij koopman en woonde hij in een huis in de Sint-Jansstraat. Bij resolutie van de burgemeesters van Haarlem werd hij op 14 nov. 1592 voor het volgende jaar aangesteld tot "aelmoessenier" van de Brabantse armen. Hij overleed te Haarlem in maart 1603 en werd in een gekocht graf op het koor van de Grote Kerk van zijn woonplaats ter aarde besteld." (Korte levensschets van Daniël van Vlierden, geschreven en mij toegezonden door dr. H.P.M. van de Venne.)
ORA Dordrecht inv. 736, akte 159, 17 sept. 1580: verklaring op verzoek van Jan Mathijsz. Stoters van 's-Hertogenbosch, nu wonende te Dordrecht, door Daniël van Vlierden, ongeveer 50 jaar oud en Elias Walscappe[l], ongeveer 40 jaar oud, beiden van 's-Hertogenbosch en nu wonende te Dordrecht. Zij verklaren "bij heurlieder eede dat de voorsz. Jan Mathijsz. requirant alhier binnen Dordrecht continuelijk gwoont ende zijnne residentie gehouden heeft, dat die borgers van den Bosch vuijte selver stede geweecken zijn geweest, twelck al geleden es langer dan een jaer ende dat de voorsz. requirant alsnoch zijne fixe woonplaetse alhier es houdende."
NG trouwboek Dordrecht 15 mei 1583: Hieremias van Castren, van Antwerpen, weduwnaar en Sara Daniëlsdr., van 's-Hertogenbosch. "Sponsus sal vercondigdt worden te Gorchem." Getrouwd Dordrecht 31 mei 1583.
ORA Dordrecht inv. 717, f. 61v: op 20 sept. 1586 comp. in de secretarie van de stad Dordrecht Daniël van Vlierden. Hij stelt zich borg en cautionaris voor Jeremias de Castre "omme off denzelve Jeremias in gebreecke bleve te voldoen tgewijsde van mijnen heeren van den Gerechte der voorsz. stede inden saecke van de voorsz. Jeremias ende Jan Grootvelt alle tzelve in sulcke gevalle aen hem comparant te moegen verhaelen als aen een goede borge etc. Promittit quitare."
ORA Dordrecht inv. 717, f. 270v e.v.: op 6 nov. 1587 legt op verzoek van Daniël van Vlierden, rekwirant, Cornelis Adriaensz. bakker, ongeveer 42 jaar oud, een verklaring af. Hij getuigt onder ede, dat in de Vasten omtrent Pasen 1587, zonder de preciese dag onthouden te hebben, hij met de rekwirant "heeft gaen wandelen langs de veste binnen deser Stede, ende commende ontrent de houte brugge bij de Speuijpoort ... es henluijden aldaer gerencontreert ende bejegent eenen Jan Pietersz. linnewever, bij hem hebbende noch een ander manspersoon, welcken Jan jegen den voorsz. reqt. maecte veel rumoer, spreeckende vele ongebonden woorden, twelck den reqt. geduldelijk verdrouch, zonder dat hij hem jegen den voorsz. Jan poochde te stellen, ende dat den zelven Jan, tgene voorsz. es hem nijet genouch zijnde, ende zijn opsteecker vuijttreckende, daer mede tot den reqt. zeer heftich inviel, menende daer mede den zelven reqt. te invaderen ende grieven, ende dat tzelve oock apparentelijk zoude geschiet hebben, ten ware tzelve den voorn. Jan hadde beleth geworden bijden voorsz. manspersoon, die hij bij hem hadde. Affirmerende hij deposant voorts dat den voorn. Jan Pietersz. (zijende dat hij tot zijnen meninge nijet en mochte geraecken), hebbende den opsteecker noch inde handt, ende luijde roupende, zeijde dat hij den reqt. den zelven opsteecker noch in zijn hart zoude onwenden."
ORA Dordrecht inv. 740, f. : op 12 dec. 1587 verklaart Jacob de Boot, boekverkoper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Daniël van Vlierden, een somma van 679 gl. "spruijtende vvt seeckere borchtocht bij hem comparant gedaen ende gepasseert voor Heijndrick van Soest op seeckere condemnatie bij den voorsz. Daniël van Vlierden geobtineert op den voorsz. Heijndrick van Soest voor de Camere Juditiale deser stede van Dordrecht spruijtende vvt seeckere twee obligatiën bij den voorsz. Heijndrick van Soest gepasseert tot prouffijte van den voorsz. Daniël van Vlierden." Voor de nakoming hiervan verbindt Jacob de Boot het huis, waarin hij woont, staande op de hoek van het Tolbrugstraatje aan de poortzijde [Tolbrugstraat Waterzijde].
ORA Dordrecht inv. 719, f. 239: op 5 okt. 1590 stelt Arend van Rijswijck, koopman van wijnen te Dordrecht, zich borg en cautionaris voor Gerard van Rhee, koopman van wijnen "voor alsulcke actie, recht ende toeseggen als Daniël van Vlijerden op den voorsz. Van Rhee pretenderende is hem te competeren, daervoren hij hem heeft doen arresteren." Comparant belooft te betalen en voldoen hetgeen het Gerecht van Dordrecht aan Van Vlijerden zal toewijzen.]
Cornelis Jacobsz. 20 gl.
f. 40v
Ariaen Jansz. 12
Ariaen Jacobsz. inden Block 16
[Hij was een jongere broer van Cornelis Jacobsz. de Gijselaer (zie f. 70) en een zoon van Jacob Cornelisz. Gijselaer in den Block en Adriaenken Adriaensdr. Op 12 sept. 1583 werd hij in het Lakenkopersgilde opgenomen. (De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 133 e.v). Ariaen Jacobsz. Ghijselaer was getrouwd met Anneken Adriaensdr. (zie kwartierstaat Manternach op deze website)]
Jan Maertensz. huurt een huis van Rochus Praem om 36 gl. 11-10-4
Tielman Henricxsz. cramer huurt van Lenert van Dort om 36 gl. 11-10-4
Jan Bouwensz. glaessmaecker 8
Barent Dircxsz. 9
Amandt Hoeijen ende Gille [sic] Clinckan [laatstgenoemde is later toegevoegd] huurt van de erfgenamen van Damas Cornelisz. om 48 gl. 15-8-12
f. 41
Jan Mathijsz. huurt van Pieter Corssen om 48 gl. 15-8-12
[ORA Dordrecht inv. 738, f. 333v e.v.: op 7 febr. 1586 verkoopt Pieter Corssen schipper aan zijn zoon Jan Pieter Corssen voor 1700 gl. een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd "den Bock", staande tussen het huis van de erfgenamen van Damas Cornelisz. korenkoper en dat van Jan Mathijsz. huidenvetter.
ORA Dordrecht inv. 738, f. 334: op 7 febr. 1586 verklaart Pieter Corssen schipper, "dat hij om zeeckere lieffde ende affectie die hij zeijde te draegen tot Pieter Jan Corssen, zijn comparants zoons zoon, daer van hij peeter is ende over zijnen doop gestaen heeft", aan die kleinzoon een rentebrief van 6 Rijnse gl. jaarlijks gegeven heeft, op voorwaarde, dat hijzelf tot zijn dood de interesten daarvan genieten zal en dat de eigendom ervan na de dood van Pieter Jansz. zal komen op de overige kinderen van comparants zoon Jan Pietersz. of bij vooroverlijden op hun vader en moeder.]
David de Leu huurt van Jan Mathijsz. om 48 gl. 15-8-12
Laurens de bosmaker huurt van Geerit Rutten om 42 gl. 13-8-12
Ariaen Wolffertsz. schoenmaker 10
Sijbert Cornelisz. schipper huurt van Truijken van Haerlem om 36 gl. 11-10-4
Henrick Jansz. wijnkoper 14
De weduwe van Geerit Danckersz. 8
f. 41v
Marcelis Cruijs 14
Jan Henricxsz. bakker huurt van Ariaen Jansz. om 30 gl. 9-12
Gootschalck Lenertsz. 9
Jan [Arians] Jansz. [Gerbrant Thomas] huurt van voornoemde Goodtschalck om 36 gl. 11-10-4
Ariaen Jacobsz. Heijthoeven 28
De weduwe van Herman Englisz. huurt van Michiel van Beveren om 18 gl. 5-15-4
Jan Jansz. huurt van Servaes de Vale om 12 gl. 3-16-12
f. 42
Bouwen Sijbertsz. huurt van de weduwe van Jan Maertsz. om 30 gl. 9-12
Lijntgen Jan Maertsz. 10
Maerten Struijs [van Elft] 14
Claes Jansz. bakker 10
De weduwe van Jan Ariaensz. 10
Jan van Wissem met de kelder 14
Pieter Korssen schipper 8
Jacob Josephsz. [Daniël van Vlijerden] huurt van Eewout Jansz. om 42 gl. 13-8-12
f. 42v
Dirck Berck 12
Pieter Jansz. Potter 10
Ocker Schrevelsz. [Halling] 13
[Okker Halling Schrevelsz., zoon van Schrevel Halling Okkersz. en Willemina van Moesijenbrouck Adriaensdr., trouwde Adriana van der Lind Damasdr., OSP anno 1588. (Balen, o.c., deel II, p.1073-1074)
ORA Dordrecht inv. 737, f. 61 e.v., akte dd 19 mei 1583: Ocker Screvelsz., als man van Aerjaentgen van der Linden en Adriaen Mes, als man van Engelken van der Linden, voor zichzelf en vervangende Marichgen en Fijchgen [Sophia] van der Linden, de zusters van hun echtgenotes, allen erfgenamen van Damas van der Linden, verkopen aan Melchior Adriaensz. een huis in het Riedijkstraatje achter het Nieuwkerkhof, bewoond door Aert Stevensz. en staande tussen het huis van Claes Pietersz. en de toren van de erfgenamen van Jan Dircxsz. in Sint Eeuwout. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 30 ponden Vlaams. Dezelfde comparanten verkopen aan Claes Pietersz. schipper een huis met een "plaetsken" daarachter gelegen, staande achter in het Riedijkstraatje achter het Nieuwkerkhof tussen de tuin van comparanten en het huis van Melchior Adriaensz. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 39 ponden Vlaams. ]
Lau Schots schipper 8
Jan Oom Hermansz. 10
Matgen Jan Claes 8
Cornelis Jacobsz. de Recht 8
Rochus Cornelisz. 10
Ariaen Pouwelsz. bakker 12
f. 43
Lenert Henricxsz. huurt van Claes Woutersz. om 36 gl. 11-10-4
Pieter Cornelisz. 12
Geerijken Cornelis huurt van de weduwe van Cornelis Nees om 24 gl. 7-13-8
Aert [Jan] van Bommel huurt van de erfgenamen van Geerit van Nispen om 63 gl. 20-3-8
Cornelis Jacobsz. brouwer 13
Lenert Quijrijnen 12
Geerit Jacobsz. spelmaker [Frans Bruijninck] huurt van Huijbert van Doorn om 60 gl. 19-4
f. 43v
Henrick Sijmonsz. van Cappel 16
Ocker Pietersz. [den comen] schipper eijgen getaxeerd op 10 [doorgehaald: huurt van Cornelis Laurensz. om 42 gl. 13-8-12]
Wouter Cornelisz. Bouffkens 13

Riedijk bij de Boomstraat (juli 2008)
Jasper Pietersz. huurt van Willem Stoop om 36 gl. 11-10-4
[ORA Dordrecht inv. 736, f. 283: op 23 jan. 1582 verkopen Willem Stoop Dircksz., oud-burgemeester van Dordrecht en Herman Soetmansz. aan Adriaen Jansz. lakenkoper een huis op de Riedijk, genaamd "Drije Coningen", staande tussen het huis van Adriaen de Bouffgens en dat van de weduwe van Mon Thomasz.]
De weduwe van Mon Thomasz. 8
Jan Damasz. schipper huurt van Neeltgen Joosten om 36 gl. 11-10-4
De weduwe van Ariaen Jansz. smid 6
[ORA Dordrecht inv. 739, f. 131v: op 7 april 1587 verkopen Neeltgen Huijberts, weduwe van Adriaen Jansz. smid, Jan Adriaensz. en Heijltgen Adriaensdr. en Agnietgen Adriaensdr., tevens vervangende hun zuster Trijntgen Adriaensdr., aan Adriaen Pietersz., schout van Dubbeldam, een huis op de Riedijk, staande tussen de Nieuwpoort en het huis van Cornelis Thomasz. bakker. Waarborg: de voornoemde weduwe van Adriaen Jansz. Koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 675 Rijnse gl.]
f. 44
Cornelis Thomasz. bakker 10
[Cornelis Thomasz., geboren ca. 1535, bakker te Dordrecht overleden na 28 dec. 1598, trouwde naar schatting ca. 1557 Machtelt Bouwensdr., geboren naar schatting ca. 1530, overleden (vemoedelijk kort) vóór 17 dec. 1587, trouwde 1e Pauwels Ariensz., uit welk huwelijk twee kinderen:
a. Adriaen Pauwelsz., bakker te Dordrecht
b. Cornelis Pauwelsz., bakker te Dordrecht
ORA Dordrecht inv. 740, f. 17: op 17 dec. 1587 verklaren Adriaen Pauwelsz. bakker en Cornelis Pauwelsz. bakker, burgers van Dordrecht, betaald en voldaan te zijn bij handen van Cornelis Thomasz. bakker, hun stiefvader, die getrouwd geweest is met Machtelt Bouwensdr., hun moeder, van alle goederen, die hun aanbestorven zijn door overlijden van hun vader Pauwels Adriaensz. en hun moeder Machtelt Bouwensdr.
ORA Dordrecht inv. 731, f. 184: op 5 mei 1575 compareren Cornelis Thomasz. bakker, als man van Machtelt Bouwensdr. en Hermen van de Wolde, als man van Marichgen Stoffelsdr., erfgenamen van wijlen mr. Jan Bouwensz., zowel voor zichzelf, als last hebbende van de kinderen Cornelis Cornelisz. lakenkoper, door hem verwekt bij wijlen Cornelia Bouwensdr., die mede-erfgenamen zijn van mr. Jan Bouwensz. Zij verkopen aan voornoemde kinderen een huis, dat staat op de hoek van de Wijnbrug, tussen die brug aan de ene zijde en het huis van genoemde Cornelis Cornelisz. aan de andere zijde.
ORA Dordrecht inv. 731, f. 184: op 5 mei 1575 compareren de in voorgaande akte genoemde kinderen, m.n. Marichgen Cornelisdr., 21 jaar oud en Aechtgen Cornelisdr., 19 jaar oud, geassisteerd met hun vader, Cornelis Cornelisz., mede vervangende Bouwen Cornelisz., 18 jaar oud en verkopen aan Cornelis Thomasz. en Herman van de Wolde een jaarlijkse losrente van één pond Vlaams, verzekerd op het huis bij de Wijnbrug.
ORA Dordrecht inv. 712, f. 254v, akte dd 6 mrt. 1578: op verzoek van de erfgenamen van wijlen Weijnand Bartholomeusz. verklaren Cornelis Thomasz., ongeveer 43 jaar oud en Herman van de Wolde, ongeveer 30 jaar oud, beiden inwonende poorters van Dordrecht en eerst Cornelis Thomasz., dat zijn vrouw, genaamd Machtelt Bouwensdr., een zuster is van wijlen mr. Jan Bouwensz. en Herman van de Wolde, dat zijn vrouw, genaamd Marijken Christophels, een dochter is van een zuster van mr. Jan Bouwensz., genaamd Pieterken Bouwensdr. Deposanten verklaren samen, dat hun echtgenotes gerechte erfgenamen zijn van voornoemde mr. Jan Bouwensz., die ongeveer vier jaar eerder overleden is.
ORA Dordrecht inv. 732, f. 144v: op 22 juni 1578 verklaren Adriaen Jansz., ongeveer 45 jaar oud en Cornelis Thomasz., ongeveer 42 jaar oud, op verzoek van Dirck Henricxsz., gezworen bode en "bosdrager", dat zij en andere bakkers en burgers van Dordrecht dagelijks de impost, gesteld op het maalgeld, betalen , t.w. 2 gl. van elke hoed tarwe en 5 st. van elk vat en van elke hoed rogge 20 st. of van het vat 5 groten.
ORA Dordrecht inv. 736, f. 150v: op 20 april 1581 verkopen Cornelis Thomasz. bakker en Henrick Cornelisz. schiptimmerman aan Thonis Michielsz. smid een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Adriaen Maertensz. en dat van Willem Schaij. [Zie hieronder bij f. 44.] Waarborgen: Arien Pauwelsz. bakker voor de ene helft en Cornelis Cornelisz. Rijsberch voor de andere helft.
ORA Dordrecht inv. 720, akte 385 dd 20 mei 1592: het huis van Cornelis Thomasz. op de Riedijk wordt belend door een huis, dat op die dag is verkocht aan Sijmon Cornelisz. Buijs, welk huis aan de andere zijde wordt belend door dat van Jan Cornelisz. Boufkens.
ORA Dordrecht inv. 745, f. 28: op 28 dec. 1598 verkoopt Cornelis Thomasz. bakker voor 1900 gl. aan zijn zoon Thomas Cornelisz. een huis. staande omtrent de Nieuwpoort, tussen het huis van Frans Penters en dat van de weduwe van Arien Pietersz., schout van Dubbeldam.
Kinderen van Cornelis Thomasz. en Machtelt Bouwensdr.:
a. Marichgen Cornelisdr., geboren ca. 1558
b. Thomas Cornelisz., geboren ca. 1563, bakker van Dordrecht (1590), deken van het Bakkersgilde (1619), trouwde NG Dordrecht 1/17 juli 1590 Janneken Adriaen Laurentsdr., van Dordrecht (1590)
ORA Dordrecht inv. 740, f. 17: op 17 dec. 1587 verklaren Thomas Cornelisz., 20 jaar oud en Marichgen Cornelisdr., 29 jaar oud, beiden kinderen van Cornelis Thomasz. bakker, door hem verwekt bij Machtelt Bouwensdr., volkomen voldaan te zijn door hun vader van de goederen, die hun zijn aangekomen bij overlijden van Machtelt Bouwensdr., hun moeder.
ORA Dordrecht inv. 898, 9 aug. 1601: op verzoek van Dingna Jacobsdr. de Bie, legt Thomas Cornelisz. Dot bakker, ongeveer 38 jaar oud, een verklaring af.
ORA Dordrecht inv. 899: op 21 febr. 1605 legt Thomas Cornelisz. bakker, 42 jaar oud, een verklaring af op verzoek van Thomas Willemsz. kruidenier in "de Wildeman".
ORA Dordrecht inv. 754, f. 3v, akte dd 19 jan. 1613: het huis van Thomas Cornelisz. bakker op de Riedijk wordt aan één zijde belend door het huis van Henrick Otten de Bruijn oudkleerkoper.
ORA Dordrecht inv. 760, f. 30: op 3 mei 1619 verkoopt Lambrecht Cornelisz. Post, metselaar te Dordrecht, aan Frans Geemansz., Thomas Cornelisz. en Willem Ariensz., dekens van het Bakkersgilde te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 18 gl. 15 st., verzekerd op een huis aan de Nieuwe Haven.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
b-1. Machtelt, mrt. 1591
b-2. Geertruijd, nov. 1592
b-3. Ariaen, nov. 1600 (naam van de moeder niet vermeld)
b-4. Lisbeth, mei 1603
b-5. Adriaentgen, jan. 1606.]
Cornelis Rijssborch schoenmaker 10
Jan Cornelisz. Bouffkens 12
Jan Willemsz. int Vossken 12
Ferdinandus de Grieff snijder 6
Bastiaen Cornelisz. 5
[ORA Dordrecht inv. 739, f. 127v: op 26 mrt. 1587 verkoopt Bastiaen Cornelisz. "poorter" aan Jaepgen Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz. van Amerongen, een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis aan de Riedijk, staande tussen het huis van Barent Thonisz. huistimmerman en dat van Ferdinandus de kleermaker.]
Jacob Coolen huurt van de erfgenamen van Willem Schaeij om 28 gl. 8-19-4
Geerit Hesselsz. huurt van Cornelis Thomasz. [bakker] om 40 gl. 12-16
[ORA Dordrecht inv. 736, f. 150v: op 20 april 1581 verkopen Cornelis Thomasz. bakker en Henrick Cornelisz. schiptimmerman aan Thonis Michielsz. smid een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Adriaen Maertensz. en dat van Willem Schaij. Waarborgen: Arien Pauwelsz. bakker voor de ene helft en Cornelis Cornelisz. Rijsberch voor de andere helft.]
f. 44v
Cornelis Jan Ockersz. huurt van Ariaen Maertensz. om 42 gl. 13-8-12
Cornelis Ariaensz. bakker van beide huizen 16
Cornelis Caesscooper 10
Heijltgen inde Sterre 8
Balten Thijssz. schipper eigen [Abraham van Nuijs huurt van Balten Thijssz. om 30 gl.] 8
Guillam du Roeij huurt van Frans van Diemen om 25 gl. 8
Cornelis Aertsz. stoeldraaier 4
Jan Wiltens 12
[Jan Anthonisz. Wiltens van Breda, waard in "de Oranjeboom" op de Riedijk (ORA Dordrecht inv. 712, akte 33, dd 11 april 1577; ORA Dordrecht inv. 733, f. 255v, akte dd 23 april 1578). Op 4 mei 1595 werd Jan Wiltens' aandeel in "de Oranjeboom", zijnde 3/4 parten, verkocht door de voogden van zijn minderjarige kinderen aan een zekere Jan IJven, Engelsman. Als belenders worden in de transportakte vermeld Cornelis Adriaensz. stoeldraaier en Pieter Lauerens hoedenmaker. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 310). Zie verder NG huwelijken Dordrecht 1600-1625 (bij 1603).]
f. 45
Pieter Laurensz. hoemaecker 6
Cornelis Cornelisz. schipper 6
Matheeus den harnasveger 3-4
Lauris Ariaensz. bakker huurt van Lubbert Revertsz. om 36 gl. 11-10-4
Aert Erssensz. snijder 4
Barent Hermansz. schipper 6
Marijken Ockers 8
Reijnoudt Ariaensz. 8
De weduwe in Sint Joris 10
f. 45v
Ghijssbrecht Helmich twee huizen 24
Die Riedijcxpoort
[De (oude) Riedijkspoort stond aan het einde van de Riedijk. "Volgens Van Dalen de oudste poort van de stad. Gegevens daartoe ontbreken. We weten slechts dat er vóór 1589 reeds een poort midden op de Riedijk stond [vermeld in 1501 en 1522]. ... De poort werd in 1579 afgebroken, waarna in 1589 de bouw startte van een nieuwe renaissance poort verder oostelijk aan het einde van de Riedijk." (Jaarboek Oud-Dordrecht 2000, Van der stede muere [Dordrecht 2001], p. 71-72). Het feit dat in de 50e penning van 1580 niets voor de Riedijkspoort werd betaald wijst er m.i. op dat het hier niet gaat om een gebouw, dat als woning werd gebruikt, zoals Lips ons wil doen geloven. (ABdH)]

De Riedijkspoort (aan het Riedijkshoofd) en de Nieuwkerk op de kaart van Braun en Hogenberg uit ca. 1575. Naast de Riedijkspoort staat de Berthout Loenistoren. Rechtsboven op deze uitsnede zien wij, tussen Stek en Steegoversloot, de Sint-Jorisdoelen (zie folio 61v), met aan de oostzijde een torentje, dat in werkelijkheid aan de andere zijde van de Stekgevel heeft gestaan.
Wederom keerende
De weduwe van Lucas Herwaerdijn 19
Barent Hermansz. van Thiel 8
Frans Egbertsz. bakker [Claes Claesz. Roncefael] 10
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding van 1594), f. 90v: Frans Egbertsz. betaalt voor zijn huis op de Riedijk 11 ponden 5 sch. Belenders: Laurens Schoth in het Poortken (15 ponden) en de weduwe van Jasper van Diepenbeeck (17 ponden 10 sch.)
ORA Dordrecht inv. 744, f. 288, akte dd 15 aug. 1598: Pieter Jansz. kuiper is schuldig wegens de koop van een huis, genaamd "het Poortken", staande op de Riedijk tussen het huis, genaamd "Thiel" en het huis van Frans Egbertsz.
ORA Dordrecht inv. 765, f. 113, akte dd 16 juni 1625: de erfgenamen van Willem Pietersz. verkopen aan Carel Cheraat een huis op de Riedijk, genaamd "het Poortken", staande tussen het huis van Frans Egbertsz. bakker en dat van de weduwe van Arent Henriksz.]
Jasper van Diepenbeeck 13-8-12
Damas Jorisz. bakker 10
Willem Jordensz. bakker 10
f. 46
De houck omgaende nae de vesten
Cornelis Pietersz. huurt een huis van de erfgenamen van Geerit van Nispen om 10 gl. 3-4
Ariaen Dircxsz. huurt van idem om 10 gl. 3-4
Lau Cornelisz. huurt van idem om 10 gl. 3-4
Jasper Ariaensz. huurt van Floris Euwoutsz. [van idem] om 10 gl. 3-4
Frans Woutersz. huurt van Floris Ewoutsz. om 10 gl. 3-4
f. 46v
Steven Jansz. huurt van Floris Eewouts om 10 gl. 3-4
Ariaen van den Berch huurt van Thonis den Eeling om 10 gl. 3-4
[ORA Dordrecht inv. 898, 16 dec. 1601: op verzoek van Arnolt van Elsrack leggen Anthonis Anthonisz. Eling, 64 jaar oud en zijn vrouw Marijken Jansdr., 60 jaar oud, een verklaring af.]
Heijl den Ridder en Jan Pleijt huren van Floris Ewouts om 12 gl. 10 st. 4
Machtelt Cornelis huurt een bleekveld van idem om 12 gl. 3-16-12
Wederom gaende van achteren het Thoorenstraetgen in tot die Voerstraet toe
Jan Willemsz. spelmaecker huurt van Thonis den Clinckert om 15 gl. 4-16
f. 47
Joris Jansz. huurt van de erfgenamen van Jan Thomas om 15 gl. 4-16
Andries Waelen schipper [goudsmid] 4-16
Maerten Pietersz. huurt van Marijken Gribbers om 10 gl. 3-4
Aert Jacobs huurt van Henrick Pietersz. om 12 gl. 3-16-12
Crijntgen Pietersdr. huurt van Thomas Damasz. om 10 gl. 3-4
Wederom keerende
Pieter Cornelisz. huurt van Maeij die naeijster om 24 gl. 7-13
f. 47v
Egbert Aertsz. huurt van de weduwe van Pouwels Jansz. om 12 gl. 3-16
Huijch Geleijnen 3-16
Ghijssbert Ariaensz. Ronden 3 gl. 12 penn.
Geerit Aertsz. schipper huurt van Thomas Damasz. om 15 gl. 4-16
Vranck Cornelisz. schipper 4
Tonis Plonisz. schuitenaar 3-4
Anna Willemsdr. 4
Claes Jansz. schipper huurt van Servaes Schilder om 10 gl. 3-4
Claes van Ouwater met de olimolen 16
Dirck Thonisz. Wijcken 5
[I. Anthonis Dircksz. Wijcken, overleden tussen 6 okt. 1580 en 28 mrt. 1588, trouwde Lijntge Thonisdr., overleden tussen 28 mrt. 1585 en 4 okt. 1588.
- 28 mrt. 1585: Lijntgen Thonisdr., weduwe van Thonis Wijcken schipper, burgeres van Dordrecht, verklaart, dat zij ongeveer 14 dagen tevoren uit het schip van Adriaen Veerman van Utrecht twee tonnen azijn ontvangen heeft en een dag vóór het passeren van deze akte uit hetzelfde schip nog 1 1/2 ton azijn "omme alhier metter cleender maete gesleten te worden waer vooren Dirck Thonisz. Wijcken schipper ende borger deser stede hem geconstitueert heeft borge ten eijnde zulcx zal geschieden." (ORA Dordrecht inv. 738, f. 141v)
- 22 dec. 1588: Dirck Thoenisz. schipper, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers en zusters, verkoopt aan Jan Jansz. huistimmerman een huis op de Riedijk, staande tussen het huis genaamd "Camerick" en dat van Jan Hermansz. Waarborgen: Thoenis Thoenisz. bakker en Dirck Thonisz. schipper. Koper is een bedrag van 1400 gl. schuldig aan Dirck Thonisz., Truijchgen Thonisdr., Arjaentgen Thonisdr., Thoenis Thoenisz., Damis Thoenisz., Claes Thoenisz. en Aeltgen Thoenisdr., allen zusters en broers. Borgen: Reijnier Adriaensz. en Adriaen Leunisz. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 261v)
Kinderen (volgorde onzeker):
a. Dirck Thonisz. Wijcke, volgt II
b. Anthonis Thonisz. (Wijcken), bakker, trouwde Lijsgen Ariens
- 6 okt. 1580: Thonis Thonisz. bakker verkoopt aan Adriaen Jaspersz. metselaar een huis in de Sarisgang, staande tussen het huis van Jacob Jansz. timmerman en dat van Adriaen Florisz. slikwerker. Waarborg: Thonis' vader Thonis Wijcken. Koper is schuldig aan verkoper 45 ponden Vlaams. Borg: Jan Jansz. kleermaker. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 56)
- 24 nov. 1605: comp. Jacob Thonisz. Wijcken, Jan Geeritsz. Bouman, bode van Keulen, als gemachtigde van Gijsbrecht Ariensz., wonende te Brielle, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeesters, schepenen en raden van Brielle op 10 febr. 1604, voor de ene helft en dezelfde Jacob Thonisz. Wijcken nog voor een vijfde part, Claes Thonisz. Wijcken, mede voor een vijfde part, Cleijs Jacobsz., vervangende Marigen Jacobsdr. en Damas Jacobsz., zijn zuster en broer, samen voor een vijfde part, Jan Heijnricxsz., als voogd van de kinderen van Dirck Thonisz. Wijcken, ook voor een vijfde part en Wouter Woutersz. bakker voor een vijfde part, samen voor de andere helft, allen erfgenamen van Thonis Thonisz. Wijcken en Lijsgen Ariensdr. Comparanten transporteren aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier te Dordrecht, ten behoeve van de stad Dordrecht een huis tegenover de Nieuwbrug aan de zijde van de Kruiskapel, staande tussen het huis van Jan Leendertsz. kamerbewaarder en de gang van het gildehuis van de Maselaars. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 2060 gl. (ORA Dordrecht inv. 748, f. 99v e.v.
Kind (uit een eerder huwelijk van Anthonis ?):
b-1. Jacob Theunisz. Wijcken, geboren ca. 1574, bakker, trouwde Anneken Maertens
- 20 febr. 1602: op verzoek van Rochus Jansz., pachter van het gemaal, legt Jacob Theunisz. Wijcken bakker, 28 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 898)
- 11 juni 1613 verkoopt Joris Waters, boekdrukker en burger van Dordrecht, aan Jacob Anthonisz. Wijcken, als vader van zijn kinderen, verwekt bij Anneken Maertens, ten behoeve van die kinderen, een jaarlijkse losrente van 50 gl., verzekerd op twee naast elkaar staande huizen op de Vismarkt, belend door het Vishuis en het huis van de weduwe van Jan van Campen. (ORA Dordrecht inv. 754, f. 71)
c. Damas Thonisz.
d. Truijcke Thonisdr.
e. Adriaentge Thonisdr. Wijcke, trouwde 1e NG Dordrecht mei 1574 Jacob Cleijsz. schipper, 2e NG Dordrecht 15 dec. 1602 Job Lambrechtsz. schipper
f. Claes Thonisz. Wijcke, hellebaardier van de schout, overleden vóór 6 dec. 1638, trouwde Marijcke Arijens, overleden na 6 dec. 1638
(Cf. Gens Nostra april/mei 1992, p. 201, 203 en 211)
II. Dirck Thonisz. Wijcke, schipper, trouwde naar schatting ca. 1575 Aeltken Jacobsdr.
Kinderen:
a. Jacob Dirksz. Wijcken, schipper, gedoopt NG Dordrecht 1579, trouwde NG Dordrecht 16 juni/30 juli 1606 (beiden van Dordrecht) Catharina Bartholomeus Bartholomeusdr.
b. Neelcken, gedoopt NG Dordrecht 1582
c. Thonis, gedoopt NG Dordrecht 1584
d. Dierick, gedoopt NG Dordrecht 1586
Mogelijk verwant aan deze personen was
Dirck Arijensz. Wijcken, schipper te Dordrecht, overleden vóór 18 juni 1603, trouwde NN
- 18 juni 1603: op verzoek van Frans Dircksz. Wijcken, Abraham Jansz., echtgenoot van Grietgen Dirckxdr. en Aertgen Dircxdr., nagelaten kinderen van wijlen Dirck Arijensz. Wijcken schipper verklaart Joosgen Jacobsdr., echtgenote van Arijen Thonisz., ongeveer 68 jaar oud, dat ongeveer 23 of 34 [sic] jaar eerder ten huize van Dirck Arijensz. Wijcken "erfhuis gehouden" is van zekere goederen, die waren nagelaten door Cornelis Pietersz., overleden te Tholen, welke goederen door de vader van de rekwiranten naar Dordrecht waren gebracht. Joosgen verklaart voorts, dat zij met Anneken, de moeder van Pieter Willemsz., die eveneens een erfgenaam van Cornelis Pietersz. was, gekomen is ten huize van Dirck Arijensz. en dat er op rekening van het erfhuis van Cornelis Pietersz. een somma van ongeveer 100 gl. ontvangen was, die in drie porties werd verdeeld, waarbij de moeder van Pieter Willemsz., het deel, dat haar zoon toekwam, zelf heeft uitgeteld. (ORA Dordrecht inv. 898)
Kinderen (volgorde onzeker):
a. Grietgen Dirksdr. (Wijcken), van Dordrecht (1602), trouwde NG Dordrecht 3/17 mrt. 1602 Abraham Jansz., jong gezel van Dordrecht (1602)
b. Frans Dirksz. Wijcken, geboren ca. 1584, schipper aan de Vuilpoort in het hoekhuis (1607), trouwde NG Dordrecht 13 mei/12 juni 1607 (beiden van Dordrecht) Hendriksje Hendrik Cornelisdr.
- 1 juli 1611: Abraham Jansz. kaaskoper koopt een huis op de hoek van de Pelserbrug. Borgen: Willem Jansz. koopman en Frans Dircxsz. Wijcken. (ORA Dordrecht inv. 752, f. 109v e.v.)
- 1 juli 1638: op verzoek van Jasper Woutersz., wonende op Zwijndrecht, verklaren Frans Dircxsz. Wijcken, 54 jaar oud en Hans Jans, 74 jaar oud, burgers van Dordrecht, dat zij zeer goed gekend hebben Mels en Balten Woutersz., beiden overleden, die volle broers waren van de rekwirant en dat zij vernomen hebben, dat alle kinderen van voornoemde Mels Woutersz. reeds overleden zijn. (ORA Dordrecht inv. 908)
c. Aertgen Dirksdr.]
Jan van Dilssen met de oliemolen 15
f. 48v
Pieter Lucasz. 16
Jan Louff huurt een huis en oliemolen van Floris Willemsz. om 60 gl. 19-4
Servaes Schilder 12
[ORA Dordrecht inv. 738, f. 229 e.v.: op 4 sept. 1585 compareren Anneken van Gesel Cornelisdr., weduwe van Servaes Schilders, enerzijds en Geerit en Abraham van Nerven, als ooms en bloedvoogden van vaderszijde en Jan Cornelisz. van Gesel, als oom van moederszijde van de drie nagelaten weeskinderen van Servaes Schilders, door hem verwekt bij Anneken van Gesel, genaamd Lijsbet, ongeveer 8 jaar oud, Janneken, 6 jaar oud en Jan Servaesz., 3 jaar oud, anderzijds. Comparanten zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende de verdeling van Servaes' nalatenschap. Zijn weduwe zal de gehele boedel behouden en haar kinderen onderhouden en opvoeden tot zij 20 jaar zijn geworden of gaan trouwen en dan elk kind een somma van 150 Rijnse gl. uitkeren, "welcke vuijtreijckinge bij haer gedaen wort uijt lieffden, hoe wel nochtans den boel zulcx overmits de soberheijt der goederen niet wel en vermach". Zij verbindt voor de nakoming hiervan het huis, waarin zij woont, staande op de Riedijk en genaamd "den Moerjaen".]
Pieter Pietersz. schipper 7
Adriaen Verheij 12
Cornelis Willemsz. de Wit met de oliemolen 20
Geerit Jansz. van Waelwijck 6
Adam van Nuijs hoemaecker 6
f. 49
Cornelis Ariaensz. te[e]rcooper 6
Henrick Ariaensz. messenmaker 6
Die Riedicx Cappel
Baertgen Ariaensdr. 5
Cornelis Jacobsz. gorter 5
Aelbert Dirixsz. zakkendrager 4
Joost Jacobsz. huurt van Cornelis Danckertsz. om 30 gl. 9-12
Jan Hermansz. schipper 4
Anneken Aertsz. hekelster huurt van Cornelis van Nispen om 15 gl. 4-16
f. 49v
Wiert Jansz. schipper 4
De weduwe van Ariaen de Lotering 8
Floris Ariaensz. 8
Thijs Matheusz. brouwer 17
Cornelis Ariaensz. cruijenijer 17
Jacob Cornelisz. cooman 4
Jan Jansz. coopman 10
Matheeus Cornelisz. bakker 9
Jan Ruttensz. 9
f. 50
Anthonij van Nieustadt huurt van Aert van Gesel om 36 gl. 11-10-4
Aert van Gesel huurt van Tomas Damasz. om 36 gl. 11-10-4
Mr. Sijmon berbijer 6-14-6
Philips Peijman huurt van Geertruijt de Vet om 48 gl. 15-7-12
Gerbrant Jacobsz. 12
Sijmon Wiltens huurt van Gerbrant Jacobsz. om 33 10-11
Hans van Niemegen huurt van mijnheer van Papendrecht om 42 gl. 13-8-12
f. 50v
Willem Oom heer van Papendrecht 8
[ORA Dordrecht inv. 735, f. 180v: verklaring dd 27 nov. 1579 op verzoek van mr. Joriaen Oostermans, chirurgijn van Zijne Excellentie [de Prins van Oranje] door Willem Oom, heer van Papendrecht, ongeveer 43 jaar oud.
ORA Dordrecht inv. 737, f. 590 e.v., akte dd 7 juli 1584: Dirck Stoop Gerbrantsz. verkoopt aan Hans van Nijmaeghen twee huizen met een klein huisje in de Dwarsgang daarachter, staande in de Houttuin [Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat] tussen het huis van Adriaen van Moesiënbrouck Adriaensz. en het huis van de erfgenamen van Jacob Gribbersz., eertijds toebehoord hebbende aan wijlen Willem Oom Thielmansz., strekkende vóór van 's herenstraat tot achter aan de Dwarsgang. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 2256 gl.
ORA Dordrecht inv. 738, f. 191, akte dd 20 juli 1585: Dirck Stoep Gerbrandsz. is schuldig aan Damas Jobsz., als curator van de nalatenschap van Willem Oem Tielmansz., heer van Papendrecht, ten behoeve van diens boedel, een somma van 2168 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 600 gl. Deze schuld is het restant van een bedrag van 4000 gl., zijnde de koopsom van twee huizen, resp. genaamd "Ossenburch" en "de Roos", staande in de Houttuin tussen het huis van Adriaen Mosiënbrouck Adriaensz. en dat van de erfgenamen van Jacob Gribbertsz. en van een daartegenover gelegen houttuin, zoals die huizen en houttuin zijn nagelaten door voornoemde heer van Papendrecht. Borg: voor Dirck Stoep Gerbrandsz.: Willem Stoop Dirksz. de Jonge.]
Cornelis Mosienbrouck met de houttuin 20
Elijas van Walsscappel huurt van Jacob Muijs om 48 gl. 15-7-4
Jacob Muijs [Hanneman] ontvanger [huurt van Jacob] met de kelder 24
Die Niekerckstraet ingegaen en die slinckerhandt omgegaen nae die Wijngertstraet
Jan Florisz. huurt van Jacob Muijs om 10 gl. 3-4
De weduwe van Blasius de zoutmeter huurt van Evert Boegel om 20 gl. 6-8
f. 51
Wederom keerende
Hilleken die Qneg 3-12-10
Marijken Gribberts 3 gl. 12 penn.
Tonis Aertsz. huurt van Cornelis Ariaensz. om 16 gl. 5-2-6
Tonis van den Berch schipper 6
Michiel Pietersz. schipper 4
Jacob Pietersz. timmerman huurt van Reijer Jacobsz. om 12 3-16-12
Ariaen Claesz. chirurgijn huurt van Maij die coster om 15 gl. 4-8
f. 51v

Zuidzijde van de Nieuwkerk (april 2008).

Brand van de Nieuwkerk (1568) door Doudijn.
Het kerckhoff die slinckerhandt omgegaen
Meester Herman Thomasz. 4-18
Willem Pietersz. schipper 4
Den houck omgegaen nae [de] Herman Suijsstraet
Pieter van der Toelen 4
Anneken Hermansdr. 4
Schoone Joris 4
Jan Jacobsz. 6
De weduwe van Cornelis Nees 4-16
f. 52
De weduwe van Cornelis Michielsz. schipper 12 penningen
Coucxken huurt van Cornelis de Biecht om 12 3-16-12
Tielman Coenen schipper 3 gl. 12 penn.
Adriaen Robben 3-16-12
Geerit Diricxsz. 3-16-12
Jan Aertsz. bierdrager 3-16-12
Claes Hermansz. 3-16-12
Claes Dorsshout schipper 3-4
Jan Jacobsz. 3-16-12
f. 52v
Geerit Aertsz. 3-16-12
Wederom keerende
Neelgen Henricx huurt een huis en bleekveld van Cornelis Pietersz. tingieter 7-13
Dirick Genefaesz. 3-16-12
Comen Pieter 3-4
De weduwe van Willem Cornelisz. Quant 3-4
Jacob Claesz. spelmaker huurt van Ariaen Michielsz. om 12 gl. 3-16-12
Den houck omgaende
Toentgen inden Houdthaeck 6
Lenert Schalcxsz. huurt van Pieter Corssz. om 15 gl. 4-16
f. 53
Geerit Jopsz. varkensslager 3-4
Geerit Thonisz. houthaker 3-4
Den houck omgaende nae die vesten toe
Jacob Thonisz. 3-4
Dirick de Boede huurt van Aert den molenaer om 12 gl. 3-16-12
Cornelis Ariaensz. glaessmaecker 3-4
Pieter Jansz. molenaar met de rosmolen tsijnen 9-12
Pieter Marcellisz. huurt van Brecht Manricx om 10 gl. 3-4
f. 53v
Cornelis Nanningsz. huurt van Marij Bullen om 14 gl. 4-9
Tonis [Anna] Jansz. wever 4-16
Anna Zijeren, van beide tuinen 10
Jaecques Bols huurt van Ariaen de Lotering om 27 gl. 8-19-4
Wederom keerende
Gielis de muntenaar vrij
Tobias Hicx muntenaar vrij
Jan van Nes deurwaarder 4-16
Willem Willemsz. Besem huurt van Frans de schilder om 17 gl. 5-8-12
f. 54
Die Cloverniers Doel

De Kloveniersdoelen (gezien vanaf het Stek) in 1857 (getekend door Johannes Rutten).
In het gebouw van de Kloveniersschutters werd in 1618/1619 de beroemde Nationale Synode gehouden, waarbij de gereformeerde leer door catechismus en confessie in contraremonstrantse geest werd vastgelegd. Tevens werd er besloten tot een officiële bijbelvertaling. (Deze Statenbijbel verscheen in 1637). Het schuttershuis werd gebouwd tussen 1532 en 1541. Behalve vergaderplaats voor de schutters was het ook een herberg. Rutten tekende de Doelen kort vóór het gebouw werd afgebroken om plaats te maken voor een huis van arrest, dat van de minister van Justitie zo dicht mogelijk bij het gerechtsgebouw moest staan. We zien op Ruttens tekening de achterkant van de Doelen vanaf het Stek. Het poortje links leidde naar de Doelstraat. Op de driekantige uitbouw links stond ooit een torentje met bovenin een achtkantige kamer die rondom van vensters was voorzien. Aan een, op een ijzeren as bevestigde, ronddraaiende tafel gezeten had men daar een panoramisch uitzicht over de stad. (M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht [Dordrecht 1677], deel I, p. 666; Pieter Breeman e.a., Het Dordrecht van Rutten [Dordrecht 2004], p. 90; A. den Haan, De Draaiom in de Kloveniersdoelen, in Oud-Dordrecht 2003, nr. 2, p. 4 e.v.)
.jpg)
De Kloveniersdoelen (gezien vanaf de Doelstraat) ca. 1675
Wederom keerende
Cornelis Ooms van den Bossch huurt van Jan Boucquet om 20 gl. 6-8
Dirick Pietersz. huurt van Henrick Ott om 10 gl. 3-4
Govert Pietersz. egwerker 4
Jacob Cornelisz. muntenaar vrij
Willem Ossen straetgen ingegaen [Willem Oskens- of Weeshuisstraatje]
Cornelis Jansz. bakker 5-16
f. 54v
Melis de klapper 3-16-12
Omert de Montaringe huurt van IJken Cnackbeen om 25 gl. 8 gl.
Die Marienbornstraat ingegaen
Mercelis Jansz. spelmaker huurt van Truijken die Bije om 15 gl. 4-16
Egbert de gorter huurt de gortkelder van Truijcken die Bije om 15 gl. 4-16
De weduwe van Frans de schrijnwerker
Herman Suijsstraet van achteren ingegaen
f. 55
Jan Jansz. coomen 4
Claes Ariaensz. of Willem Ariaensz. Thoen 3-4
Ghijssbert Jansz. huurt van Baert de kaaskoopster om 10 gl. 3-4
Wederom keerende
Ariaen Gielisz. schipper 3-4
Ariaengen Vincken huurt van Frans Genefaesz. om 12 gl. 3-16-12
Neeltgen Jansdr. 3-4
Willem Jansz. huurt van Scheel Jaepken om 18 gl. 5-15-4
f. 55v
Jan Ariaensz. bakker 6-8
Cornelis Geeritsz. uit Papendrecht op de hoek van de Nieuwkerkstraat huurt van de erfgenamen van Ghijsbert van Haerlem om 12 gl. 3-16-12
De weduwe van Spillman 6
Wederom die Voirstraet lancx gaende tot Steechoversloot toe
Cleijs Houtgens 6
[ORA Dordrecht inv. 739, f. 65 e.v.: op 6 okt. 1586 verkoopt Claes Houtgens schipper aan Adriaen Jobsz., schepen in wette van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 15 gl., verzekerd op een huis in Houttuin, staande op de hoek van de Nieuwkerkstraat, tussen die straat aan de ene zijde en het huis genaamd "Noorwegen" aan de andere zijde.]
Jan Jansz. den Jongen koopman huurt van Ariaen Maertensz. om 48 gl. 15-6-12
Cornelis van Bijwaert met de houttuin 20 gl.
f. 56
Govert Snoeck
[ORA Dordrecht inv. 739, f. 147 en 147v: op 1 mei 1587 comp. voor schepenen van Dordrecht Adriaen Snouck Govertsz., voor zichzelf en als oom en voogd van de onmondige kinderen van wijlen Henrick Snouck, Floris Willemsz., als toeziend voogd van diezelfde kinderen en Cornelis Snouck, voor zichzelf, allen erfgenamen van wijlen Govert Snouck. Comparanten verkopen aan Cornelis Adriaensz. Cruijenier een huis in de Houttuin tussen "Floris Willemsz. cleijn huijs" en het huis van Cornelis van Bijwaert. Dezelfde verkopers transporteren aan Pietertgen Govertsdr., weduwe van Jan Schonck, een huis in Mariënbornstraat, staande achter het huis van Henrick de Naijer. Koopster is schuldig aan verkopers een somma van 224 Rijnse gl. (Schuldbekentenis dd 9 mei 1587.)]
Maerten van Dilssen huurt van Ariaen Maertsz. om 42 gl. 13-8-12
Willem Thonis mandenmaker huurt van Floris Willemsz. om 36 gl. 11-10-12
Floris Willemsz. met de houttuin 32
De weduwe van Pouwels Jansz. met de houttuin 12
Neeltgen Willem Willemsz. 10
Jan Cornelisz. Wor huurt van mr. Adriaen van Blienborch om 36 gl. 11-10-6
f. 56v
Jonkheer Willem van Zuijlen huurt van idem om 72 gl. 23 gl. 12 penn.
De weduwe van Ariaen Pietersz. Nan met "die harinckplaets" 20
Jan Sijmonsz. van Cappel met de houttuin en kelder 20
Ocker Willemsz. met de houttuin en kelder 16
De weduwe van Jan van Slingelant met de houttuin 20
[ORA Dordrecht inv. 732, f. 136: op 3 aug. 1577 verkoopt jonkvrouwe Barbara Clercx, weduwe van Jan van Slingelant Ottesz., aan Ursula Jansdr., weduwe van Dirck van Slingelant Ottesz., een jaarlijkse losrente van 14 gl., verzekerd op twee huizen en houttuinen in de [Oude] Houttuin, naast elkaar staande en gelegen tussen het huis van Adriaen Dircxsz. de Coninck en de huizen van de kinderen en erfgenamen van Ocker Willemsz.]
Adriaen Dircxsz. Coninck 16
Haessken Pieter Nannen en Pieter van Dijck huren van Thonis Vinck om 60 gl. 19-4
f. 57
Henrick Claesz. bakker 10
[ORA Dordrecht inv. 708, f. 95v: op 9 nov. 1568 verkoopt Adriaen Pietersz. Nan aan Heijndrick Claesz. bakker een huis in de Houttuin aan de Landzijde, staande tussen de Heer Heymansuysstraat en het huis van Antonis Wijnantsz. smid. Waarborg: Jan Geritsz. brouwer. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 850 gl. Borg: Antonis Repelaer voor de ene helft en Aert Joosten metselaar en Cornelis Jansz. snijder voor de wederhelft.]
Tonis Wijnantsz. smid 6
Lodewijck Bosser schrijnwerker 6
[ORA Dordrecht inv. 748, f. 71v e.v.: op 7 juli 1605 compareren Sijmon Bossaert, koopman van greinen te Dordrecht, enerzijds en Gerrit Cornelisz., als man van Anneken Bossaertsdr., anderzijds. Zij verklaren de goederen, die zijn nagelaten door hun moeder Catharina Sijmonsdr., onderling verdeeld te hebben. Sijmon is daarbij toebedeeld alle roerende goederen en Gerrardt Cornelisz. een huis in de Kannnekopersbuurt, staande tussen het huis, genaamd "het Witte Cruijs" en het huis van Anthonis Wijnantsz. smid.]
Servaes de Vale met de brouwerij 20
Huijch Jopsz. met de houttuin 20
Meijner van Segwaert met de kelder en houttuin 20
[ORA Dordrecht inv. 739, f. 63: op 4 november 1586 verkoopt Meijnaert van Zegwaert aan Henrick Eeckholt wijnkuiper een huis in de Houttuin, staande tussen het huis van Wouter van Craijesteijn en dat van Huijch Jobsz., strekkende voor van 's herenstraat tot achter aan de dwarsgang. Waarborg: Cornelis Pietersz. van Schaerlaecken. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1470 gl. Borgen: Pieter Simonsz. linnenlakenkoper en Bastiaen Jansz. schrijnwerker.]
Michiel de Beveren met de plaats 20
Jacob Cool tresorier met de kelder en de plaats 20
f. 57v
Willem Ingenpas met de kelder en houttuin 20
Coenraet de Masiers met de houttuin en plaats 20
Hans [sic] huurt van idem om 42 gl. 13-8-12
Henrick Henricksz. snijder 6
Willem Cornelisz. den ouwen 6
Mathijs [sic] huurt van Jan Pietersz. Craen om 60 gl. 19-4
Eewout van Dort huurt van Marcelis Cruijs om 48 gl. 15-6-12
f. 58
Jan Nijssz. 10
Cornelis Jansz. schipper 6
Ariaen Cornelisz. mandenmaker huurt van Henrick Barentsz. om 30 gl. 9-12
Sijbert Jansz. met de plaats 20
Het huis genaamd de Haes toebehorende Henrick Otten 20
Frans Fransz. pasteibakker 10
Joris Lijewijnsz. huurt van Gerbrant Dircxsz. om 36 gl. 11-10-12
[ORA Dordrecht inv. 737, f. 353 en 354: op 2 febr. 1584 verkoopt Dirck Gerbrantsz. Stoop aan Augustijn Boucquet Claesz. een huis in de Kannenkopersbuurt [Voorstraat bij Heer Heymansuysstraat], staande tussen verkopers huis, genaamd "den Hegelentier" en dat van Frans Fransz. pasteibakker. Waarborg: Adriaen Mes
ORA Dordrecht inv. 717, f. 222v e.v.: op 29 aug.1587 verkoopt Susanna Droitlijns Jansdr., weduwe van Augustijn Boucquet, aan Pieter Jansz. een jaarlijkse losrente van 3 ponden Vlaams, verzekerd op een huis in de Kannekopersbuurt aan de Landzijde, staande tussen het huis van Dirck Gerbrandsz., genaamd "den Eglentier" en het huis van Frans Jansz. pasteibakker.]
Dirck Gerbrantsz. [Stoop] 12
f. 58v
Marijken Ariaensdr. 5
Cornelis Dircxsz. spelvercooper huurt van de erfgenamen van Jacob Claesz. Braet om 60 gl. 19-4
Jan Aertsz. 16
Truijken de Bije en Pieter Jacobsz. Sterck 16
[ORA Dordrecht inv. 728, f. 72: op 26 jan. 1571 verklaart Thomas Pietersz. de Bije schuldig te zijn aan Jan Thomasz. zeepzieder en Willem Jan Wittesz., zijn ooms, Andries Pietersz. de Bije, zijn broer en Geertruijt Pietersdr., weduwe van Jacob Cornelisz. Sterck, zijn zuster, een bedrag van 125 gl. wegens geleende penningen]
Cornelis Aelbertsz. snijder 6
Hans Graeff 11
Tonis Thonisz. bakker 10
[Mogelijk identiek met Thonis Thonisz. Wijcken. Zie f. 47v bij Dirck Thonisz. Wijcken.]
Jan Lenertsz. 10
f. 59
Henrick Ottensz. 24
Laurens Lootboos apotheker 10
Rochus Cornelisz. comen 10
Die Cruijsscappel
[De Heilige-Kruiskapel werd gesticht in 1306, maar pas geconsacreerd in 1357 door de vicaris van de bisschop van Utrecht. Zij behoorde aan de Heilige-Kruisbroeders en stond aan de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug. In de zestiende eeuw verhuurde de H.- Kruisbroeders een deel van de kapel aan de stad voor het houden van "der stede cantoir of makelaerdy huyske". In 1645 werd zij verkocht aan de koopman Anthonie de Sont, die er een pakhuis van maakte. (Van Dalen, o.c. deel II, p. 728)
- 31 jan. 1600: Johan Boucquet als overman en Gijsbert van Diemen en Cornelis Ariaensz. bakker als dekenen van de Kruiskapel enerzijds en Henrick Pijetersz. Starrenborch anderzijds zijn overeengekomen aangaande de verbouwing, die Starrenborch zal doen aan de gang staande tussen en toebehorende aan de Kruiskapel en het huis, waarin hij woont, "int affbreken van sijnen zijdelmuijr nu ter tijdt inden voorsz. ganck seer overhangende" (ORA Dordrecht inv. 745, f. 156v) ]
Lubbert Revertsz. met de kelder 14
[ORA Dordrecht inv. 736, f. 296 e.v.: op 26 febr. 1582 verkoopt Lubbert Revertsz. aan Jacob Joostensz. van Zundert en diens vrouw Aeltgen Jacob Cruijvaertsdr. een huis aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen de Kruiskapel en het huis van Gerrit Bastiaensz. glaesmaecker. Verkoper verbindt in plaats van waarborg zijn huis, staande omtrent het Gravenstraatje, genaamd "Sheeren Gijssen", belend door de huizen "Cleijn Middelborch" en "Ratingen". De koper, als man van Aeltgen Jacob Cruijvaertsdr., transporteert aan verkoper een losrentebrief van 6 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis in het Steegoversloot op de haven en een rentebrief van 6 gl. jaarlijks verleden door de Prouffmeesters van St. Vitus en Modestus, verzekerd op het Droochscheerders Raempte, hem aangekomen door overlijden van Pieter Pietersz. snijder, de oom van zijn vrouw. Hij bekent voor de rest van de koopsom aan verkoper een bedrag van 790 gl. schuldig te zijn.]
Geerit Bastiaensz. glaessmaecker 7
De weduwe van Kaerl van Eijnden 20
Roelandt Sameling huurt van Lubbert Revertsz. om 60 gl. 19-4
f. 59v
Rochus Grijp generael [van de Munt] 22
[ORA Dordrecht inv. 734, f. 142: op 14 okt. 1578 transporteert Rochus Grijp Joostensz., generaal van de Munt, aan Truijchgen Pietersdr. van Bre, weduwe van Jacob Cornelisz. Stercke, een rentebrief van 6 Vlaamse ponden.
ORA Dordrecht inv. 736, f. 304 e.v.: op 15 mrt. 1582 transporteert Rochus Grijp, generaal van de Munt van Holland, aan Pieter Jacobsz. schiptimmerman de eigendomsbrieven van het zevende en achtste erf op het Nieuwe Werk, gelegen ten noorden van de Eliskenstoren [onbekende toren, vrijwel zeker niet identiek met de Kalktoren (vriendelijke mededeling van de heer J.W. Boezeman te Dordrecht)], met alle vrijdommen en servituten, zoals Grijp die gekocht heeft van de regeerders van Dordrecht. Waarborg: Jan Jacobsz. "offslager". De erven liggen naast elkaar. Het zevende erf wordt aan de andere zijde belend door het erf van Wouter Jansz. in de Lantscroon en het achtste erf aan de andere zijde door het erf, dat is gekocht door Adriaen Dircxsz. Coninck. Pieter Jacobsz. verkoopt Grijp een jaarlijkse losrente van 2 ponden Vlaams, verzekerd op beide erven. Hij is wegens de koop van de erven aan Grijp een bedrag van 432 gl. schuldig. Borg: Dirck Cornelisz. Praem.
ORA Dordrecht inv. 737, f. 352: op 20 jan. 1584 verklaren Jan Philipsz., 50 jaar oud en Sebastiaen Fransz., ongeveer 53 jaar oud, op verzoek van jonkheer Jehan van de Mijle, schepen in wette van Dordrecht, dat zij op 17 okt. 1583, 's morgens omtrent acht uur, zijn geweest buiten de Vuilpoort en daar "op 't Hooft [hebben] zien gaen wandelen Rochus Grijp", samen met de rekwirant. Jacob Wensen, baljuw van Strijen en Michiel van Beveren, van wie laatstgenoemde inmiddels is overleden, "ende dat ten selven tijde d'voorsz. Rochus Grijp den requirant fortselijck geslagen heeft voor zijn hooft. Affirmerende voorts, dat zij deposante[n] lange daer te vooren alhier binnen deeser steede hebben hooren seggen ende dat oock de spraecke onder de borgers alhier is geweest, dat de voorsz. Rochus binnen der steede van Delft verdorst was van de schoudt aldaer, die hem gevonden gehadt soude hebben bij een ander vrouwe."
ORA Dordrecht inv. 737, f. 352: ter instantie als boven: op 1 febr. 1584 verklaart Jacob Meeusz., schout in Zwijndrecht, ongeveer 32 jaar oud, dat hij op 2 okt. 1583, "wesende tot Delft ende gaende met eenen Pieter Adriaensz., sijn cosijn, wandelende ontrent de steede poerte, heeft aldaer zijen comen gaen Rochus Grijp, borger deeser steede ende dat ten selven tijde twee persoonen, aldaer meede gaende, hem deposant onbekent, jegen den anderen seijden, wijsende op Rochus Grijp, siet daer gaet hij heenen, die verdorst is. "]
Pieter Faes cruijenier huurt van Pieter Corssen om 42 gl. 13-8-12
Blasius Boucquet generael huurt van de weduwe van Willem Boucquet om 60 gl. 19-4
[Blasius Boucquet, generaal van de Munt te Dordrecht, overleden in 1587, was getrouwd met Lijsbet Jansdr. Hij was een zoon van Blasius Boucquet, muntmeester van Holland en Catharijne van Bree Pietersdr. Genoemde Willem Boucquet was zijn (op 18 sept. 1570 te Dordrecht overleden) broer, eveneens muntmeester van Holland en later generaal van de Munt, schepen en burgemeester van Dordrecht en hoogheemraad van Zwijndrecht. Diens derde vrouw, Elisabeth van de Kerckhoff, dochter van Jan Bouwensz. van de Kerckhoff, overleed in 1580. Willem Boucquet woonde naast de Munt (oostwaarts), in een huis met een houten gevel. (De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 341 e.v.)]
De Coninklijke Majesteits Munte met drie huijsinge van Jan Damen

De Munt van Holland in de Voorstraat (mei 2008)
["De eer, de Dordtse munt als grafelijke instelling te hebben gesticht, kan worden toegekend aan Albrecht van Beieren. Sedert geruimen tijd was toen reeds door de Hollandse graven munt geslagen, ook wel te Dordrecht, maar het privilege van 4 Maart 1367/8 is te beschouwen als het fundament, waarop gedurende ca. 440 jaar zou worden voortgebouwd. Er werd ingesteld een "Serment" (zo genoemd wegens de afgelegde eed) van werklieden en munters, waarvan de leden, met uitsluiting van alle anderen, in de munt mochten werken, vrij zouden zijn van alle zettingen en beden, tolvrij zouden mogen varen en terecht zouden staan voor eigen provoosten en gezworenen (behalve wegens "vrouwencracht, doetslach, moert ofte diefte", waarover de baljuw van Zuid-Holland recht zou spreken). Ook de leden van het Serment van de munt van Brabant zouden in de munt van Holland en Zeeland (zoals de benaming officieel luidde) mogen werken." (W. Dolk, Het Serment van de Munt van Holland te Dordrecht, in: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel V ('s-Gravenhage 1951)]
De weduwe van Henrick Lucas 10
Ghijssbert van Diemen 14
Henrick Cornelisz. schoenmaker 7
f. 60
Cornelis Ariaensz. bakker 8
Pieter Claesz. huurt van idem om 30 gl. 9-12
Het Steechoversloot die slinckerhandt ingegaen
D'erffgenamen van Martijnken de appelcoopster
Willem Jansz. mandenmaker huurt van Pieter Dionijsz. om 12 gl. 3-16-12
Jan Andriesz. boechmaecker 4
De weduwe van Thonis Cornelisz. 4
Truijken de vroevrou
Ariaen Fransz.
f. 60v
Bartholomeus van Bergen 4
Dirck Ariaensz. mesmaker 5
Cornelis Jacobsz. boegmaker 10
[ORA Dordrecht inv. 897: op 27 aug. 1599 legt Marijken Jansdr., weduwe van Augustijn Huijbrechtsz. verver, 73 jaar oud, een verklaring af op verzoek van Aerjaentgen Jansdr., weduwe van Cornelis Jacopsz. boogmaker.]
Huijch Snouck 10
De weduwe van mr. Jacob Anthonij huurt van Huijch Snouck om 28 gl. 8-19-2
Franchoijs de Buijlere 6-10
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 143v: Hans Wickmans huurt een huis van Franchoijs de Buijlere en betaalt in de verponding van 1594 daarvoor 18 ponden 25 st. Belenders: Huijgo Snouck en Eeuwout Willigen wijnkoper.]
Anneken Meijnerts met de kelder 14
Mr. Huijbert Doctor huurt van Herman Cleijn om 42 gl. 13-8-12
Geerit van den Brouck huurt van idem om 30 gl. 11-10-4
f. 61
Ariaen Ariaensz. timmerman 7
Pieter Greeffraet huurt van schipper Barent om 24 gl. 7-13-8
Matgen Michels weduwe 9-12
Willem Cornelisz. den ouwen 8
Gielis Henricxsz. schoenmaker 8
Dingena Huijgen huurt van Pieter Ariaensz. Block om 28 gl. 8-19-4
Jan den thuijnman 6
Aert Claesz. goudsmid 8
f. 61v
Willem van Bemondt muntenaar vrij
Thuijs ende Doel vande Schutterije vanden Cruijsboech
[De Sint-Joris Doelen in het Steegoversloot. Van Dalen schrijft hierover (o.c., deel II, p. 533-554): "Wanneer de Doel gesticht is, is onbekend en Balen verhaalt ook niets van de inrichting [behoudens enkele zich daar bevindende schilderijen, o.a. een Sint Barbara door Marten Heemskerk en kostbaarheden, zoals kelken, een halsband van het Gulden Vlies etc., die alle verloren zijn gegaan.]. In het schoorsteenboek van 1555 wordt hij vermeld als Soetman in den Doel ... In de achttiende eeuw verviel de schutterij en het gebouw werd gebruikt voor verkoopingen, vergaderingen, feestvieringen enz. ... Een kortstondige opleving beleefde de schutterij [tijdens de Patriottentijd] in 1783-1787 door de oprichting van het [patriottische] Exercitiegenootschap de Vrijheid, gelegaliseerd [op] 26 juli 1783." Tijdens de Bataafse Republiek werd de schutterij opgeheven (aug. 1800) en daarna werd het schuttershuis in gebruik genomen tot oprichting van een tapijtenfabriek en later van een vrijwillig werkhuis. Dit werkverschaffingsproject werd bekostigd uit een legaat in het op 21 febr. 1778 gepasseerde testament van mr. J.A. Braats , heer van Spijkenisse (1733-1780). Toen het project mislukte besloten de erven Braats het legaat te reclameren. Op 4 sept. 1810 werden de Sint-Jorisdoelen door de administrateur van het Braats-fonds verkocht. De erfgenamen ontvingen van het overschietende kapitaal 2/5 deel, de rest ging naar de stad. (Ibidem). Thans is het opnieuw het gebouw van de Dordtse rechtbank (Steegoverlsoot 36).
Jensma beschrijft interieur en exterieur als volgt: "Het gebouw kreeg in 1553 een (vergrote?) keuken met kelder en in 1563-1564 een (gerenoveerde?) benedenkamer (neercamer), waaraan in 1570 met het maken van o.a. een schoorsteenmantel voorlopig de laatste hand werd gelegd: in 1564-1565 was aan een portaal gewerkt. In of ergens buiten het gebouw stond een beeld van Sint Joris, de schutspatroon, opgesteld., terwijl gebrandschilderde ramen met afbeeldingen van Onze Lieve Vrouwe die Vlamme en de Hollandse Maagd - de laatste in de doorgang (portaal) uiting gaven aan religieus-kunstzinnige gevoelens." (Th. W. Jensma, De Dordtse schutterijen 14de eeuw-1585 in Kwartaal & Teken van Dordrecht 1984, nr. 2/3, p. 8)

De Rechtbank in het Steegoversloot (mei 2008)
"In 1825 onderging het laat-middeleeuwse gebouw een metamorfose. Het werd ingrijpend verbouwd en voorzien van een neo-classicistische facade, passend bij de bestemming die er in 1811 aan gegeven werd. Vanaf dat jaar zetelden hier rechterlijke colleges, waaraan het gebouw de naam Tribunaal dankt. De Arrondissementsrechtbank, hier gevestigd sinds 1838, werd in 1980 gedwongen tot een tijdelijk vertrek wegens de voorgenomen verbouwing, restauratie, sloop en nieuwbouw. In april 1984 hebben het Kantongerecht en de Arrondissementsrechtbank de gerestaureerde St. Jorisdoelen en achterliggende nieuwbouw betrokken ..." (Mieke Jansen, Sint Jorisdoelen en omgeving in Kwartaal & Teken van Dordrecht 1984, nr. 2/3, p. 49)]
Marijcken Willemsdr. 4-10
Aert Denisz. 5
Cornelis Meeusz. kuiper 5
Barent Jansz. 9
Jacob Pietersz. 12
Cornelis Cornelisz. timmerman
Jan Borreman huurt een huis en tuin van Geerit Verlaen om 48 gl. 15-6-12
f. 62
Over die brugghe
Aert Jansz. van de Graeff 6
Jan van Heijnsborch huurt van Aert Jansz. om 30 gl. 9-12
[ORA Dordrecht inv. 739, f. 176: op 18 juni 1587 verkoopt Marijcken Pietersdr., weduwe van Jacob Pietersz. Vos, aan Robert Colet zijdeverver een huis achter in het Steegoversloot over de brug, staande tussen het huis van Herman Walraven en dat van de weduwe van Aert Jansz. van de Graeff. Waarborgen: Dirck Francken schipper en Cornelis Francken. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1100 gl. Borgen: Dirck Melisz en Peter [?] Claesz.]
Herman Walraven karreman 6
Ariaen Jansz. 5
De weduwe van Geerit Pietersz. Dou 6
Wederom keerende
Reijnijer Holsswijler goudsmid 12
De weduwe van mr. Pieter Sanders 3-16-11
Michiel Borremans muntenaar huurt van Cornelis Aertsz. "coempt over die twe deelen" 4-5-6
f. 62v
Ariaen Jacobsz. schipper 5
Jan Dou huurt van Jan Leeuwen om 20 gl. 6-8
Ariaen Aertsz. huurt van Reijer Jacobsz. om 14 gl. 4-9-8
Jan Carreman 3-16-12
Den Augustijnencamp die slinckerhandt ingegaen
Jan Ariaensz. borstelmaker 3 gl.12 penn.
Lenert Dircxsz. 3-16-12
Seger Jansz. korenmeter 3-12
f. 63
Thuijs ende thuijn van Crijn van de Graeff 3 gl. 12 penn.
De weduwe van Andries Joosten huurt van Ghijssbert Jansz. om 20 gl. 6-8
Lijn de bleekster huurt een bleekveld van de erfgenamen van Adriana Sijmons om 12 gl. 3-16-12
Engbert Geeritsz. 3-16-12
Wederom keerende
Pieter Jansz. wever 3-4
Dirck Craech huurt van idem om 12 gl. 3-16-12
[naam niet vermeld] huurt van Van Bemel de metselaar om 12 gl. 3-16-12
f. 63v
Frans Stoffelsz. huurt van de erfgenamen van Anna Bornwater om 12 gl. 3-16-12
Geerit Cornelisz. draaier 4
Balten Willemsz. orologijmaker 4
[ORA Dordrecht inv. 741, f. 240: op 8 mei 1591 verkoopt Wouter Corstiaensz. arbeider bij de straat aan Adriaen Thonisz. schiptimmerman een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Balthen Willemsz. horlogemaker en dat van de weduwe van Crijn van de Berch. Waarborg: Wit Joosten.]
[naam niet vermeld] huurt van Cornelis Jacobsz. om 26 gl. 8-6-6
De weduwe van Jan Aertsz. en Jacob Ringeback [ende Pieter] den schipper samen 6
Jop Cornelisz. huurt van Cornelis Joosten Doot om 12 gl. 3-16-12
f. 64
Lijssbeth Pieters huurt van Marijken Andries om 10 gl. 3-4
Jasper Willemsz. huurt een huis en bleekveld van Neeltgen de boechmaeckster om 12 gl. 3-16-12
Willem Blasius huurt van de erfgenamen van Ghijssbert van Haerlem om 22 gl. 7 gl. 12 penn.
[Steegoversloot bij de Augustijnenkamp]
[Cornelis Thonisz.] Nuijs de kuiper 3-4
Henrick Pietersz. [Hasseldonck] 8
[ORA Dordrecht inv. 717, f. 183v, akte dd 30 mei 1587: op verzoek van de weduwe van Jacob van Beveren verklaren Cornelis Thonisz. kuiper, ongeveer 42 jaar oud, Reijer Bastiaensz., ongeveer 40 jaar oud en Barbara Pynixhoorn, weduwe van Hermannus Ratgen, predikant in De Lindt, ongeveer 50 jaar oud, dat zij buren zijn van Henrick Pietersz. Hasseldonck.]
Kaerl van Rijssborch muntenaar vrij
Henrick de muntenaar huurt van Lambert Pietersz. [kuiper] om 30 gl. 9-12
[ORA Dordrecht inv. 735, f. 231v: op 12 mrt. 1580 transporteert Lambert Pietersz. kuiper aan Pieter Cornelisz. Papslocker schipper een huis in het Steegoversloot, genaamd het Artilleriehuis, voorheen de Heelhaaksdoelen, door hem gekocht van Dirck Philipsz., die het op zijn beurt gekocht heeft van het Gerecht van Dordrecht.
"De Heelhaecxdoelschutters zijn, in tegenstelling tot die van Sint Joris en de Kloveniers, van jongere datum. Zij komen in de bronnen eerst voor in het midden van de zestiende eeuw, doch zullen waarschijnlijk van de tijd omstreeks 1500 dateren. ... De Heelhaecxschutters schoten met een "heelen haeck", dat wil zeggen een vuurwapen, dat met een lont afgeschoten werd en waaraan een haak bevestigd was die bijvoorbeeld achter een borstwering gehaakt kon worden en zo de terugstoot van het vuurwapen kon opvangen. Van de latere oprichting getuigt ook het feit, dat ze niet, zoals de Sint-Joris- en Kloveniersdoelen, een gebouw van enig aanzien als schuttershof of -doel bezaten. Zij hadden slechts een tamelijk onbelangrijk huis naast de Sint-Jorisdoelen, waar nu [1974] het grote gebouw Doelesteijn staat. Het is daarom niet te verwonderen dat de Heelhaecxschutters hun oog hebben laten vallen op het gebouw van het augustijnenklooster, waarin voorheen de refter en slaapzaal gevestigd waren. Dit werd in 1574 toegestaan en zo verkregen ook deze schutters een waardig onderkomen." (Lips, o.c., deel II, p. 298-299)
ORA Dordrecht inv. 735, f. 278: op 16 mei 1580 verkoopt Lambert Pietersz. kuiper aan Aert van de Beeck muntenaar een huis in het Steegoversloot], staande tussen het huis van Kaerl van Rijsborch en dat van Bartholomeeus Adriaensz. stadsbode. Waarborg: Cornelis Thonis Nuijs kuiper. ]
f. 64v
Bartholomeus [Adriaensz.] de boede 5
De weduwe van Henrick Willemsz. hoemaecker 4
Pieter Ariaensz. bakker 6-8
Hans de schilder huurt van Jan Jansz. om 36 gl. 11-10-4
Henrick Henricxsz. muntenaar vrij
Floris Eeuwoutsz. 8
De weduwe van Michiel Nijssz. schipper 7
Pieter Dionijsz. cramer 7
Bastiaen Ghijssbertsz. molenaar 10
f. 65
Janneken Ghijssbertsz. huurt van Maeij van Dort om 18 gl. 5-15-4
Ariaen Zegersz. schipper 10
Maximiliaen de Heeff huurt van Ariaen Boel om 26 gl. 8-6-6
Jan Broer schipper 10
Mr. Ghijssbrecht chirurgijn 8
Den Augustijnenkerck [Voorstraat]

De Augustijnenkerk
Sacharias Goudtsmidt huurt van Mathijs Berck om 25 gl. 8
Mathijs Berck van voren tot achteren met de kelders en zolders 64
["[D]e Berckepoort [dateert] van het midden van de zestiende eeuw. Al is er veel aan het gebouw [of beter: het complex van gebouwen] verknoeid en werden de topgevels, onbekend wanneer, alle afgebroken, toch maakt het nog steeds een imposante indruk ... Het is een van die grote zestiende-eeuwse huizen welke door de handelaars in Rijnwijn gesticht werden. Hoewel de naam sedert het eind van de zestiende eeuw Berckepoort is, was de stichter toch een ander, namelijk Huijbert Tack, een wijnhandelaar die zich in 1544, uit Emmerik komend, in Dordrecht vestigde. Later kwam het huis door het huwelijk van een dochter, Wilhelmina Tack, aan Matthijs Berck. Het kwam met een poort uit aan de Voorstraat, zoals ook nu nog [in 1974]. Toen in 1616 een huis er naast verkocht werd, noemde men als belendend pand, de Poort van de heer Berck, later kortweg Berckepoort. Het ondergedeelte, uitkomende in de Nieuwstraat, diende voor wijnkelders. Oorspronkelijk behoorde de huizen aan de Voorstraat naast de Poort er toe en reikte het pand tot de Hofstraat, waar het eindigde in een huis dat in 1911 afgebroken werd. Het huis aan de Voorstraat werd reeds in 1587 verkocht aan boekdrukker Pieter Verhaghen. (Lips, o.c., deel II, p. 315) Zie ook Genealogie Berck op deze website (pagina Genealogie Dordrecht).]

De Berckepoort (Nieuwstraat, richting Statenplein)

De Berckepoort (Nieuwstraat, richting Voorstraat)
f. 65v
Jan Hermansz. boekverkoper huurt van Mathijs Berck om 36 gl. 11-10-4
[ORA Dordrecht inv. 717, f. 71v e.v.: op 15 april 1587 verkoopt Guilhelmina Tacx, weduwe van Mathijs Berck, koopman van Rijnse wijnen, aan Pijeter Verhagen boekdrukker een huis aan de Landzijde omtrent de Wijnbrug, staande tussen de poort van het huis van verkoopster en het huis van Pieter Gijsbertsz. schoenmaker, met alzulke gerechtigheid van muren aan de zijde van Pieter Gijsbertsz. als de verkoopster het in eigendom gehad en geërfd heeft en met zijn vrije waterloop door het huis, dat toebehoord heeft aan wijlen Jan Jansz. vaatspoelder en nu eigendom is van de weduwe van Helias Tack. Koper is schuldig een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 897, akte dd 3 juli 1600: op verzoek van Abraham Canin boekdrukker verklaren Anthonij van Leest, ongeveer 55 jaar oud en Pieter Verhagen, ongeveer 49 jaar oud, dat zij arbiters zijn geweest in het geschil tussen David Bisschop en de rekwirant aangaande "tvoldrucken vande XXV C exemplairen geïntituleert Veneris Blijenburgenci die Canin gehouden was te drucken". Zij verklaren voorts, "dat den tijt hem Canin geaccordeert tot tvoldrucken vande selve boucken soo lange soude werden geprolongeert als Damas van Blijenborch binnen de selve tijt vuijte stadt soude sijn".]
Geerit Balthasersz. huurt van Pieter Gijssbertsz. om 36 gl. 11-10-4
[ORA Dordrecht inv. 738, f. 258v, akte dd 14 okt. 1585: Pieter Gijsbrechtsz. schoenmaker is belender van het huis aan de Voorstraat van Guillemina Tacx, weduwe van Mathijs Berck, welk laatstgenoemde huis aan de andere zijde wordt belend door het grote huis van Guillemina Tacx.]
Frans Willemsz. comen 8
Willem Pietersz. comen 10
De Nieustraet van voeren die slinckerhandt ingegaen
Claes Dircxsz. droogscheerder 4
Meijnert Meijnertsz. schipper 3-4
Jan Jansz. vaetspoelder 4
f. 66
Marijken Jansdr. huurt van de weduwe van Elijas Tack om 24 gl. 7-13-8
Franssken Dornen met die caetspel 10
Cornelis Karstiaensz. hoemaecker huurt van Frans Dornen om 18 gl 5-15-4
Cornelis Aertsz. wever 6
Ariaen de molenaar huurt een rosmolen van Claes Mantel om 30 gl. 9-12
Cornelis de moutmaker huurt een huis van de weduwe van Herman Bacharach om 10 gl. 3-4
[ORA Dordrecht inv. 708, f. 210: verklaring dd 2 juli 1569 op verzoek van Herman Bacharach, koopman van Rijnse wijnen , door Gerrit van Nispen Gerritsz. lakenkoper, ongeveer 60 jaar en Annegen Gerritsdr. van Nispen, ongeveer 18 jaar. Zij verklaren, dat zij ongeveer vier jaar geleden met de vrouw van Bacharach geweest zijn in Rhoon ten huize van jonker Gerrit van Roon, waar mede aanwezig was mr. Boudewijn van Roon, aan wie Bacharachs vrouw verzocht heeft betaald te worden van zeker geleverd vaatje wijn.]
Jan Cornelisz. huurt van idem om 10 gl. 3-4
Over de brugghe
f. 66v
Henric Henricxsz. huurt een huis en bleekveld van Cornelis Pietersz. van Schaerlaecken om 25 gl. 8
Stijn Jansz. huurt een huis en bleekveld van idem om 18 gl. 5-15-4
Wederom keerende
Jeronimus Haeck 8
Toentgen Willems huurt van Pieter Jacobsz. [Despinoij] apotheker om 15 gl. 4-16
Nellegen Jansdr. 4
Cornelis Henricxsz. sledenaar 3-4
Gielis Barentsz. 3-4
Jacob Willemsz. Spaeniert 3 gl. 12 penn.
f. 67
Daniël Wilmet huurt van Huijch de kuiper om 15 gl. 4-16
Wouter Jansz. schiptimmerman 4
Huijch Jacobsz. wijnschroijer 3-4
Lijntgen Brants huurt van Anna Pieters om 13 gl. 4-3-4
Aert Thijssz. en Jacob Woutersz. Meijt huren samen een kamer van Arent Woutersz. elk om 10 gl. 6-8
Cornelis Ariaensz. huurt van idem om 15 gl. 4-16
f. 67v
Pieter Willemsz. muntenaar vrij
Jacob Huijgen kuiper 4
Dirck Jansz. de Haen huurt van de Romeijnen om 24 gl. 7-13-8
Claes Geeritsz. schuitenaar 8
Henrick Nouwaerts huurt van Jacob Bol om 25 gl. 8
Lijsbeth Jans huurt van kamer van idem om 11 gl. 3-10-6
Jan Eijmersz. spelmaker huurt van Jacob Buijs om 20 gl. 6-8
f. 68
Frans Willemsz. comen huurt van [naam niet vermeld] om 25 gl. 8
Jacob Hermansz. nestelmaker huurt van comen Willem om 20 gl. 6-8
Lodewijck Servaesz. smid 3-4
Cornelis Jansz. glaesmaker 6-10
Geerit Schoor bakker 6-10
Jacob Bol zeepzieder 24
Ariaen Jansz. bakker 7
De weduwe van Willem Schoel huurt van Ruth de snijder om 20 gl. 6-8
f. 68v
Aert Jansz. ladenmaker 6
Pieter Verhaegen boekdrukker huurt van Grietgen van Driel om 90 gl. 28 -16
["Naast Jan Canin is ongeveer tezelfdertijd Peeter Verhaghen te Dordrecht [als boekdrukker] werkzaam: zijn eerste publicatie dateert van 1578, zijn laatste van 1627. Hij overleed op 79-jarige leeftijd in aug. 1628 ... Uit de ongeveer zestig boeken van Verhaghen, die wij in een voorlopige bibliografie konden bijeenbrengen, komt duidelijk naar voren, dat ook hij tot de belangrijke drukkers van de vroege Republiek gerekend moet worden." (Briels, o.c., p. 55 e.v.)
Grietgen (Margaretha Wenssen, overleden in 1597, dochter van Jakob Wenssen en Kornelia van Slingeland, trouwde met Kornelis van Driel Nicolaasz., schepen van Dordrecht, overleden in 1555. Van Driel werd op 28 mrt. 1539 door Karel V beleend met "het Huys Leeuwenburg", in Dordrecht beter bekend als Mijnsherenherberg. (Balen, o.c., deel II, p. 1045). De graaf van Holland verkocht in 1389 het huis Henegouwen in de Wijnstraat aan particulieren en nam na die tijd zijn intrek in een gebouw aan de Voorstraat. Dit huis had uitgangen aan de Nieuwstraat en Kolfstraat. Het wordt voor het eerst vermeld in 1385, toen het werd bewoond door Reijnout Sarisz. Onderwater, die het vermoedelijk hield als leengoed van de graaf van Holland. "In latere tijd werd het huis steeds Mijnsherenherberg, dat wil zeggen "de herberg van mijn heere de graaf van Holland" genoemd ... [Het gebouw] bleef in leenverband en werd als zodanig in 1538 [Balen schrijft 18 mrt. 1538, "vóór Pasen". In Dordrecht werd tot 1577 in het algemeen de Paasstijl gebruikt en dus is het jaartal niet 1538 maar 1539.] verleden of op naam gesteld van Cornelis van Driel, wiens kleindochter Elisabeth van Driel [dochter van zijn zoon Jakob van Driel] trouwde met Emanuel van der Steen, die in 1613 opheffing van het leenverband kreeg, waardoor het gebouw gewoon particulier eigendom werd. In 1616 werd op het achtergelegen terrein de Steenstraat gebouwd." (Lips, o.c., deel II, p. 324-325)
Jan Jansz. van Munster 4-10
Jan Pietersz. cruijenijer 12
Hans van Nes huurt van Joos van Thienen om 50 gl. 16
Ooloff Jansz. smid 8
Ariaen Pietersz. Verkerck 11
Geerit Henricxsz. ladenmaker huurt van Cornelis Tjong om 42 gl. 13-8-10

Onderaan op deze kaart de Voorstraat tussen Steegoversloot en Grote Spuistraat. De zijstraten van de Voorstraat zijn (van links naar rechts): Steegoversloot, Nieuwstraat, Kolfstraat, Tolbrugstraat Landzijde (uitkomend in de Kromme Elleboog), Vriesestraat, Vistraat/Bagijnhof Lombardstraat, Haringstraat en Grote Spuistraat. (plattegrond van Braun en Hogenberg uit ca. 1575)f. 69
Heer Mathijsstraet [Kolfstraat] van voeren die slinckerhandt ingegaen
Ariaen Jansz. smid 3-4
Pouwels Jansz. spelmaker huurt van de erfgenamen van Geerit Jansz. smid om 18 gl. 5-15-2
Berber 't santwijff huurt van Govert Ariaensz. van Bemont om 10 gl. 3-4
Pieter Pietersz. schipper huurt van idem om 12 gl. 3-16-12
Jan Jansz. koolmeter huurt van idem om 12 gl. 3-18-12
Cornelis Geeritsz. clockstelder 3-4
De weduwe van Wouter de tingieter 3 gl. 12 penn.
f. 69v
Jacob Baeckelaers huurt van Ariaen Verbeeck om 12 gl. 3-16-12
Pieter Cornelisz. Witsant 4
Het pakhuis van Ariaen in den Stoer 5-15-12
Sijmon Jansz. huurt van de weduwe van Bouwen die ketelboetster [sic] om 18 gl. 5-15-2
Katherijn Jans huurt van Pieter Jansz. Vinck om 10 gl. 3-4
Pieter Jansz. muntenaar vrij
Michiel Jansz. wever 3-16-12
Geerit Govertsz. huurt van Maij van Zuijlen om 19 gl. 6-1-8
f. 70
Ariaentgen de naaister huurt van Maeij Crijnen om 10 gl. 3-4
Servaes Roeloffsz. spelmaker huurt van Lenert Meeusz. om 20 gl. 6-8
Het huis en de tuin van Jaecques Despontijn 8
Cornelis Willemsz. muntenaar vrij
Damas Bastiaensz. huurt van Cornelis de Gijselaer om 14 gl. 4-9-8
[Genoemde Cornelis de Gijselaer is vermoedelijk identiek met Cornelis Jacobsz. de Gijselaer lakenkoper, een oomzegger van de in 1572 om wille van de religie - hij was doopsgezind - in Ruygenhil onthoofde Cornelis Cornelisz. de Gijselaer. Hij was een zoon van diens broer Jacob Cornelisz. de Gijselaer in den Block, lakenkoper, raad te Dordrecht en van Adriaentje Adriaensdr. Cornelis Jacobsz.'s vrouw was Maritje Mathijsdr. (De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 133 e.v.) Op 14 mei 1575 werd hij opgenomen in het gilde van de Lakenkopers (St. Ponciaensgilde): "ende heeft betaelt sijn giltwinninghe ende sijn paenpond ende sijn stal is gecomen van sijn bestevaer Cornelis Ariaensz. Gyselaer, ende en hadde geen kinderen." (idem, kol. 137-138)]
Jacob Joosten huurt van idem om 14 gl. 4-9-8
Jenning de beeldsnijder huurt van idem om 14 gl. 4-9-8
[Jenning de beeldsnijder wordt in 1553 vermeld als maker van het hek van de Jeruzalemskapel in de Grote Kerk van Dordrecht. C.J.P Lips (o.c., p. 159 e.v.) meent dat Jenning de beeldsnijder dezelfde persoon is als Jan Terwen Aertsz. alias Jennin de Téruanne, die volgens Matthijs Balen (o.c.) de kunstenaar was, die de koorbanken van de Grote Kerk vervaardigde. Lips ziet in die naam Terwen een verbastering - of zo men wil vernederlandsing - van Thérouanne/Térunanne en Jeannin is uiteraard het verkleinwoord van Jean. Een ander argument, welke Lips voor zijn stelling gebruikt, is dat van bovengenoemde verhuurder, Cornelis de Gijselaer, bekend is dat hij behoorde tot de doopsgezinde gemeente en huisjes verhuurde aan geloofsgenoten, terwijl van Jenning de schrijnwerker [sic] in een getuigenis uit 1571 gezegd wordt dat hij één der doopsgezinden in Dordrecht was - een toen nog om hun geloof vervolgde groepering. Herman van Duinen daarentegen betoogt in zijn boek De Koorbanken van de Grote- of Onze Lieve Vrouwenkerk te Dordrecht (Leiden 1997), dat het onwaarschijnlijk is dat Terwen en Jenning de beeldsnijder/schrijnwerker één en dezelfde persoon zijn, omdat Terwen volgens Balen in 1589 op 78-jarige leeftijd overleed, terwijl in de getuigenis uit 1571 over Jenning gesproken wordt als een jongeman van huwbare leeftijd, hetgeen betekent dat hij toen ongeveer 25 jaar oud moet zijn geweest, wat uiteraard niet strookt met de leeftijd van Terwen, die in dat jaar 1571 - althans als we Balen mogen geloven - ongeveer 60 jaar was.(Van Duinen, o.c., p. 18-19) Een probleem met deze theorie is mijns inziens, dat Jenning, toen hij in 1553 het hek van de Jeruzalemskapel maakte, toch geen tiener meer zal zijn geweest, dat we veeleer ervan mogen uitgaan dat hij ouder was dan 20 en bijgevolg in 1571 al achter in de dertig, wat nauwelijks een leeftijd is, waarbij zou men zou spreken van "een jongeman van huwbare leeftijd".]
Marijken Geritsdr. huurt van idem om 14 gl. 4-9-8
f. 70v
Ocker Ariaensz. huurt een huis en bleekveld van de dekenen van Jerusalem om 18 gl. 5-15-12
Aert Pietersz. huurt een huis en bleekveld van Cornelis den Gijselaer om 15 gl. 4-16
Aert Ariaensz. huurt een huis en bleekveld van Govert van Bemont om 16 gl. 5-2-6
Wederom die brugghe overcomende
Jan Pietersz. huurt van de weduwe van Lenert Meeusz. om 11 gl. 3-10-6
Coen Jansz. sagdrager huurt van Brecht Ariaens om 12 gl. 3-16-12
Tonis Jacobsz. zeefmaker 5
Claes Walravens huurt van Jan den clapper om 15 gl. 4-16
f. 71
Jan Lodewijcxsz. leestmaker 4-16
Jaepken int Dubbelcruijs huurt van Maeij Crijnen om 25 gl. 8
Gielis Gielisz. comen 3-4
Claes Jansz. kuiper huurt van Pimpel de metselaar om 18 gl. 5-15-2
[ORA Dordrecht inv. 738, f. 218: verklaring dd 13 aug. 1585 door o.a. Pieter Jacobsz. Pimpel metselaar, ongeveer 50 jaar oud, op verzoek van Floris Willemsz.]
Jacob Jansz. 3-4
Jan Jansz. timmerman huurt van Griet de ketelboetster om 18 gl. 5-15-2
Jan inde Corenblom huurt van Jan van Duijeren om 18 gl. 5-12-2
Michiel Michielsz. hoefsmid 4
Maes den hoeckmaecker [huikmaker ?] huurt van Aert de molenaar om 12 gl. 3-16-12
Aert Jansz. molenaar huurt een huis en rosmolen van Gerit Jansz. om 37 gl. en 10 st. 12-2
Pieter Jansz. Pimpel 12
De weduwe van Baerthout de brouwer 20
Geerit de Leeu huurt van Jan Pietersz. Craen om 60 gl. 19-4
Geerit Jansz. inden Engel 15
Franchoijs Wolffert 12
[ORA Dordrecht inv. 740, f. 128: op 5 mei 1588 verkoopt Anthoni Wiltens schoenmaker aan Jan Marchusz. schrijnwerker een huis aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen het huis van de erfgenamen van Geerit Jansz. in den Engel en dat van Thonis Willemsz. wijnkoper. Waarborg: Sijmon Wiltens schoenmaker. Koper is schuldig een bedrag van 2325 gl. Borgen: Pieter Cornelisz. schrijnwerker en Lebuwijn Fransz. Drijfhout.]
Tonis Willemsz. wijnkoper 8
f. 72
Reijer Jacobsz. olieslager 15
[ORA Dordrecht inv. 736, f. 240v, akte dd 2 okt. 1581: Reijer Jacobsz. olieslager, voor zichzelf en als oom en voogd van de nagelaten weeskinderen van Arien Jacobsz. Been, Dirck Bastiaensz., voor zichzelf en vervangende Aert en Reijer Bastiaensz. en Willem Molen Fransz., als man en voogd van Aerjaentgen Jacobsdr., samen vervangende Aeltgen Jacobsdr., allen erfgenamen van Jacob Reijersz., verkopen aan Cornelis Jacobsz. lantarenmaker een huis aan de Landzijde (Voorstraat), staande omtrent de Karnemelksteiger aan de havenzijde tussen het huis van Cornelis Pietersz. tingieter en dat van Quijrijn Coenraetsz.. Waarborgen: Rochus van Haerlem Ghijsbrechtsz. en Reijer Jacobsz. olieslager. Koper is schuldig een somma van 1300 gl. Borgen: Mathijs Geeritsz. zeilmaker en Mathijs Fransz. viskoper.]
Ariaen Cornelisz. 12
[ORA Dordrecht inv. 740, f. 120v: op 13 juli 1588 verkoopt Adriaen Cornelisz., raad in wette van Dordrecht, aan Frans Fransz. Bon een kaatsbaan met toebehoren, staande recht achter het huis van Adriaen Cornelisz., uitgezonderd de gang aan één zijde van het huis van Reijer Jacobsz. Aan de koop zijn de volgende voorwaarden verbonden: de huizen van Adriaen Cornelisz. en Dirck Claesz. zullen hun waterloop hebben naast de kaatsbaan; Adriaen Cornelisz. en zijn nakomelingen zullen hun vrije doorgang hebben aan de zijde van voornoemde waterloop tot in het Tolbrugstraatje; koper zal aan de zijde van Reijer Jacobsz. "mogen stellen een of twee stijlen tot stijffenisse vande voorsz. bane, gelijck de oude stijlen nu jegenwoerdich staen"; er mogen geen varkenskotten gezet worden op de plaats, waar zij eerder gestaan hebben. Frans Fransz. is schuldig een berag van 591 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 13 ponden groten Vlaams. Borg: Jan Reijersz. in de Schoppen.]
Dirick Claesz. huurt van Ariaen Cornelisz. om 42 gl. 13-8-12
De weduwe van Goossen van Brecht 13
Henrick Jopsz. 10
Het Tollebrugsstraetgen van voeren die slinckerhandt ingegaen nae die Crommen Elboech toe
Goossen Daniëlsz. muntenaar vrij
Daniël de Beeck huurt van Ariaen Cornelisz. om 12 gl. 3-16-12
f. 72v
Frans Fransz. riemmaker, van voren tot achteren 11
[ORA Dordrecht inv. 737, f. 314: op 7 jan. 1584 Frans Fransz. [Riem] riemmaker transporteert aan Cornelis Jansz. glaesmaecker, als voogd van Frans Fransz. en Jaapgen Fransdr., kinderen van Frans Fransz. Riem, door hem verwekt bij Marijchgen Aertsdr., zijn eerste vrouw, een rentebrief van 3 ponden Vlaams jaarlijks, verleden door Aert Jansz. schiptimmerman, de grootvader van de kinderen. Frans Fransz. Riem verkoopt aan Cornelis Jansz. Glaesmaecker, als voogd van zijn onmondige kinderen, Frans en Jaepgen, een jaarlijkse losrente van 16 gl., verzekerd op een huis in het Tolbrugstraatje Landzijde, staande tussen het huis van Henrick Fransz. schipper en dat van Adriaen Cornelisz. int Boomken, "mitsgaders op de Capelle ofte packhuijs", staande achter het voornoemde huis en uitkomende in de Kromme Ellbeboog.]
Henrick Fransz. schipper 5
Den dooven Steven 3 gl. 12 penn.
Matheeus Aertsz. mesmaker huurt van Pieter Jansz. om 20 gl. 6-8
Gaende inde Cromme Elboechstraet
[De naam Kromme Elleboog komt al heel vroeg voor en wordt reeds in 1431 genoemd. Het was een afgelegen, weinig bewoonde buurt. Er waren in de Kromme Elleboog gevestigd "de Oude Raamte" en vethuizen of leerlooierijen. (Lips, o.c., deel II, p. 468). Voor het looien van leer werd soms run (gemalen eikenschors) *gebruikt. (Vriendelijke mededeling van de heer B. den Hartog te Dordrecht) Edoch, de aanduiding vethuis duidt er waarschijnlijk op, dat in Dordrecht, althans in de 16e/17e eeuw, naast run ook gebruik werd gemaakt van traan als looistof. "Traan is een algemene benaming voor oliën afkomstig van zeedieren. Bekend zijn levertraan, visoliën (... gebruikt voor zeepbereiding en als looistof) en traan afkomstig van robben en walvissen." (Winkler Prins Encyclopedie, s.v. traan). "De Kromme Elleboog liep in de Middeleeuwen van de Vriesestraat tot voorbij de Tolbrugstraat. Aan het begin van de 20e eeuw had de Kromme Elleboog zijn karakteristieke vorm verloren: alleen het lange rechte stuk, haaks op de Vest, droeg nog die naam. Het achterste stuk (vermoedelijk tussen binnengracht en Stoofstraat) heette Korte Nieuwstraat, niet te verwarren met het achterste deel van de Nieuwstraat. (Van Baarsel, o.c., p. 67). De woningen in de Kromme Elleboog werden afgebroken tijdens de sanering van de jaren 1960.
* ORA Dordrecht inv. 737. f. 312: op 7 jan. 1584 verklaren Thijs Coelener, schipper van Luik, ongeveer 51 jaar oud en Cornelis Cornelisz. Doffer en Claes Fransz., gezworen run- of looimeters te Dordrecht, op verzoek van Jan Geritsz. van Nijmegen "ende eerst de voorsz. Thijs Coelener, dat hij geleden ontrent vier maenden ... van wegen den requirant tot Lujdick [Luik] gelaeden heeft een schip met run ende vier aecken met spaen ende dat hij alle de selve run ende spaen zoe hij dat tot Luijck gelaeden heeft gehadt gebrocht heeft alhier binnen deser stede van Dordrecht zonder daer van onder wege ijet gelost te hebben ende d'voorsz. Cornelis Corneliszoon ende Claes Fransz. verclaeren dat zijluijden alle den selven run off loij, mitsgaeders de voorsz. spaen alhier vuijten voorsz. schepe ende aecken gelost ende gemeten hebben ende dat den run gecoft is bij den deeckens ende gildebroeders vande schoe[n]makers deser stede ende de spaen bij Jan Mathijsz. ende Jan Carelsz. van Breda, beijde wonende binnen deser stede."]
Aeltgen van Tricht huurt van Pieterken Moelens om 15 gl. 4-16
Jan Thonisz. huurt van de weduwe van Jan Geeritsz. om 12 gl. 3-16-12
Jan Meeusz. leertouwer 3-4
Wederom keerende
f. 73
Jan Romboutsz. leertouwer 3-10
Cornelis Jansz. alias den blauwen molenaer huurt van [naam niet vermeld] om 10 gl. 3-4
Griet de Melsser huurt van Jan Danckertsz. om 11 gl. 3-10-6
Hans van Coelen huurt van Meeus Troggen om 12 gl. 3-16-12
Ariaen Aertsz. wever huurt van Jan Danckertsz. om 12 gl. 3-16-12
Jan Thonisz. cramer 3-16-12
Ghijssbert Jordensz. metselaar 4
Claes Maertensz. bakker 3-4
f. 73v
Herman de spelmaker huurt van Jan Bouwensz. om 28 gl. 9-6-2
Pouwels Willemsz. schrijnwerker 3-16-12
Maerten Aertsz. wever 3 gl. 12 penn.
Jan Cornelisz. 3-4
Het huis van Anna Coppen 3-4
Somma loopt het derde quartijer 4759 gl. 10 st. 6 penn.
|