ORA Dordrecht 1578-1586
Een selectie uit ORA Dordrecht inv. 717, 734, 736, 737 en 738
6 sept. 1578: verklaring op verzoek van Jan Jansz. Fiot door Pieter Michielsz. Bemmel metselaar, ongeveer 54 jaar oud en Roocxgen Jacobsdr., ongeveer 47 jaar oud, Bastiaentgen Lenaertsdr., vrouw van Wouter Jansz. schiptimmerman, 46 jaar oud, Neeltgen Fransdr., ongeveer 47 jaar oud en Henricxgen Robbrechtsdr., ongevver 27 jaar oud, allen uitdraagsters te Dordrecht. (735, f. 120v)
10 nov. 1578: boedelscheiding van de goederen nagelaten door Jan Corssen, Aerjaentgen Corssen en Lijsgen Corssen tussen Cors Jansz., weduwnaar van Neeltgen Woutersdr., enerzijds en Wouter Corssen, 18 jaar oud, geassisteerd met Aert Woutersz. en Gerit Woutersz., zijn ooms, anderzijds. (735, f. 162 e.v.)
11 sept. 1582: op verzoek van Huijch Dominicusz., als man en voogd van Haesgen Cornelisdr. en Quirijntje Cornelisdr., leggen Claes Laurensz., schipper of biervoerder op Delft, 60 jaar oud en Jan Claesz., zijn knecht, 46 jaar oud, een verklaring af. (736, f. 383v)
28 febr. 1584: op verzoek van de dijkgraaf, hoogdijkheemraden en "hooft ingelanden" van Nieuw-Barendrecht legt Cornelis Adriaensz. Leeuwenborch, wonende te Barendrecht bij de Nieuwe Sluis, 63 jaar oud, een verklaring af. (737, f. 390)
19 juni 1584: Aert Adriaensz. alias Nelemans, van de Lage Zwaluwe, is gearresteerde van het Land van Zwaluwe op verzoek van Niclaes van Driel Cornelisz. (737, f. 560)
16 mrt. 1585: comp. Stijntgen Jacobsdr., weduwe van Oth Willemsz. kuiper, enerzijds en Jacob Willemsz. metselaar, Neeltgen Willemsdr., weduwe van Damas Jansz., Adriaen Ockersz. sledenaar voor zichzelf, Huijch Cornelisz. Noudt viskoper, als man van Adriaenken Ockersdr., voor zichzelf en tevens vervangende Grietgen Ockersdr., allen kinderen van Lijntgen Willemsdr., Claes Jansz. Cruijenier, als weeshuisvader van het Armen-Weeshuis te Dordrecht, namens Rachel Bastiaensdr., die in dat weeshuis woont en Jan Bastiaensz., die uitlandig is, beiden kinderen van wijlen Jopgen Cornelisdr., die een dochter was van Heijltgen Willemsdr., voornoemde Jacob Willemsz. tevens namens Marijcken Cornelisdr., die ook een dochter is van Heijltgen Willemsdr. en namens Baertgen Pietersdr., dochter van Janneken Cornelisdr. en Cornelis Jacobsz. boogmaker als gemachtigde van de Heilige-Geest ter Grote Kerk namens Damas Damasz., die in het Heilige-Geesthuis verblijft en verwekt is bij voornoemde Janneken Cornelisdr., allen erfgenamen van Oth Willemsz., anderzijds. Comparanten hebben een overeenkomst getroffen aangaande de verdeling van Oth Willemszoons nalatenschap. Zijn weduwe zal alle goederen behouden, "mits dat zij gehouden wert de voorsz. erffgenamen van alle vuijtschulden ... schadeloes te houden." De overige erfgenamen is toebedeeld een bedrag van 350 Rijnse gl., die de weduwe zal uitbetalen in jaarlijkse termijnen van 50 gl. (738, f. 137v e.v.)
4 april 1585: Hans Clemens Walgerijns [of Malgerijns ?] van Breda, tegenwoordig liggende in garnizoen [geen plaats vermeld] onder hopman Maerten Wolff Wijnckel, "als oudtste ende naeste bloet ende collateur van zekere beneficie gefondeert bij eenen [naam niet vermeld] opt outaer van Johannis Evangelist binnen de Nieuwerkerck deser stede, daer toe bijden selven [naam niet vermeld] gemaect zijn zeven mergen lants gelegen int Volgerlant van Heeroudelantsambocht, constitueert ende maect inden voorsz. qualite machtich mits desen de kerckmeesters ter Grotekerck binnen deser stede omme de jaerlicxe pachten vuijt voorsz. beneficie te ontfangen, tvoorsz. lant verhuijren ende daer mede dien oorbaer in alles te doenne tot onderhout ende alimentatie van zekeren bequamen jongman, tzij vande bloede vande fondateur oft anders, die daer op ter scholen gestelt zal worden om te studeren ende voorts daer inne al te moegen doen dat hij constituant dien aengaende zelver present wesende zoude connen oft moegen et cum ratificatione." (738, f. 146)
28 aug. 1585: verklaring op verzoek van Lambart Buijck en Leenaert Goossensz., kooplieden van Antwerpen, door o.a. Schrevel Cornelisz., schippersgezel, ongeveer 27 jaar oud, burger en inwoner van Dordrecht. Hij was knecht of bootsgezel op het schip van Pieter de Coster en Cornelis Cornelisz. (738, f. 226)
6 sept. 1585: op verzoek van Pieter van de Thoelen, schipper en burger van Dordrecht, verklaren Claes Cornelisz., ongeveer 24 jaar oud en Wouter Thonisz., 22 jaar oud, beiden bootsgezellen van de rekwirant, dat "geleden vijff weecken sij deposanten gecommen zijn met den voorsz. requirant tot Gravesendt ende aldaer innegenommen hebben hondert dertich Engelsche soldaeten vande Coronel Noorwits omme die te brenghen van Gravesant tot deser stede waer voor haer belooft is bij de Commissaris vande voorsz. Cornel Noorwits neghen ponden 15 sch. steerlincx gelt. Compareerde mede Aert Bastiaensz. ende verclaerde alsvooren warachtich te sijn." (738, f. 232)
7 dec. 1585: Jan Hesselsz. schiptimmerman en Jan Jansz. zager stellen zich borg voor Marijcken Fransdr. voor de lichting van ongeveer 11 ponden groten Vlaams, die berusten onder mr. Jacob Paulij pensionaris, gekomen van de verkochte goederen van Neeltgen Florisdr., hun moeder, te Dordrecht door de "offslaeger" [vendumeester] verkocht. [738, f. 297]
9 dec. 1585: Cornelis Elantsz. bakker, als vader en Jan Ockersz., schout van Alblas, en Jan Hesselsz.schiptimmerman, als voogden over de kinderen van wijlen Pietertgen Fransdr., verklaren uit handen van de tante van die kinderen, Marijcken Fransdr., volledig voldaan te zijn van hetgeen de kinderen geërfd hebben van hun grootmoeder Neeltgen Florisdr. (738, f. 298)
30 jan. 1586: Pieterken Jacobsdr., weduwe van Jan Cornelisz. schoenmaker, enerzijds en Arien Cornelisz. stoeldraaier, als oom en voogd van Cornelis Jansz., ongeveer 7 jaar oud, Claes Jansz., ongeveer 5 jaar oud en Jacob Jansz., ongeveer 1 jaar oud, allen onmondige kinderen van Jan Cornelisz., door hem bij Pieterken Jacobsdr. verwekt, anderzijds, zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende de verdeling van goederen, die door Jan Cornelisz. zijn nagelaten. De weduwe behoudt de gehele boedel, inclusief al hetgeen de kinderen door overlijden van Marijcken Ockersdr., hun tante in Gouda, is aanbestorven. Zij belooft in ruil daarvoor haar kinderen te onderhouden en op te voeden tot hun achttiende jaar of tot het moment, waarop zij gaan trouwen en hun dan een somma van 16 ponden groten Vlaams uitkeren. Voor de nakoming hiervan verbindt zij haar huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Jan Hermansz. kramer en dat van Andries de kleermaker. (738, f. 325 e.v.)
4 aug. 1586: Neeltgen Cornelisdr., weduwe van Daniël Aertsz. linnenwever, enerzijds en Lenert Jansz. schuitenaar, als oudoom en voogd van Ariaentgen Daniëlsdr., ongeveer 10 jaar oud, dochter van Daniël Aertsz., verwekt bij Neeltgen Cornelisdr., anderzijds, verdelen de goederen, nagelaten door Daniël Aertsz. De weduwe behoudt alle goederen en zal in ruil daarvoor haar dochter alimenteren en opvoeden tot haar achttiende jaar en dan gehouden zijn haar niet meer dan 1 pond Vlaams uit te keren, "overmits den soberen staet van de boel ende dat sij noch twee kinderen den tijde van twee jaeren heeft gealimenteert." Zij verbindt voor de nakoming hiervan de helft van een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Philips Tijelmansz. en het huis, genaamd "de Swarte Mannekens." (ORA Dordrecht inv. 717, f. 34 e.v.)
31 dec. 1586: op verzoek van Mariken Pietersdr. verklaren Balthasar Fransz., 63 jaar oud en Claes Jansz. van Wesel, 40 jaar oud, leden van de Oudraad te Dordrecht, dat voor hen, als schepenen van Dordrecht, op 24 mei 1584 is verschenen Janneken Joostensdr., weduwe van Willem Willemsz. leidekker, ongeveer 64 jaar oud en dat zij op verzoek van dezelfde Mariken Pietersdr. heeft verklaard, dat zij 38 jaar eerder als dienstmaagd gediend en gewoond heeft bij Glorij Jansdr. en dat zij gezien heeft, dat Glorij Jansdr. kon lezen en schrijven. (717, f. 108v)
|